ECLI:NL:RBAMS:2026:115

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
13-248778-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 OLWArt. 35 OLWArt. 36 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging termijn feitelijke overlevering wegens ontbreken overeengekomen datum

De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot verlenging van de termijn voor feitelijke overlevering van een opgeëiste persoon aan Polen. De uitvaardigende justitiële autoriteit had om overlevering verzocht voor een vrijheidsstraf van anderhalf jaar. Op 10 december 2025 was de termijn voor feitelijke overlevering tijdelijk opgeschort wegens ernstige humanitaire redenen.

De officier van justitie vorderde op 5 januari 2026 verlenging van de termijn met maximaal dertig dagen, stellende dat de humanitaire redenen niet meer bestonden en dat de opgeëiste persoon in Polen behandeld kon worden. De raadsman betoogde dat zijn cliënt ernstige pijnklachten heeft en een euthanasiewens, waarvoor in Polen geen voorziening is.

De rechtbank oordeelde dat de vordering tot verlenging van de termijn feitelijke overlevering moest worden afgewezen omdat geen nieuwe datum was overeengekomen met de uitvaardigende justitiële autoriteit, zoals vereist volgens artikel 35 lid 3 OLW Pro. Wel werd de vrijheidsbeneming op grond van artikel 34 OLW Pro met 30 dagen verlengd. Een oordeel over mogelijke beletselen op grond van artikel 36 OLW Pro werd aangehouden.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de termijn voor feitelijke overlevering af wegens ontbreken van een overeengekomen datum, maar verlengt de vrijheidsbeneming met 30 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Internationale rechtshulpkamer

Parketnummer : 13-248778-25
Afwijzing vordering artikel 35, derde lid, tweede deel van vierde volzin, OLW (verlenging termijn voor feitelijke overlevering).
De uitvaardigende justitiële autoriteit van Polen heeft om overlevering verzocht van de opgeëiste persoon:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats] (Polen),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[BRP-adres] ,
nu gedetineerd in [penitentiaire inrichting] ,
Raadsman mr. V.T.E. Kuijpers

Procedure

Op 3 december 2025 heeft de rechtbank de overlevering van opgeëiste persoon toegestaan aan Polen voor de tenuitvoerlegging van een vrijehdisstraf voor de duur van één jaar en 6 maanden.
Bij beslissing van de rechtbank van 10 december 2025 is de termijn van feitelijke overlevering op verzoek van de raadsman van de opgeëiste persoon tijdelijk opgeschort wegens ernstige humanitaire redenen op grond van artikel 35 derde Pro lid, eerste volzin OLW. Tevens is op die datum de vrijheidsbeneming verlengd op grond van artikel 34 OLW Pro.
Bij beslissing van de rechtbank van 10 december 2025 is een beslissing over artikel 36 OLW Pro aangehouden.

Standpunt officier van justitie artikel 35 OLW Pro

De officier van justitie heeft op 5 januari 2025 op grond van artikel 35, derde lid, vierde volzin OLW gevorderd dat de termijn voor feitelijke overlevering met maximaal dertig dagen wordt verlengd, omdat naar het oordeel van de officier van justitie de ernstige humanitaire redenen niet meer bestaan. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat de mentale gesteldheid van de opgeëiste persoon geen reden is om niet over te leveren. Hij kan ook in Polen behandeld worden. Hetzelfde geldt voor de wens tot euthanasie, die kan hij ook in Polen neerleggen. De specifieke zorg in Nederland is hier niet voor nodig.
De officier van justitie is met de uitvaardigende justitiële autoriteit nog geen nieuwe datum overeengekomen die valt binnen de te verlengen termijn (art. 35 lid Pro 3, tweede deel van vierde volzin).
De tijdelijke opschorting van de termijn voor de feitelijke overlevering moet naar het oordeel van de officier van justitie wel worden beëindigd. Tevens heeft de officier van justitie (bij afzonderlijke vordering) gevorderd dat op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW de vrijheidsbeneming met 30 dagen wordt verlengd.

Standpunt raadsman artikel 35 OLW Pro

De raadsman voert aan dat zijn cliënt constante pijnen heeft, en daarom een euthanasie-wens heeft. De Poolse wet voorziet daar niet in. Cliënt heeft deze woensdag een afspraak bij de psychiater en een afspraak bij een arts voor zijn pijnklachten. De advocaat concludeert tot afwijzing van de vordering van de officier van justitie.

Standpunt officier van justitie artikel 36 OLW Pro

De officier van justitie noemt twee Nederlandse zaken waarin de opgeëiste persoon verdachte is, die mogelijk een beletsel kunnen zijn als bedoeld in artikel 36 lid 1 OLW Pro. Ten aanzien van de amfetamine-zaak (parketnummer 10-138405-25) geldt dat deze op zitting gepland stond, maar is ingetrokken. Daar moet nog een nieuwe zittingsdatum voor komen. De fraudezaak is voor de officier van justitie niet zichtbaar.

Standpunt raadsman artikel 36 OLW Pro

De raadsman stelt zich op het standpunt dat er een beletsel is als bedoeld in artikel 36 lid 1 OLW Pro. Er zijn twee lopende strafzaken in Nederland. Een amfetamine-zaak (parketnummer 10-138405-25), en een fraudezaak. Op 9 januari 2026 zal de opgeëiste persoon worden gehoord in de fraudezaak. Daarvan is nog geen parketnummer of dossier bekend.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat, reeds omdat er geen datum is overeengekomen met de uitvaardigende justitiële autoriteit, zoals vereist op grond van artikel 35 lid Pro 3, tweede deel van de vierde volzin, reden is om de vordering van de officier van justitie af te wijzen.
Er is dus nog steeds sprake van opschorting van de in artikel 35, eerste lid, OLW bedoelde termijn. De rechtbank zal de gevorderde verlenging van de vrijheidsbeneming op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, OLW met 30 dagen verlengen.
Omdat de termijn voor feitelijke overlevering is opgeschort op grond van artikel 35, lid 1 OLW, is er geen aanleiding om thans een oordeel te geven over artikel 36 lid 1 OLW Pro.

Beslissing

De rechtbank:

WIJST AF de vordering ex artikel 35, derde lid, vierde volzin OLW;

VERLENGTde vrijheidsbeneming op grond van artikel 34, eerste lid, OLW met 30 dagen.
Deze beslissing is genomen op 07 januari 2026 door
mr. E.M. de Bie rechter,
en in tegenwoordigheid van D. Vermeulen griffier.