Op 11 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende een Europees Aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de arrondissementsrechtbank Oldenburg in Duitsland. De zaak betreft de opgeëiste persoon, geboren in Turkije, die wordt verdacht van illegale handel in verdovende middelen. De rechtbank heeft de behandeling van het EAB op 27 november 2025 gehouden, waarbij de officier van justitie, mr. A.L. Wagenaar, aanwezig was en de opgeëiste persoon werd bijgestaan door zijn raadsman, mr. G.W. Wurpel. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak verlengd en de gevangenhouding bevolen, met schorsing tot aan de uitspraak.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de opgeëiste persoon sinds 2015 rechtmatig in Nederland verblijft en dat hij niet zijn recht van verblijf verliest door de opgelegde straf. De rechtbank heeft de mogelijkheid van gelijkstelling met een Nederlander beoordeeld en geconcludeerd dat aan de vereisten voor deze gelijkstelling is voldaan. De rechtbank heeft ook vastgesteld dat de opgeëiste persoon voldoende banden met Nederland heeft, wat zijn maatschappelijke re-integratie bevordert.
Uiteindelijk heeft de rechtbank de overlevering geweigerd op basis van artikel 6a van de Overleveringswet, en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf in Nederland bevolen. De rechtbank heeft de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf bevolen. De uitspraak is openbaar uitgesproken en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze beslissing.