De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 oktober 2025 de vordering van de officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank Frankfurt am Main op 14 mei 2025. Het EAB betrof de aanhouding en overlevering van een persoon met de Nederlandse nationaliteit.
Tijdens de procedure heeft de officier van justitie meegedeeld dat de uitvaardigende justitiële autoriteit het EAB op 8 oktober 2025 heeft ingetrokken, omdat het onderliggende nationale aanhoudingsbevel was ingetrokken. Hierdoor stelde de officier van justitie dat hij niet-ontvankelijk moest worden verklaard in zijn vordering.
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en de ontvankelijkheid van de officier van justitie beoordeeld. Gezien de intrekking van het EAB is de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is de overleveringsdetentie opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.