Uitspraak
1.Procesverloop
.
Rechtbank Amsterdam
Op 3 november 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam een beschikking gegeven in een zaak betreffende een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Het verzoek was ingediend door de officier van justitie ten aanzien van een betrokkene die lijdt aan een psychische stoornis, waaronder een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en een posttraumatische stressstoornis. De rechtbank heeft de mondelinge behandeling op 31 oktober 2025 gehouden, waarbij de raadsvrouw van de betrokkene en verschillende zorgprofessionals aanwezig waren. De betrokkene heeft verzet aangetekend tegen de zorgmachtiging, waarbij zij stelde dat zij de afgelopen jaren vrijwillig heeft meegewerkt aan haar behandeling en dat er alternatieven zijn voor verplichte zorg.
De rechtbank heeft in haar beoordeling vastgesteld dat de betrokkene recentelijk is ontslagen uit een kliniek en dat er geen duidelijke diagnostiek mogelijk was. De rechtbank heeft ook opgemerkt dat de betrokkene zelf hulp heeft ingeroepen en dat er zorgen zijn over haar autonomie en de effectiviteit van verplichte zorg. De rechtbank concludeert dat het verlenen van een zorgmachtiging op dit moment niet evenredig en effectief is, en dat de betrokkene beter begeleid kan worden naar een nieuwe woonplek waar zij ondersteuning kan krijgen. De rechtbank wijst het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging af, waarbij het verzoek om tijdigheid niet verder wordt beoordeeld.
De beschikking is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 1 december 2025. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.