ECLI:NL:RBAMS:2026:104
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.Ş. Doğan
- A.M. Grüschke
- C.C.J. Maas-van Es
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot uitkering ontnemingsmaatregel aan benadeelde derde
Het gerechtshof Amsterdam heeft aan de veroordeelde een ontnemingsmaatregel opgelegd van € 1.289.628,16, onherroepelijk geworden in juni 2022. De verzoekster, die schade heeft geleden door toedoen van de veroordeelde, verzoekt op grond van artikel 6:6:26 Sv Pro om uitkering van de geïncasseerde en nog te incasseren gelden uit deze maatregel.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster niet als benadeelde partij in de strafzaak is gevoegd, maar wel als benadeelde kan worden aangemerkt in deze procedure. Het wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde is grotendeels afkomstig van de benadeling van verzoekster.
Het Openbaar Ministerie stemt in met de uitkering van het bedrag van € 1.284.628,16 aan verzoekster. De rechtbank besluit daarom het verzoek toe te wijzen en beveelt uitkering van de gelden aan verzoekster.
De executie van de ontnemingsmaatregel is overgedragen aan de deurwaarder, waarbij het openstaande bedrag per december 2025 € 1.244.578,16 bedraagt, mede door beslag op inkomen. De rechtbank acht de uitkering aan verzoekster passend en rechtvaardig.
De beslissing is genomen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 13 januari 2026.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot uitkering van de ontnemingsmaatregel aan de benadeelde derde toe.