ECLI:NL:RBAMS:2026:115
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging termijn feitelijke overlevering wegens ontbreken overeengekomen datum
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot verlenging van de termijn voor feitelijke overlevering van een opgeëiste persoon aan Polen. De uitvaardigende justitiële autoriteit had om overlevering verzocht voor een vrijheidsstraf van anderhalf jaar. Op 10 december 2025 was de termijn voor feitelijke overlevering tijdelijk opgeschort wegens ernstige humanitaire redenen.
De officier van justitie vorderde op 5 januari 2026 verlenging van de termijn met maximaal dertig dagen, stellende dat de humanitaire redenen niet meer bestonden en dat de opgeëiste persoon in Polen behandeld kon worden. De raadsman betoogde dat zijn cliënt ernstige pijnklachten heeft en een euthanasiewens, waarvoor in Polen geen voorziening is.
De rechtbank oordeelde dat de vordering tot verlenging van de termijn feitelijke overlevering moest worden afgewezen omdat geen nieuwe datum was overeengekomen met de uitvaardigende justitiële autoriteit, zoals vereist volgens artikel 35 lid 3 OLW Pro. Wel werd de vrijheidsbeneming op grond van artikel 34 OLW Pro met 30 dagen verlengd. Een oordeel over mogelijke beletselen op grond van artikel 36 OLW Pro werd aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de termijn voor feitelijke overlevering af wegens ontbreken van een overeengekomen datum, maar verlengt de vrijheidsbeneming met 30 dagen.