Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
24 maart 2025 tot en met 12 juli 2025 in Amsterdam;
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Op 24 maart 2025, 3 april 2025, 10 april 2025 en 17 april 2025 vonden in Amsterdam bedrijfsinbraken plaats bij respectievelijk: [bedrijf 1] [bedrijf 2] [bedrijf 3] en [bedrijf 4] . Bij alle inbraken is een gelijke modus operandi gebruikt. De dader is telkens met een fiets aangekomen bij de plaats delict, krijgt toegang tot de bedrijfspanden door het openbreken van sleutelkastjes en maakt gebruik van de daarbij buit gemaakte sleutel(s) en steelt sleutels en kleine elektronische apparaten.
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen dat de verdachte deze vier bedrijfsinbraken heeft gepleegd.
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen.
De rechtbank oordeelt op basis van de in
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen dat verdachte de op 16 april 2025 gepleegde inbraak alleen heeft gepleegd en de op 17 april 2025 gepleegde inbraak met anderen heeft gepleegd. Het volgende is hiervoor redengevend.
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen dat verdachte de hier ten laste gelegde inbraak heeft gepleegd. De rechtbank overweegt daartoe dat sprake is van een dader die komt aanfietsen en na het forceren van een schuifdeur het pand betreedt met een tas en met een tas het pand weer verlaat, waarna het bedrijf IT hardware mist. Verdachte is door verbalisanten herkend op camerabeelden.
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen dat verdachte deze onder 5 ten laste gelegde diefstal heeft gepleegd. De rechtbank overweegt daartoe dat er camerabeelden van de hal van het wooncomplex zijn van 12 juli 2025 omstreeks 00:58 uur, waarop verdachte door meer verbalisanten is als degene die komt aangefietst, die zich de toegang verschaft tot de hal en uit een pakketje dat daar op een bank ligt een wit doosje wegneemt.
5.De bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Vorderingen benadeelde partij
10.De vordering tot tenuitvoerlegging
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte] ,daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
30 (dertig) maanden.