Eiser vordert betaling van huur na ontruiming tot het einde van de huurovereenkomst en schadevergoeding wegens beschadigingen en ontbrekende meubels. Gedaagde betwist het einde van de huurovereenkomst en vordert terugbetaling van de waarborgsom.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst niet stilzwijgend is beëindigd bij ontruiming, maar pas op 31 december 2024 na opzegging door gedaagde. De huurachterstand van september tot en met december 2024 wordt toegewezen. Schade aan muren en plinten door schilderwerk en gaten wordt vastgesteld op €3.000,00, en de schade wegens ontbrekende meubels op €5.000,00.
De vordering van ontruimingskosten door de gemeente wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De tegenvordering van gedaagde wordt gezien als verrekening en niet toegewezen. Verder vernietigt de kantonrechter het beding over buitengerechtelijke incassokosten als oneerlijk en wijst deze kosten af. Over de toegewezen bedragen wordt wettelijke rente toegekend vanaf 19 juni 2025.
De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.