ECLI:NL:RBAMS:2025:9062

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
11293512 \ CV EXPL 24-11428
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Prejudiciële vragen over oneerlijk beding in consumentenrecht met betrekking tot proceskosten

In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam, is een tussenvonnis uitgesproken op 20 november 2025 in een civiele procedure tussen de besloten vennootschap GRO-UP KINDEROPVANG B.V. en een gedaagde partij die niet is verschenen. De eisende partij heeft een verzoek ingediend om aanhouding van de zaak totdat de Hoge Raad prejudiciële vragen heeft beantwoord over de gevolgen van een oneerlijk beding in de algemene voorwaarden met betrekking tot gerechtelijke kosten. De kantonrechter heeft vastgesteld dat het beding vermoedelijk oneerlijk is en heeft de eisende partij de gelegenheid gegeven om zich uit te laten over de gevolgen van de vernietiging van dit beding.

De eisende partij heeft aangegeven dat zij niet betwist dat het beding oneerlijk is, maar dat de gevolgen van de vernietiging nog niet duidelijk zijn. Daarom verzoekt zij om aanhouding totdat de Hoge Raad hierover heeft beslist. De kantonrechter heeft geen bezwaren tegen dit verzoek en heeft de zaak aangehouden. De beslissing op de vordering zal volgen na het arrest van de Hoge Raad over de gevolgen van het oneerlijke proceskostenbeding.

De kantonrechter heeft de zaak verwezen naar een rolzitting voor het nemen van een akte door de eisende partij. Indien de Hoge Raad nog geen arrest heeft gewezen, kan de eisende partij een nadere aanhouding van zes maanden verzoeken. De kantonrechter heeft benadrukt dat als de eisende partij eerder een beslissing wenst, dit mogelijk is, maar dat er uitsluitend op de gehele vordering wordt beslist. Het vonnis is openbaar uitgesproken door mr. C.W. Inden op 20 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11293512 \ CV EXPL 24-11428
Vonnis van 20 november 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GRO-UP KINDEROPVANG B.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
eisende partij,
gemachtigde: GGN Mastering Credit Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 21 augustus 2025,
- de akte van eisende partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter tot vernietiging van het beding in de algemene voorwaarden over de gerechtelijke kosten, welk beding als vermoedelijk oneerlijk is aangemerkt.
2.2.
Eisende partij heeft bij akte aangevoerd dat zij niet betwist dat het beding oneerlijk is, maar omdat het gevolg van vernietiging van dat beding nog niet duidelijk is, verzoekt eisende partij haar in een later stadium van dit geding, als de Hoge Raad naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie nader heeft beslist, in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter om het proceskostenbeding te vernietigen en over de gevolgen van die vernietiging.
2.3.
De kantonrechter begrijpt hieruit dat eisende partij om aanhouding vraagt. Daartegen ziet de kantonrechter geen bezwaren, zodat de zaak zal worden aangehouden. De beslissing op de vordering zal volgen nadat de Hoge Raad arrest heeft gewezen over de gevolgen van een oneerlijk proceskostenbeding.
2.4.
Uit praktische overwegingen verwijst de kantonrechter de zaak naar de na te melden rolzitting voor het nemen van een akte door eisende partij. Op deze roldatum kan eisende partij een nadere aanhouding van zes maanden verzoeken indien de Hoge Raad nog geen arrest heeft gewezen. Als de Hoge Raad eerder arrest wijst, kan eisende partij een verzoek doen de zaak op een vervroegde roldatum te plaatsen.
2.5.
Als eisende partij eerder een beslissing wenst, dan kan dat. Wel wordt uitsluitend op de gehele vordering beslist. Naar vast beleid wordt geen deelbeslissing gegeven, in die zin dat op de vordering wordt beslist, maar slechts de beslissing over de proceskosten wordt aangehouden.
2.6.
Iedere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
donderdag 17 december 2026 om 10.00 uurvoor akte uitlating door eisende partij,
3.2.
houdt iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025.
991