Uitspraak
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
Rechtbank Amsterdam
Eisers, bestaande uit zoon en vrouw, vorderen dat zij als medehuurders worden erkend van de woning die sinds 1989 aan hun moeder (oma) wordt verhuurd. De woning wordt al ruim 24 jaar bewoond door zeven familieleden, waaronder de kinderen van eisers. De vordering is gebaseerd op het bestaan van een duurzame gemeenschappelijke huishouding in de zin van artikel 7:267 BW Pro.
De kantonrechter overweegt dat mantelzorg op zichzelf geen basis is voor medehuurderschap, maar dat de langdurige samenwoning en wederzijdse zorg aanwijzingen kunnen geven voor een duurzame huishouding. De financiële situatie toont een zekere scheiding, maar er is sprake van gezamenlijke kosten en zorg. De stelplicht en bewijslast liggen bij eisers, die hun stellingen summier hebben onderbouwd.
Daarom wordt eisers een bewijsopdracht opgelegd om feiten en omstandigheden aan te tonen waaruit een duurzame gemeenschappelijke huishouding blijkt. De zaak wordt aangehouden en op 2 december 2025 wordt een rolzitting gepland om de voortgang van de bewijslevering te bespreken.
Uitkomst: Eisers krijgen bewijsopdracht om duurzame gemeenschappelijke huishouding aan te tonen; zaak aangehouden voor verdere bewijslevering.