Op 28 augustus 2025 werd verdachte samen met medeverdachten betrokken bij de diefstal van een portemonnee van een 91-jarig slachtoffer in Amstelveen. De rechtbank sprak verdachte vrij van twee andere tenlastegelegde diefstallen wegens onvoldoende bewijs.
De bewezenverklaring berust op camerabeelden, verklaringen van medeverdachten en de aangifte van het slachtoffer. De rechtbank oordeelde dat sprake was van medeplegen, gezien het vooropgezette plan en de samenwerking bij het wegnemen van de portemonnee.
Verdachte ontkende de diefstal, maar haar verklaringen werden niet geloofd. De rechtbank legde een gevangenisstraf van vier maanden op, mede vanwege de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en het ontbreken van verantwoordelijkheid van verdachte.
De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd toegewezen voor een bedrag van €192,05, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel. Verzoeken tot opheffing of schorsing van voorlopige hechtenis werden afgewezen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de andere tenlastegelegde feiten en wees de schadevergoedingsvorderingen van de andere benadeelden af wegens onvoldoende bewijs.