ECLI:NL:RBAMS:2025:9147

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
11590940
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.1 Algemene VoorwaardenArt. 12.1 Algemene VoorwaardenArt. 12.3 Algemene VoorwaardenArt. 12.4 Algemene VoorwaardenArt. 5.5 Algemene Voorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Leaseauto terecht ingenomen na stopzetting betalingen, gedaagde veroordeeld tot betaling openstaand bedrag

Op 9 februari 2022 sloten BMW Financial Services Nederland B.V. en Kwaliteit Zorg op Maat B.V. een financial leaseovereenkomst voor een Jaguar XF 2.2D. Kwaliteit Zorg verplichtte zich tot betaling van € 10.180,00 in 48 termijnen van € 212,10. Vanaf mei 2024 stopte Kwaliteit Zorg met betalen, waarna BMW de overeenkomst ontbond en de auto terugvorderde. De auto werd verkocht voor € 3.500,00 via een veiling.

BMW vorderde betaling van het resterende bedrag, inclusief hoofdsom, rente en incassokosten. Kwaliteit Zorg voerde diverse verweren aan, onder meer over de hoogte van betalingen en verkoopopbrengst. De kantonrechter oordeelde dat BMW terecht ontbonden had en de auto mocht innemen. De verweren van Kwaliteit Zorg faalden, omdat zij onvoldoende bewijs leverde voor extra betalingen en de kosten van verkoop terecht in rekening werden gebracht.

De kantonrechter veroordeelde Kwaliteit Zorg tot betaling van € 2.420,07 plus wettelijke rente met een toeslag van 5%, € 86,14 aan vervallen rente, € 439,24 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 1.202,66 aan proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Kwaliteit Zorg wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag, rente, incassokosten en proceskosten aan BMW.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11590940 \ CV EXPL 25-4281
Vonnis van 11 november 2025
in de zaak van
BMW FINANCIAL SERVICES NEDERLAND B.V.,
wonende te Breda,
eisende partij,
hierna te noemen: BMW,
gemachtigde: mr. [gemachtigde] ,
tegen
KWALITEIT ZORG OP MAAT B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Kwaliteit Zorg,
verschenen bij: [naam]

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 maart 2025, met producties;
- het proces-verbaal van het mondeling antwoord en het aanvullend nagestuurde antwoord;
- het instructievonnis van 15 april 2025;
- de conclusie van repliek, met producties;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op 9 februari 2022 een financial lease overeenkomst (huurkoop) aangegaan waarbij Kwaliteit Zorg een Jaquar XF 2.2D (hierna: de auto) in huurkoop heeft verworven en zich heeft verbonden aan de aanschafprijs, vermeerderd met een overeengekomen kredietvergoeding. Het totale te betalen bedrag door Kwaliteit Zorg aan BMW bedraagt € 10.180,00 en overeengekomen is dat Kwaliteit Zorg dit in 48 maanden met een maandtarief van € 212,10 zal betalen. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
Kwaliteit Zorg heeft de termijnen mei tot en met augustus 2024 niet betaald. Hierom heeft BMW op 9 september 2024 een brief gestuurd aan Kwaliteit Zorg dat zij overgaat tot ontbinding van de overeenkomst en sommeert hierbij Kwaliteit Zorg om de auto in te leveren. Kwaliteit Zorg heeft de auto ingeleverd.
2.3.
BMW heeft de auto via het veilingbedrijf BCA verkocht. De verkoopopbrengst bedroeg uiteindelijk € 3.500,00.

