De werknemer was sinds 1 juni 2025 in dienst bij HSS ROKIN op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 23 juli 2025 ontving hij een ontslagbrief waarin sprake was van beëindiging per die datum, maar ook van een opzegtermijn tot 31 augustus 2025. De werkgever stelde later dat sprake was van ontslag op staande voet, maar de kantonrechter oordeelde dat de werknemer het ontslag mocht begrijpen als een reguliere opzegging met opzegtermijn.
De kantonrechter stelde vast dat de werkgever geen geldige ontslagvergunning had en onvoldoende onderbouwing gaf voor een dringende reden voor ontslag op staande voet. De gedragsrapportage en verklaringen van collega’s toonden geen concreet incident dat een onverwijld ontslag rechtvaardigde. Hierdoor was de opzegging onrechtmatig.
De werknemer berustte in het einde van de arbeidsovereenkomst per 31 augustus 2025, maar het loon over augustus 2025 was niet betaald. De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van het achterstallige loon, inclusief wettelijke verhoging en rente, en tot het verstrekken van loonstroken en een eindafrekening.
Daarnaast werd een billijke vergoeding van €30.000 toegekend wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, mede omdat de werknemer zonder geldige reden zonder loon werd ontslagen. Ook werd een transitievergoeding van €601,30 toegewezen, berekend vanaf de startdatum van de werkzaamheden bij het restaurant. De gevorderde buitengerechtelijke kosten werden afgewezen, maar de proceskosten werden aan de werkgever opgelegd.