Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
e-mail laat wel zien dat er sprake was van een gebrek aan vertrouwen van [verweerster] in [naam 1] en [naam 2] .
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 7 november 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen de Stichting Nederlandse Publieke Omroep (NPO) en een werknemer, aangeduid als [verweerster]. De NPO verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op basis van een verstoorde arbeidsverhouding en verwijtbaar handelen van de werknemer. De werknemer had zich ziekgemeld en er was een arbeidsconflict ontstaan, waarbij de NPO stelde dat de werknemer zich negatief had uitgelaten over collega's en niet constructief had meegewerkt aan een mediationtraject. De werknemer verweerde zich tegen het verzoek en stelde dat er geen verstoorde arbeidsverhouding was en dat de NPO niet had geprobeerd haar te herplaatsen in een andere functie.
De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van een verstoorde arbeidsverhouding, mede door de communicatie van de NPO richting de werknemer, die niet transparant was over de zorgen van collega's. De rechter concludeerde dat de werknemer niet meer kon terugkeren in het genreteam en dat herplaatsing binnen de NPO niet mogelijk was. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 januari 2026, en de werknemer kreeg recht op een transitievergoeding van € 11.004,63 bruto. Het verzoek om een billijke vergoeding werd afgewezen, omdat de kantonrechter oordeelde dat het handelen van de NPO niet als ernstig verwijtbaar kon worden gekwalificeerd.
De uitspraak benadrukt het belang van transparante communicatie en het bieden van ondersteuning aan werknemers in conflict situaties, evenals de noodzaak voor werkgevers om zorgvuldig om te gaan met de zorgen van werknemers en de gevolgen daarvan voor de arbeidsrelatie.