3.Het geschil

3.1.
BMW vordert – samengevat – om Kwaliteit Zorg bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van € 2.945,45 (bestaande uit hoofdsom, buitengerechtelijke kosten en vervallen rente), vermeerderd met de wettelijke handelsrente met een toeslag van 5% over € 2.420,07 vanaf 28 februari 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van Kwaliteit Zorg in de proceskosten.
3.2.
Kwaliteit Zorg voert verweer. Dit verweer zal hierna, voor zover relevant, worden besproken.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter is van oordeel dat Kwaliteit Zorg de hoofdsom, € 2.402,07 moet betalen. BMW mocht de overeenkomst met Kwaliteit Zorg ontbinden, want Kwaliteit Zorg stopte met de maandbetalingen. Uit artikel 8.1 van de Algemene Voorwaarden blijkt dat BMW gerechtigd is om de overeenkomst te beëindigen als de kredietnemer twee of meer maanden niet betaalt. Daar is sprake van in dit geval en dit heeft Kwaliteit Zorg ook niet betwist. BMW heeft de overeenkomst terecht ontbonden. Voorts blijkt uit artikel 12.1 van de algemene voorwaarden dat BMW gerechtigd is om de auto terug te nemen als de overeenkomst is beëindigd. BMW was dus gerechtigd om de auto terug te vorderen. Hoewel Kwaliteit Zorg zich op het standpunt heeft gesteld dat de auto onterecht is ingevorderd, heeft Kwaliteit Zorg deze stelling op geen enkele wijze verder toegelicht. De kantonrechter gaat daarom, mede in het licht van voorgaande, voorbij aan deze stelling.
4.2.
Partijen twisten over de hoogte van de hoofdsom. BMW heeft toegelicht dat de hoofdsom als volgt is opgebouwd. Van het totaal verschuldigde bedrag heeft BMW het bedrag wat Kwaliteit Zorg heeft betaald (€ 5.671,96) de opbrengst van het voertuig (€ 2.066,75) en een rentecorrectie (€ 22,02) afgetrokken. Dan blijft de hoofdsom over. Kwaliteit Zorg heeft meerdere verweren naar voren gebracht ten aanzien van de hoogte van de hoofdsom. Kwaliteit Zorg stelt allereerst dat het door haar betaalde bedrag € 5.884,06 moet zijn. Het verschil zit in één maandtermijn. Hiertoe legt Kwaliteit Zorg een overzicht over waarop een extra betaling is te zien op 22 mei 2024. Dit overzicht zou Kwaliteit Zorg hebben ontvangen van AVS. BMW betwist dat Kwaliteit Zorg deze extra betaling heeft gedaan.
4.3.
Het verweer van Kwaliteit Zorg op dit punt slaagt niet. Hoewel uit het door Kwaliteit Zorg overgelegde overzicht blijkt dat er op 22 mei 2024 een bedrag van € 212,10 betaald zou zijn, heeft Kwaliteit Zorg niet inzichtelijk gemaakt hoe zij aan dit overzicht komt. De kantonrechter begrijpt uit het dossier dat AVS de partij is die de auto uiteindelijk heeft ingenomen. Zonder begeleidende mail of brief is onbegrijpelijk waar dit overzicht vandaan komt. Daarbij had het op de weg van Kwaliteit Zorg gelegen om een betaalbewijs van die datum over te leggen. Kwaliteit Zorg heeft wel enkele betaalbewijzen overgelegd, maar niet van 22 mei 2024. De conclusie is dat niet vastgesteld kan worden dat Kwaliteit Zorg op 22 mei 2024 een betaling heeft gedaan aan BMW.
4.4.
Kwaliteit Zorg betwist voorts de hoogte van het bedrag van de verkoopopbrengst van de auto. Partijen zijn het eens dat de totale opbrengst € 3.500,00 was, maar zijn het niet eens over de kosten die daar vanaf zijn getrokken. Kwaliteit Zorg stelt dat het bedrag van de opbrengst niet juist is. Op de factuur staat dat er € 919,00 aan verkoopkosten van de opbrengst afgetrokken moeten worden. Het kan dan niet dat de opbrengst slechts € 2.066,75 bedraagt. Bovendien heeft BMW het bedrag van de verkoopkosten niet gespecificeerd, dus betwist Kwaliteit Zorg de juistheid hier ook van. BMW stelt zij kosten heeft moeten maken als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van Kwaliteit Zorg. Deze kosten zien op het innemen en het veilen van de auto. Op het bedrag van de opbrengst heeft BMW een bedrag van € 514,25 in mindering gebracht aan kosten voor de inname van het voertuig en het transport naar het veilingbedrijf en een bedrag van € 919,00 aan verkoopkosten van het veilingbedrijf. Ten aanzien van de verkoopkosten heeft BMW de factuur van het veilingbedrijf overgelegd, waaruit blijkt dat kosten bestaan uit het bestellen en inlezen van sleutels, inbrengkosten, opslagkosten en uit verkoopfee. Na aftrek hiervan blijft een opbrengst van € 2.066,75 over.
4.5.
