ECLI:NL:RBAMS:2025:9737

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
13/250610-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse ISD-toetsing en voortzetting van de ISD-maatregel voor een veroordeelde zonder rechtmatig verblijf

Op 14 november 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de voortzetting van de ISD-maatregel voor een veroordeelde die geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. De veroordeelde, geboren in Algerije in 1996, is momenteel gedetineerd en heeft een ISD-maatregel opgelegd gekregen voor de duur van twee jaren. De rechtbank heeft kennisgenomen van verschillende stukken, waaronder een verzoek tot tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel en een adviesrapport van de P.I. Veenhuizen. De rechtbank heeft de officier van justitie, de veroordeelde, zijn raadsman en een deskundige gehoord tijdens een openbare zitting.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de ISD-maatregel op 14 januari 2025 is ingegaan en dat het doel van deze maatregel is om recidive te voorkomen en gedragsbeïnvloeding te realiseren. De veroordeelde heeft een inreisverbod van twee jaar en er is een lopend onderzoek naar zijn identiteit. De rechtbank concludeert dat de veroordeelde niet meewerkt aan zijn terugkeer naar Algerije en dat zijn verblijf in Nederland onrechtmatig is. De rechtbank oordeelt dat het noodzakelijk is om de ISD-maatregel voort te zetten om de maatschappij te beschermen en het recidiverisico te verminderen. Het verzoek van de raadsman om een termijn van drie maanden voor terugkeer wordt afgewezen, en de rechtbank besluit de ISD-maatregel voort te zetten.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/250610-24 (tussentijdse toetsing)
Uitspraakdatum: 14 november 2025
De rechtbank Amsterdam heeft op 20 december 2024 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Algerije) op [geboortedag] 1996,
opgegeven te verblijven op het adres:
[BRP-adres] ,
momenteel gedetineerd in de [Penitentiaire Inrichting] ,
hierna: de veroordeelde.

1.Procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
- het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2024, waarbij de ISD-
maatregel voor de duur van twee jaren aan veroordeelde is opgelegd;
  • het verzoek van 8 augustus 2025, op grond van artikel 6:6:14 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering van de veroordeelde en zijn raadsman om een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel;
  • een uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) betreffende veroordeelde van 9 september 2024;
  • het adviesrapport van 4 november 2025 van P.I. Veenhuizen.
De rechtbank heeft op 14 november 2025 de officier van justitie, mr. S. de Bont, veroordeelde, de raadsman van veroordeelde, mr. M.I. L'Ghdas, advocaat in Amsterdam,
en de deskundige [deskundige] (mede opsteller van voornoemd adviesrapport), verbonden aan de P.I. Veenhuizen, op de openbare terechtzitting gehoord.

2.Beoordeling

Verloop van het ISD-traject
Uit het adviesrapport van de P.I. Veenhuizen blijkt dat de ISD-maatregel op 14 januari 2025 is aangevangen. Het doel van de ISD-maatregel is enerzijds het voorkomen van recidive door middel van insluiting en anderzijds gedragsbeïnvloeding door middel van gerichte interventies. Als blijkt dat veroordeelde kan terugkeren naar zijn land van herkomst, in dit geval Algerije, is de ISD-VRIS tevens gericht op repatriëring naar dit land. Veroordeelde heeft een inreisverbod opgelegd gekregen voor de duur van twee jaren. Er is een lopend onderzoek naar de identiteit en nationaliteit van de veroordeelde en zodra dit is vastgesteld zal de veroordeelde terugkeren naar Algerije.
Het advies van de P.I. Veenhuizen is om de maatregel voort te zetten Binnen de ISD-VRIS inrichting kan veroordeelde deelnemen aan interventies gericht op het aanleren van vaardigheden om zich in het land van herkomst beter staande te kunnen houden. Daarnaast biedt de ISD-VRIS inrichting hulp en behandeling op het gebied van verslaving, psychische en/of lichamelijke problematiek. Deze behandelmogelijkheden met als doel om het recidiverisico te verminderen zijn nog niet volledig benut. Deze mogelijkheden zijn enigszins beperkt door de taalbarrière, maar een reden hiervoor is ook dat de veroordeelde zich niet welwillend opstelt. Gesprekken met Terwille verslavingszorg (hierna: Terwille) heeft veroordeelde niet aanvaard, hij geeft aan dat hij niet verslaafd is en deze gesprekken niet nodig heeft. Hier zijn wel zorgen omdat veroordeelde bij binnenkomst in Justitieel Complex Zaanstad positief scoorde op zijn urinecontrole (cocaïne). Daarnaast wil veroordeelde zijn plannen over huisvesting in Algerije niet delen of zijn plannen over het verkrijgen van werk en inkomen. De veroordeelde werkt niet mee aan terugkeer naar zijn land van herkomst (Algerije). Door het inreisverbod is het verblijf van veroordeelde in Nederland onrechtmatig, waardoor hij geen aanspraak kan maken op enige sociale voorzieningen. Indien de voortzetting van de ISD-maatregel nu wordt opgeheven, is de kans groot dat veroordeelde zal verdwijnen in de illegaliteit. Dit terwijl de kans op recidive onverminderd hoog is.
De deskundige heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd. Daarnaast heeft de deskundige aangevuld dat veroordeelde recent heeft aangegeven dat hij wil meewerken aan interventies van Terwille.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat de voortzetting van de ISD-maatregel niet strookt met het opportuniteitsbeginsel, omdat de veroordeelde enkel een kale detentie zit. De raadsman heeft hierbij verzocht om een termijn voor drie maanden om de terugkeer van de veroordeelde naar zijn land van herkomst te bewerkstelligen. Indien dit niet binnen drie maanden is gelukt, dient de ISD-maatregel opgeheven te worden.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 Sr is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte.
Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde op de openbare zitting stelt de rechtbank vast dat veroordeelde onrechtmatig in Nederland verblijft en moet terugkeren naar Algerije. Tot nu toe heeft veroordeelde geen medewerking willen verlenen aan terugkeer naar Algerije en is veroordeelde ook niet van plan om hier in de toekomst wel aan mee te werken, terwijl de Dienst Terugkeer en Vertrek nog steeds onderzoek doet naar de identiteit van veroordeelde en bezig is met de aanvraag van een laissez-passer. Tegen de achtergrond hiervan is het noodzakelijk om de ISD-maatregel voort te zetten om het als hoog ingeschatte recidiverisico te doen verminderen en om de maatschappij optimaal te beschermen. De rechtbank wil – ter beveiliging van de maatschappij en gelet op zijn verblijfsstatus – voorkomen dat veroordeelde bij een beëindiging van de ISD-maatregel illegaal op straat zal belanden. Veroordeelde kan namelijk geen aanspraak maken op sociale voorzieningen, heeft geen werk of woning en er zijn zorgen over mogelijke verslavingsproblemen. Daarbij zijn de mogelijke interventies binnen de ISD-maatregel nog niet volledig benut, terwijl de rechtbank deze interventies noodzakelijk acht om het recidivegevaar te verminderen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de raadsman voor het stellen van een termijn van drie maanden afwijzen.
Daarom wordt als volgt beslist.
Gezien artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering.
Beslissing
De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.
Deze beslissing is gegeven door
mr. E. van den Brink, voorzitter,
mrs. P.K. Oosterling - van der Maarel en C.C.J. Maas-van Es, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 november 2025.