Uitspraak
1.De procedure
- de akte van Apricot voor de zitting van 10 juni 2025
Rechtbank Amsterdam
In deze huurzaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam, heeft de kantonrechter op 11 november 2025 een eindvonnis uitgesproken in de zaak tussen Apricot Real Estate 2 B.V. en een gedaagde partij die niet is verschenen. De procedure omvatte een ambtshalve toetsing van de huurvoorwaarden, waarbij de kantonrechter in eerdere tussenvonnissen heeft overwogen dat bepaalde bedingen in de huurovereenkomst oneerlijk zijn. Dit betreft onder andere de huurprijswijzigingsbedingen en de bepalingen over buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter heeft vastgesteld dat deze bedingen vernietigd moeten worden, waardoor ze niet meer van toepassing zijn. Apricot heeft in haar akte voor de zitting van 2 september 2025 voldoende toelichting gegeven op de huurbedragen, maar de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn niet toewijsbaar. De kantonrechter heeft de vordering van Apricot om € 2.886,53 aan achterstallige huur te betalen, inclusief wettelijke rente, toegewezen. Daarnaast is de gedaagde partij veroordeeld in de kosten van het geding, die zijn begroot op een totaalbedrag van € 137,38 aan explootkosten, € 238,00 aan salaris van de gemachtigde, € 514,00 aan griffierecht en € 67,50 aan nakosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde is afgewezen.