De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over het gebruik van een dakterras dat grenst aan het gehuurde pand. De verhuurder verhuurt sinds 2007 een woning aan de huurder, waarbij het dakterras aan een aangrenzend pand ligt en volgens de huurovereenkomst niet tot het gehuurde behoort. De huurder gebruikte het dakterras echter als terras met meubels en plantenbakken.
De verhuurder wenst het aangrenzende pand te verkopen en sommeert de huurder het dakterras te ontruimen. De huurder betwist dat het dakterras niet tot het gehuurde behoort en stelt dat het gebruik daarvan in de huurprijs is verdisconteerd en dat de verhuurder toestemming heeft gegeven.
De kantonrechter oordeelt dat het dakterras bouwkundig en juridisch geen onderdeel is van het gehuurde en dat het gebruik ervan door de verhuurder is gedoogd, zonder dat er een recht van gebruik is ontstaan. De primaire vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen, maar de subsidiaire vordering tot ontruiming van het dakterras wordt toegewezen. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 7 dagen, met een dwangsom van €100 per dag, gemaximeerd op €5.000. Tevens wordt de huurder veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.