ECLI:NL:RBAMS:2026:1242

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
11828517 \ KK EXPL 25-518
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 843a RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding en proceskosten tegen gemeente Amsterdam

Eiser vordert van de gemeente Amsterdam een voorschot op schadevergoeding, een voorschot op proceskostenvergoeding, herstel van zijn bestaanszekerheid en proceskostenveroordeling. De kantonrechter besluit eerst procedurele punten, waaronder het niet toelaten van laat ingediende stukken vanwege schending van de goede procesorde, maar staat een wijziging van de vorderingen toe.

De kantonrechter oordeelt dat de vorderingen onvoldoende aannemelijk zijn en dat het spoedeisend belang ontbreekt. De stellingen van eiser richten zich vooral op een andere instantie, HVO Querido, waarvoor de gemeente niet aansprakelijk is. De ontruiming van de woning is geen actie van de gemeente. Ook de afwijzing van bijzondere bijstand kan niet in deze procedure worden vastgesteld, omdat daarvoor een bestuursrechtelijke route openstaat.

Daarom worden alle vorderingen afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van de gemeente Amsterdam, inclusief wettelijke rente en kosten van betekening. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is mondeling uitgesproken door de kantonrechter.

Uitkomst: Alle vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11828517 \ KK EXPL 25-518
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 22 januari 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
GEMEENTE AMSTERDAM,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente Amsterdam,
gemachtigde: mr. P.H.A. Bonenkamp.
De zaak wordt behandeld door mr. J.P.C. van Dam van Isselt, kantonrechter, bijgestaan door mr. D.C. Vink als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser] , vergezeld door zijn zus
- [naam 1]
- [naam 2]
- mr. P.H.A. Bonenkamp, gemachtigde van de gemeente Amsterdam.
De volgende stukken zijn op de zitting aan het procesdossier toegevoegd:
- de conclusie van antwoord van de gemeente Amsterdam, met producties.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
De kantonrechter beslist eerst op een aantal procedurele punten. De stukken die [eiser] op 19 januari 2026 heeft ingediend als reactie op de conclusie van antwoord van de gemeente Amsterdam zullen niet worden toegevoegd aan het procesdossier, omdat de gemeente Amsterdam daarvan geen kennis heeft kunnen nemen. De kantonrechter begrijpt dat het lastig is voor [eiser] om vanuit detentie stukken tijdig aan de wederpartij toe te sturen. Maar de gemeente Amsterdam heeft bezwaar gemaakt tegen het toevoegen van de stukken aan het dossier en de omvang van de stukken is zodanig dat tijdens de zitting onvoldoende tijd is voor de gemeente Amsterdam om deze door te nemen en hierop te kunnen reageren. De kantonrechter heeft [eiser] tijdens de zitting wel in de gelegenheid gesteld om te reageren op de conclusie van antwoord van de gemeente Amsterdam, om zijn vorderingen aan te passen en om deze gewijzigde vorderingen toe te lichten. Hierdoor is [eiser] niet in zijn belangen geschaad. De kantonrechter beslist dan ook om de stukken niet toe te laten, omdat dit in strijd is met de goede procesorde en omdat [eiser] met deze beslissing niet in zijn belangen wordt geschaad.
1.2.
De wijziging van de vorderingen van [eiser] zal de kantonrechter toestaan. Deze heeft de gemeente Amsterdam kunnen bestuderen en zij is in de gelegenheid gesteld er op te reageren. [eiser] vordert, na eiswijziging:
1.2.1.
dat de gemeente Amsterdam wordt veroordeeld tot het betalen van een voorschot op een schadevergoeding;
1.2.2.
dat de gemeente Amsterdam wordt veroordeeld tot het betalen van een voorschot op een vergoeding van de proceskosten die gemoeid zijn met het starten van een bodemprocedure tegen de gemeente Amsterdam;
1.2.3.
dat de gemeente Amsterdam wordt veroordeeld tot herstel van zijn bestaanszekerheid;
1.2.4.
veroordeling van de gemeente Amsterdam in de proceskosten.
1.3.
De vordering om op grond van artikel 843a Rv van de gemeente Amsterdam inzage te vragen in de logs van Microsoft heeft [eiser] tijdens de zitting ingetrokken. De kantonrechter zal hierna beslissen op de overige gewijzigde vorderingen.
