Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de akte van eisende partij.
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
donderdag 17 december 2026 om 10.00 uurvoor akte uitlating door eisende partij,
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam, is een tussenvonnis uitgesproken op 20 november 2025 in een civiele procedure tussen de besloten vennootschap GRO-UP KINDEROPVANG B.V. en een gedaagde partij die niet is verschenen. De eisende partij heeft een verzoek ingediend om aanhouding van de zaak totdat de Hoge Raad prejudiciële vragen heeft beantwoord over de gevolgen van een oneerlijk beding in de algemene voorwaarden met betrekking tot gerechtelijke kosten. De kantonrechter heeft vastgesteld dat het beding vermoedelijk oneerlijk is en heeft de eisende partij de gelegenheid gegeven om zich uit te laten over de gevolgen van de vernietiging van dit beding.
De eisende partij heeft aangegeven dat zij niet betwist dat het beding oneerlijk is, maar dat de gevolgen van de vernietiging nog niet duidelijk zijn. Daarom verzoekt zij om aanhouding totdat de Hoge Raad hierover heeft beslist. De kantonrechter heeft geen bezwaren tegen dit verzoek en heeft de zaak aangehouden. De beslissing op de vordering zal volgen na het arrest van de Hoge Raad over de gevolgen van het oneerlijke proceskostenbeding.
De kantonrechter heeft de zaak verwezen naar een rolzitting voor het nemen van een akte door de eisende partij. Indien de Hoge Raad nog geen arrest heeft gewezen, kan de eisende partij een nadere aanhouding van zes maanden verzoeken. De kantonrechter heeft benadrukt dat als de eisende partij eerder een beslissing wenst, dit mogelijk is, maar dat er uitsluitend op de gehele vordering wordt beslist. Het vonnis is openbaar uitgesproken door mr. C.W. Inden op 20 november 2025.