ECLI:NL:RBAMS:2026:1053

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
11610228 \ CV EXPL 25-4812 - E
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:96 lid 2 onder c BWArt. 6:277 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Procedurekostenveroordeling en schadevergoeding wegens ontbinding koopovereenkomst versnellingsbak

In deze civiele procedure vordert eiser schadevergoeding en terugbetaling van het aankoopbedrag van een versnellingsbak die door gedaagde Penders was geleverd. De rechtbank heeft de koopovereenkomst ontbonden en Penders veroordeeld tot terugbetaling van het aankoopbedrag.

Eiser heeft zijn eis uitgebreid met een schadevergoeding van € 4.294,00 wegens waardeverlies van de auto die zonder de juiste versnellingsbak werd verkocht. Hij onderbouwde dit met waardebepalingen van autoverkopers en stelde ook buitengerechtelijke kosten en andere gemaakte kosten te vorderen.

Penders betwist de staat van de auto en de schadeberekening. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is aangetoond dat eiser schade heeft geleden door ontbinding van de overeenkomst, mede omdat de auto mogelijk niet in reguliere conditie was en de kosten voor een juiste versnellingsbak in mindering moeten worden gebracht.

Wel worden de buitengerechtelijke kosten toegewezen tot het maximum volgens het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten (€ 515,00). Daarnaast wordt Penders veroordeeld in de proceskosten van € 1.217,54. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Penders wordt veroordeeld tot terugbetaling, betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten, maar de schadevergoeding wegens waardeverlies wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11610228 \ CV EXPL 25-4812
Vonnis van 15 januari 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: [gemachtigde eiser] (S&A Juristen),
tegen
ALTIJD RAAK PENDERS B.V.,
gevestigd te Vlaardingen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Penders,
gemachtigde: [gemachtigde gedaagde] (Narecht Advocaten).

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 september 2025 met de daarin genoemde stukken,
- de akte van [eiser] ,
- de antwoordakte van Penders.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In voornoemd tussenvonnis is de overeenkomst met betrekking tot de versnellingsbak tussen partijen ontbonden en is Penders veroordeeld tot terugbetaling van het aankoopbedrag. Iedere verdere beslissing is aangehouden omdat [eiser] op de mondelinge behandeling zijn eis heeft vermeerderd en op verzoek van partijen een nadere schriftelijke ronde heeft plaatsgevonden.
2.2.
[eiser] heeft op de mondelinge behandeling zijn eis vermeerderd in die zin dat hij naast terugbetaling van het aankoopbedrag en vergoeding van buitengerechtelijke kosten, ook € 4.294,00 aan schadevergoeding vordert. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat hij de auto inmiddels zonder versnellingsbak heeft verkocht voor € 2.706,00, terwijl de auto met de juiste versnellingsbak € 7.000,00 zou opleveren. Het verschil is schade waarvoor Penders aansprakelijk is, aldus [eiser] .
2.3.
[eiser] is in de gelegenheid gesteld om dit deel van de vordering nader te onderbouwen. Voor toekenning van een schadevergoeding wegens tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst op grond van artikel 6:277 BW Pro, dan wel artikel 6:74 BW Pro, is vereist dat vast komt te staan dat [eiser] schade heeft geleden doordat geen nakoming, maar ontbinding van de koopovereenkomst plaatsvond.
2.4.
[eiser] heeft van drie websites van autoverkopers waardebepalingen in het geding gebracht, te weten € 8.500,–, € 4.743 en € 4.154,–. Hij stelt dat hij de auto voor € 2.706,– verkocht heeft, zodat dat volgens hem nog afgetrokken moet worden en de schade wegens waardeverlies/gederfde winst uitkomt op primair € 5.794,– , subsidiair € 2.037,– en meer subsidiair € 1.448,–. Verder voert hij steeds de kosten voor (de)montagekosten, vaste lasten voor verzekering en motorrijtuigenbelasting, benzinekosten ophalen versnellingsbak en vervangend vervoer met deelauto op met een totale waarde van € 1.376,83.
2.5.
Penders betwist dat de auto in goede staat verkeerde, alleen al omdat de auto een nieuwe versnellingsbak nodig had. Verder betwist Penders – kort gezegd – de berekening.
2.6.
[eiser] heeft betoogd dat als de tekortkoming was uitgebleven hij de auto voor een betere prijs kunnen verkopen. In dit geval is de tekortkoming het leveren van een verkeerde versnellingsbak. Als die tekortkoming was uitgebleven, had [eiser] ook de kosten voor de – juiste – versnellingsbak moeten maken, voordat hij zijn auto kon verkopen voor een van de door hem genoemde prijzen. [eiser] vond kennelijk dat € 3.900,– voor een versnellingsbak een juiste prijs was, zodat die investering in de auto nog in mindering moet worden gebracht op de door [eiser] genoemde bedragen voor waardeverlies/gederfde winst. Met Penders wordt verder geoordeeld dat onvoldoende onderbouwd is dat de auto afgezien van de versnellingsbak in een reguliere conditie was, zodat niet vast komt te staan dat [eiser] het primair gestelde hoogste verkoopbedrag kon behalen. Wellicht kon hij wel het verkoopbedrag realiseren dat aan het subsidiaire of meer subsidiaire gevorderde schadebedrag ten grondslag ligt. Maar met aftrek van de hiervoor genoemde € 3.900,– valt de schade negatief uit, zodat [eiser] niet genoeg gesteld heeft dat hij schade heeft geleden doordat de overeenkomst niet is nagekomen maar ontbonden.
2.7.
Dat ligt anders voor gemaakte buitengerechtelijke kosten. [eiser] vordert namelijk ook de redelijk gemaakte kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 lid 2 onder Pro c BW. De kantonrechter stelt vast dat de [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die verder gaan dan de gebruikelijke werkzaamheden waar de proceskosten voor zijn bedoeld. Onbetwist heeft [eiser] verder gesteld dat zijn gemachtigde ook na roldatum met de gemachtigde van Penders gecorrespondeerd en gebeld hebben om tot een minnelijke oplossing te komen. Voor de hoogte van deze kosten wordt aansluiting gezocht bij het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Het primair gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten is hoger dan het in het Besluit genoemde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot in het Besluit genoemde tarief, te weten € 515,00 exclusief btw.
2.8.
Penders is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
677,50
(2,5 punten × € 271,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.217,54

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt Penders tot betaling aan [eiser] van de buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 515,00,
3.2.
veroordeelt Penders in de proceskosten van € 1.217,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis,
3.3.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.
58984