Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 17 december 2024, met producties,
- de conclusie van antwoord, tevens houdende conclusie van eis in reconventie, met producties,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- de akte overlegging producties 40 tot en met 44 van [eiser] ,
- het tussenvonnis van 14 mei 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 4 september 2025 en de daarin genoemde stukken.
3.De feiten
4.De vorderingen
5.De beoordeling
vasthonorarium afgesproken. Dat honorarium is dus niet gebaseerd op gewerkte uren of dagen. Dat [eiser] niet zou hebben voldaan aan haar verplichtingen onder de overeenkomst, wat zij betwist, doet niet af aan het bestaan van die rechtsgrond. Dat betekent dat de betaling van € 1.520,52 niet als onverschuldigd kan worden teruggevorderd.