Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:9017

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
13-219954-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 OLWArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks detentieomstandigheden in Hongarije

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Hongarije voor de overlevering van een persoon zonder vaste verblijfplaats in Nederland, die in detentie is in Nederland. Na een tussenuitspraak op 9 oktober 2025 waarin de grondslag en strafbaarheid van het EAB werden bevestigd, was de vraag of de detentieomstandigheden in Hongarije een belemmering vormden voor overlevering.

De rechtbank had twijfels over de detentie in de instelling Tiszalök vanwege de ernst van de omstandigheden daar, en vroeg om aanvullende garanties van de Hongaarse autoriteiten. Op 29 oktober 2025 werd bevestigd dat de opgeëiste persoon na overlevering niet in Tiszalök zal worden gedetineerd, maar direct wordt overgeplaatst naar een andere gevangenis.

Met deze individuele garantie achtte de rechtbank het algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon weggenomen. Er waren geen andere weigeringsgronden en het EAB voldeed aan de wettelijke eisen. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-219954-25
Datum uitspraak: 19 november 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 11 augustus 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 1 augustus 2025 door
the Court of Budapest Districts XX, XXI and XXIII,Hongarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] (Hongarije),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier in Nederland,
nu gedetineerd in [detentieadres 1] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De zitting van 25 september 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 25 september 2025, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Zilver, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Hongaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
De tussenuitspraak van 9 oktober 2025
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en direct geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit een nadere te stellen. [3] Ook heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
De zitting van 5 november 2025
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB op de zitting van 5 november 2025 – na toestemming van partijen – in gewijzigde samenstelling hervat, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.S. Altena, advocaat in Utrecht (waarnemend voor mr. R. Zilver, eveneens advocaat in Utrecht), en door een tolk in de Hongaarse taal.
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft.

3.De tussenuitspraak van 9 oktober 2025

In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB (paragraaf 3) en de strafbaarheid van het feit (paragraaf 4). Wat de rechtbank daarover heeft overwogen, wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.

4.Artikel 11 OLW Pro: Hongaarse detentieomstandigheden

Inleiding
De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen in paragraaf 5 van de tussenuitspraak van 9 oktober 2025. De overwegingen in deze paragraaf worden hier eveneens als herhaald en ingelast beschouwd.
Ten aanzien van de detentieomstandigheden Hongarije
In het bijzonder brengt de rechtbank in herinnering dat zij in de tussenuitspraak heeft geoordeeld dat de door de Hongaarse autoriteiten verstrekte garantie niet voldoende duidelijk aangeeft waar de opgeëiste persoon in eerste instantie zal worden gedetineerd. De rechtbank heeft de informatie zo begrepen dat de opgeëiste persoon kort na zijn overlevering zal worden overgeplaatst naar de Szombathely National Prison. Aangezien de plaats waar opgeëiste persoon in eerste instantie terecht komt onbekend is, is niet uitgesloten dat de opgeëiste persoon direct na zijn overlevering alsnog in de detentie-instelling Tiszalök terecht zal komen. Hoewel deze eerste periode maar van korte duur zal zijn, achtte de rechtbank het – in het bijzonder gezien de ernst van de omstandigheden in Tiszalök – noodzakelijk dat de Hongaarse autoriteiten garanderen dat de opgeëiste persoon ook direct na de feitelijke overlevering niet in de detentie-instelling in Tiszalök zal worden geplaatst. Zonder een dergelijke garantie, althans zonder concrete informatie waar de opgeëiste persoon direct na zijn feitelijke overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, kon naar het oordeel van de rechtbank het vastgestelde algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon niet worden weggenomen.
In een mailbericht van 13 oktober 2025 heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) van het openbaar ministerie, onder verwijzing naar de hiervoor genoemde overwegingen in de tussenuitspraak, de volgende vraag gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit:
“In which detention facility will the requested person most likely be placed immediately after the actual surrender, before being transferred to Szombathely National Prison? If you cannot specify this, could you guarantee that the requested person immediately after his actual surrender will not be detained in the detention facility in Tiszalök?”
The Department of International Criminal Law, Ministry of Justice of Hungaryheeft per mailbericht op 29 oktober 2025 de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“(…) please be informed that the requested person willnot be placed in the Tiszalök detention facilityimmediately after his surrender (for his admission).”
Oordeel van de rechtbank
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de garantie. [4] Uit de hiervoor genoemde aanvullende informatie volgt immers dat de opgeëiste persoon na overlevering niet zal worden gedetineerd in de detentie-instelling van Tiszalök . De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat, gelet op de verstrekte individuele garantie en de aanvullende informatie van 29 oktober 2025, het vastgestelde algemene reële gevaar van detentie in de detentie-instelling van Tiszalök voor de opgeëiste persoon is weggenomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat artikel 11 OLW Pro niet aan de overlevering in de weg staat.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is er geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 45 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Court of Budapest Districts XX, XXI and XXIII,Hongarije voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. E.M. de Bie en J.J.M. Graat, rechters,
in tegenwoordigheid van M.L. Kole, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 19 november 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Rb. Amsterdam 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7438.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.