Op 29 oktober 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van bedreiging met de dood. De zaak kwam voort uit een incident op 4 juli 2025, waarbij de verdachte via WhatsApp bedreigende berichten naar de aangever heeft gestuurd. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.L. Firet, en de verdediging, vertegenwoordigd door mr. J.A.J. Brahm. Tijdens de zitting op 15 oktober 2025 heeft de verdachte erkend de bedreigingen te hebben geuit. De rechtbank heeft vastgesteld dat de bedreigingen de aangever redelijkerwijs in vrees konden brengen voor zijn leven. De rechtbank oordeelde dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was vanwege psychische problematiek, maar dat dit niet leidde tot volledige ontoerekenbaarheid. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week, met aftrek van voorarrest, en heeft een contactverbod en locatieverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. De rechtbank benadrukte het belang van zorg en hulpverlening voor de verdachte, gezien zijn psychische toestand.