Uitspraak
STICHTING DE ALLIANTIE,
Rechtbank Amsterdam
De Alliantie verhuurt sinds augustus 2022 een woning aan de huurder die vanaf september 2023 tot februari 2024 geen huur betaalde vanwege gebreken, waaronder een lekkage. De huurder vroeg bij de Huurcommissie huurverlaging aan, die werd toegekend voor een beperkte periode. Na herstel van het gebrek en een ongegrond verklaard verzet, werd de huurprijs weer normaal.
De Alliantie vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand en onbetaalde servicekosten. De huurder stelt dat hij recht heeft op opschorting van huurbetaling en schadevergoeding vanwege gebreken, en betwist de specificatie van servicekosten.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder onvoldoende gemotiveerd heeft dat hij een opeisbare vordering heeft en dat hij gebonden is aan de uitspraak van de Huurcommissie. De boetebedingcombinatie is onredelijk en wordt vernietigd. De servicekostenvordering wordt afgewezen wegens gebrek aan specificatie.
De huurachterstand van € 2.583,18 wordt vastgesteld en rechtvaardigt ontbinding en ontruiming. De huurder krijgt een termijn van 14 dagen om alsnog te betalen, anders treedt ontbinding in. Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand binnen 14 dagen, met toewijzing van bijkomende kosten.