ECLI:NL:RBAMS:2025:9614

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
10727759 \ CV EXPL 23-13061
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing consumentenrecht en informatieplichten in een civiele procedure

In deze civiele procedure, behandeld door de Rechtbank Amsterdam, heeft de eisende partij een vordering ingesteld tegen de gedaagde partij voor een bedrag van € 423,45 aan hoofdsom, vermeerderd met rente en incassokosten. De eisende partij, een handelaar, stelt dat zij in opdracht van de gedaagde partij, een consument, diensten heeft geleverd in de vorm van een cursus. De gedaagde partij heeft echter niet alle facturen betaald. Tijdens de procedure heeft de gedaagde partij de vordering erkend, maar de kantonrechter heeft ambtshalve de informatieplichten getoetst die op de eisende partij rusten.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat de eisende partij in de dagvaarding niet voldoende heeft uiteengezet welke informatieplichten van toepassing zijn en hoe deze zijn nageleefd. Dit gebrek aan informatie heeft het voor de kantonrechter onmogelijk gemaakt om de naleving van de informatieplichten te toetsen. Bovendien is de overeenkomst tussen partijen niet in het geding gebracht, waardoor het prijsbeding niet kon worden getoetst op transparantie. De kantonrechter heeft ook opgemerkt dat, indien de eisende partij algemene voorwaarden hanteert, deze in het geding moeten worden gebracht met een toelichting over de bedingen die aan de vordering ten grondslag liggen.

Uiteindelijk heeft de kantonrechter geoordeeld dat de eisende partij niet heeft voldaan aan haar stelplicht, wat heeft geleid tot de afwijzing van de vordering. De eisende partij is als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gedaagde partij zijn begroot op nihil. Het vonnis is uitgesproken op 5 december 2025 door mr. E. Pennink.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10727759 \ CV EXPL 23-13061
Vonnis van 5 december 2025
in de zaak van
[eiser],
handelend onder de namen
[handelsnamen],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
rolgemachtigde: [gemachtigde] ,
gemachtigde: Juristu Incassodiensten B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 september 2023.
1.2.
Gedaagde partij heeft de vordering erkend.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisende partij vordert een bedrag van € 423,45 aan hoofdsom, vermeerderd met rente en incassokosten. Eisende partij stelt dat zij in opdracht en voor rekening van gedaagde partij diensten heeft geleverd bestaande uit het geven van een cursus. Gedaagde partij heeft niet alle daarvoor gestuurde facturen betaald.
2.2.
Eisende partij is een handelaar. Gedaagde partij is een consument. In dat geval moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht, óók als de vordering is erkend, zoals in dit geval. Getoetst moet onder meer worden of eisende partij heeft voldaan aan de informatieplichten. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG (richtlijn oneerlijke bedingen).
2.3.
De kantonrechter stelt voorop dat het ambtshalve toetsen van informatieplichten sinds 1 juli 2019 vast onderdeel is van de beoordeling. Sinds 1 oktober 2019 worden aan repeatplayers, zoals de gemachtigde van eisende partij, geen tussenvonnissen meer gewezen als informatie en stukken benodigd om ambtshalve te toetsen niet is verstrekt.
2.4.
Eisende partij stelt in de dagvaarding slechts dat de overeenkomst via de website tot stand is gekomen, maar niets over welke informatieplichten onder die omstandigheden van toepassing zijn en op welke wijze de informatieplichten zijn nageleefd. De dagvaarding voldoet op dat punt dan ook niet aan de daaraan te stellen eisen. Nu de voor de beoordeling van belang zijnde feiten niet volledig zijn aangevoerd, heeft eisende partij het voor de kantonrechter onmogelijk gemaakt om de naleving van de informatieplichten te toetsen. In dit verband wordt verwezen naar overweging 3.1.17 van het Arvato-arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.5.
Daar komt bij dat de overeenkomst tussen partijen niet in het geding is gebracht. Voor zover productie 2 als bevestiging van de overeenkomst heeft te gelden, volgt daaruit niet wat partijen zijn overeengekomen. Het prijsbeding kan dan ook niet worden getoetst op transparantie. Bovendien zijn geen stellingen ingenomen over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden. Als eisende partij algemene voorwaarden hanteert, dan moeten deze in het geding worden gebracht, vergezeld met een toelichting over de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd en de (on)eerlijkheid van die bedingen. Zonder de algemene voorwaarden kunnen bedingen niet worden getoetst op oneerlijkheid.
2.6.
Geoordeeld wordt dat eisende partij niet heeft voldaan aan haar stelplicht. Dat leidt tot afwijzing van de vordering.
2.7.
Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025.
991