Het verweer van Kwaliteit Zorg slaagt ook op dit punt niet. Uit artikel 12.3 van de algemene voorwaarden volgt dat partijen zijn overeengekomen dat Kwaliteit Zorg alle kosten draagt die BMW moet maken om het voertuig terug te nemen. Dat betekent dat BMW terecht een bedrag van € 514,25 aan innemingskosten in rekening heeft gebracht. Dit bedrag komt de kantonrechter ook niet onredelijk voor. Daarnaast volgt uit artikel 12.4 van de algemene voorwaarden dat partijen zijn overeengekomen dat de netto-opbrengst van de auto wordt verrekend met het totaal verschuldigde bedrag. BMW heeft toegelicht welke bedragen van de verkoopopbrengst zijn afgetrokken om tot de netto-opbrengst te komen. Hoewel het zorgvuldiger was geweest indien BMW deze specificatie van de verkoopkosten eerder had overgelegd om Kwaliteit Zorg beter inzicht te geven, was zij daartoe niet verplicht op grond van de overeenkomst. Bovendien is niet gebleken dat Kwaliteit Zorg vóór aanvang van deze procedure om die specificatie heeft verzocht. De bedragen komen de kantonrechter niet onredelijk voor. De conclusie is dan ook dat het verweer van Kwaliteit Zorg op dit punt wordt verworpen.
4.6.
Kwaliteit Zorg stelt ten slotte dat zij twee facturen heeft gekregen van BMW, maar dat zij niet begrijpt waar de vermelde posten op slaan. Daarom wil ze deze facturen niet betalen. BMW begrijpt niet om welke facturen het gaat en wat Kwaliteit Zorg dan precies onduidelijk is.
4.7.
Na bestudering van de door Kwaliteit Zorg overgelegde stukken begrijpt de kantonrechter dat het vermoedelijk gaat om de facturen van 19 september 2024 en 3 oktober 2024. De factuur van 3 oktober 2024 ziet op de kosten voor het innemen en vervoeren van de auto. Deze kosten zijn terecht verrekend, zoals reeds is overwogen in overweging 4.5. Dit ligt anders voor de factuur van 19 september 2024. Op deze factuur worden een bedrag voor
Finance installment(€ 61,58) en een bedrag voor
Early Termination Costs(€ 196,62) in rekening gebracht, alsmede het op dat moment openstaande saldo van € 3.380,22. Na bestudering van het dossier is voor de kantonrechter niet duidelijk waar deze bedragen op zijn gebaseerd. Evenmin is te herleiden waarop het bedrag voor
Finance installmentziet. Uit artikel 8.1 van de algemene voorwaarden volgt wel dat Kwaliteit Zorg bij ontbinding een schadevergoeding verschuldigd kan zijn. Hoe dit ook zij, uit de dagvaarding blijkt dat BMW deze kosten in deze procedure niet vordert. Nu Kwaliteit Zorg deze factuur bovendien nog niet heeft betaald, verbindt de kantonrechter aan het voorgaande geen gevolgen en wordt het verweer van Kwaliteit Zorg verworpen.
4.8.
De conclusie is dat alle verweren van Kwaliteit Zorg falen en de hoofdsom daarom toewijsbaar is.
4.9.
BMW vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Partijen zijn in artikel 5.6 van de algemene voorwaarden overeengekomen dat de incassokosten 15% van de hoofdsom bedragen en BMW heeft voldoende gesteld dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Daarom zal een bedrag van € 439,24 (inclusief btw) worden toegewezen.
4.10.
BMW vordert een bedrag van € 86,14 aan vervallen contractuele rente berekend tot en met 27 februari 2025. Partijen zijn artikel 5.5 van de algemene voorwaarden overeengekomen dat de wettelijke rente vermeerderd met 5% verschuldigd is over het verschuldigde bedrag. Kwaliteit Zorg moet deze rente betalen nu partijen dit zijn overeengekomen en Kwaliteit Zorg dat niet heeft betwist. Ook de nog te vervallen contractuele rente is als onbetwist toewijsbaar.
4.11.
Kwaliteit Zorg is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BMW worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,16
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
476,00
(2 punten × € 238,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.202,66

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Kwaliteit Zorg om aan BMW te betalen een bedrag van € 2.420,07, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 5% per over het toegewezen bedrag, met ingang van 28 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Kwaliteit Zorg om aan BMW te betalen een bedrag van € 86,14 aan vervallen contractuele rente,
5.3.
veroordeelt Kwaliteit Zorg om aan BMW te betalen een bedrag van € 439,24 aan buitengerechtelijke kosten,
5.4.
veroordeelt Kwaliteit Zorg in de proceskosten van € 1.202,66, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Kwaliteit Zorg niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025, in aanwezigheid van de griffier mr. S.H.I. Hoestra.
61289