1.4.
Voor zover de kantonrechter had moeten beslissen op de gevorderde verklaringen voor recht, was [eiser] hierin niet ontvankelijk verklaard omdat dergelijke vorderingen zich niet lenen voor een beoordeling in een kort gedingprocedure. De vordering tot herstel in zijn bestaanszekerheid is te onbepaald om op te kunnen beslissen. Het is zeer de vraag of deze vordering beoordeeld kan worden in een bodemprocedure. [eiser] wordt wat deze vordering betreft niet ontvankelijk verklaard.
1.5.
Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De kantonrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de kantonrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen.
1.6.
Het spoedeisend belang wordt gemotiveerd betwist door de gemeente Amsterdam. De kantonrechter betwijfelt of [eiser] een spoedeisend belang heeft bij hetgeen hij heeft gevorderd. Voor zover al sprake is van een spoedeisend belang, concludeert de kantonrechter tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] . Daarvoor is het volgende van belang.
1.7.
De aard van een kort geding brengt mee dat alleen een voorlopige voorziening kan worden getroffen, en dat een dergelijke voorziening alleen kan worden toegewezen als voldoende aannemelijk is dat de kantonrechter de vordering in een bodemprocedure zou toewijzen. In een kort gedingprocedure is geen ruimte voor nadere bewijslevering of verdere uitwisseling van stukken.
1.8.
De kantonrechter acht het niet waarschijnlijk dat de vorderingen van [eiser] in een bodemprocedure worden toegewezen. Ondanks de toelichting van [eiser] tijdens de zitting en vragen daarover van de kantonrechter is onvoldoende duidelijk geworden wat [eiser] precies heeft gezegd en bedoeld heeft te zeggen. En op de stellingen van [eiser] heeft de gemeente Amsterdam gemotiveerd verweer gevoerd.
1.9.
Ten aanzien van het gevorderde voorschot op een schadevergoeding, waaronder de kantonrechter ook de oorspronkelijk gevorderde immateriële schadevergoeding schaart, overweegt de kantonrechter als volgt. De stellingen die [eiser] aan deze vordering ten grondslag legt, richten zich met name op HVO Querido, de instantie die [eiser] verwijten maakt. De gemeente Amsterdam heeft toegelicht dat zij niet gelijk gesteld kan worden aan HVO Querido. Ook heeft de gemeente Amsterdam gemotiveerd betwist dat zij toezichthouder is van HVO Querido, zodat zij ook in dat opzicht niet aansprakelijk gesteld kan worden voor de door [eiser] gestelde schade. Gelet hierop kan de kantonrechter in dit kort geding dan ook niet vaststellen dat de gemeente Amsterdam gelijk te stellen is aan HVO Querido of dat zij voor deze instelling verantwoordelijk is. De ontruiming van de woning van [eiser] is niet een actie van de gemeente Amsterdam, dus daarvoor kan zij niet verantwoordelijk worden gehouden. Deze vordering zal dan ook worden afgewezen.
1.10.
Ten aanzien van het gevorderde voorschot op een vergoeding van de proceskosten, overweegt de kantonrechter als volgt. Het verwijt dat [eiser] de gemeente Amsterdam maakt, is dat zij bijzondere bijstand heeft afgewezen. Dit kan echter niet worden vastgesteld in deze procedure, omdat een onderbouwing daarvan ontbreekt. Voorts staat voor een dergelijke kwestie een bestuursrechtelijke procesgang open. Er is dan ook niet gebleken dat de gemeente Amsterdam aansprakelijk is voor enige schade aan de kant van [eiser] wegens het weigeren van bijzondere bijstand. Ook deze vordering wordt daarom afgewezen.
1.11.
Dit betekent dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen. [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen, en de wettelijke rente daarover. De proceskosten van gemeente Amsterdam worden begroot op:
- salaris advocaat
543,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
678,00

2.De beslissing

De kantonrechter
2.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
2.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 678,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
2.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. J.P.C. van Dam van Isselt en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.