ECLI:NL:RBAMS:2025:8826

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
11497612 \ CV EXPL 25-1629
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 93/13 EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging oneerlijke bedingen en toewijzing huurachterstand in huurzaken

In deze civiele zaak tussen Apricot Real Estate 2 B.V. en de gedaagde heeft de rechtbank Amsterdam ambtshalve de oneerlijke bedingen in de huurovereenkomst getoetst en vernietigd. Het betreft met name de bedingen over huurprijswijzigingen en buitengerechtelijke incassokosten, die als oneerlijk zijn beoordeeld op grond van Richtlijn 93/13 EG.

De vordering van Apricot tot betaling van huurachterstand is grotendeels toegewezen, met uitzondering van de buitengerechtelijke incassokosten die vanwege het oneerlijke karakter van het beding niet kunnen worden gevorderd. Tevens is het gevorderde rentebedrag gecorrigeerd en toegewezen vanaf de dagvaarding.

De gedaagde is veroordeeld tot betaling van € 2.886,53 aan achterstallige huur tot en met december 2024, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 17 december 2024, alsmede de proceskosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt oneerlijke bedingen en veroordeelt de gedaagde tot betaling van huurachterstand en wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11497612 \ CV EXPL 25-1629
Vonnis van 11 november 2025
in de zaak van
APRICOT REAL ESTATE 2 B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Apricot,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 13 mei 2025
- de akte van Apricot voor de zitting van 10 juni 2025
- het tussenvonnis van 8 juli 2025.
1.2.
Ter uitvoering van het tussenvonnis van 8 juli 2025 heeft Apricot voor de zitting van 2 september 2025 een akte ingediend en, conform hetgeen in voornoemd tussenvonnis is overwogen, een kopie van de akte aan [gedaagde] toegestuurd met mededeling dat en op welke wijze [gedaagde] hierop kon reageren. Apricot heeft de aan [gedaagde] tijdig gestuurde brief eveneens overgelegd. Van [gedaagde] is geen reactie ontvangen.
1.3.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen
2.1.
In het tussenvonnis van 13 mei 2025 is overwogen dat de kantonrechter voornemens is de in dat tussenvonnis geciteerde bedingen te vernietigen vanwege het oneerlijke karakter daarvan. Het betreft de huurprijswijzigingsbedingen (artikel 5.2 van de huurovereenkomst en artikel 16 van Pro de algemene voorwaarden) en het beding over de buitengerechtelijke incassokosten (artikel 25.2 van de algemene voorwaarden).
2.2.
In haar akte voor de zitting van 2 september 2025 heeft Apricot een voldoende toelichting gegeven op de in haar vorige akte genoemde bedragen aan “Werkelijke huur”.
De kantonrechter stelt vast dat Apricot zich kennelijk refereert aan het oordeel van de kantonrechter ten aanzien van de in het tussenvonnis van 13 mei 2025 geciteerde bedingen. Deze bedingen worden vernietigd vanwege het oneerlijke karakter op de in voornoemd tussenvonnis aangegeven gronden.
2.3.
Gevolg van de oneerlijkheid is dat de hiervoor aangehaalde bedingen buiten toepassing moeten worden gelaten. Op de bedingen kan dus geen beroep worden gedaan. Omdat sprake is van oneerlijk bedingen, kan ook niet worden teruggevallen op een eventuele wettelijke regeling (zie ECLI:EU:C:2021:68).
2.4.
Dit betekent dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten niet toewijsbaar zijn. Ten aanzien van de gevorderde huurverhogingen heeft Apricot bij akte voor de zitting van 10 juni 2025 haar eis verminderd.
De vordering
2.5.
De vordering komt voorts niet onrechtmatig of ongegrond voor, tenzij hierna iets anders is overwogen.
2.6.
Het gevorderde rentebedrag is, gelet op hetgeen door Apricot is gesteld, te hoog. De wettelijke rente is daarom toewijsbaar vanaf de datum van de dagvaarding.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Apricot te betalen € 2.886,53 ter zake van achterstallige huur tot en met december 2024 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 december 2024 tot de voldoening,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, aan de zijde van Apricot tot aan deze uitspraak begroot op: € 137,38 aan explootkosten, € 238,00 aan salaris gemachtigde, € 514,00 aan griffierecht en € 67,50 aan nakosten voor zover van toepassing, inclusief BTW, te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis,
3.3.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025.
33806