Op 28 oktober 2025 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van poging tot doodslag en zware mishandeling op 24 februari 2024 en bedreiging in de periode van juli 2022 tot oktober 2023.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het eerste feit, de poging tot doodslag en zware mishandeling, omdat het bewijs onvoldoende was om met redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte opzettelijk met een mes heeft gestoken. De verklaringen van aangever en verdachte waren tegenstrijdig en de camerabeelden boden geen duidelijkheid over de precieze handelingen. Er was sprake van een worsteling waarbij beide partijen gewond raakten.
Voor het tweede feit, bedreiging met woorden als "ik maak je dood" richting aangeefster, achtte de rechtbank het bewijs wel overtuigend. De verklaring van aangeefster werd ondersteund door een getuige en de eigen bekentenis van verdachte dat hij soms terugschold. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van één week, rekening houdend met zijn meewerkende houding en verminderde toerekeningsvatbaarheid.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen omdat er geen straf of maatregel was opgelegd voor het feit waarop de vordering was gebaseerd. De rechtbank beval tevens de teruggave van het in beslag genomen zakmes aan verdachte.