Op 25 november 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een opgeëiste persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de Rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, België. De officier van justitie had op 12 september 2025 verzocht om de behandeling van het EAB, dat was uitgevaardigd op 29 augustus 2025. De opgeëiste persoon, geboren in 1986 en met de Nederlandse nationaliteit, is verschenen op de zitting van 11 november 2025, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak verlengd en de gevangenhouding bevolen, maar deze schorsing tot aan de uitspraak. De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, naar Nederlands recht strafbaar zijn, te weten mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De rechtbank heeft ook de detentieomstandigheden in België beoordeeld en geconstateerd dat er een algemeen gevaar bestaat voor onmenselijke of vernederende behandeling. Echter, op basis van de garanties die door de Belgische autoriteiten zijn gegeven, is de rechtbank van oordeel dat dit gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen. De rechtbank heeft geconcludeerd dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet en dat er geen weigeringsgronden zijn voor de overlevering.
De rechtbank heeft uiteindelijk de overlevering toegestaan aan de Belgische autoriteiten voor de feiten zoals beschreven in het EAB. Deze uitspraak is gedaan door de voorzitter en twee andere rechters, en is openbaar uitgesproken op de zitting van 25 november 2025. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open, conform artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet.