De zaak betreft een vordering van Stichting Sint Franciscus Groep tegen een gedaagde die op 6 augustus 2022 met een spoedverwijzing op de spoedeisende hulp is opgenomen. De eisende partij stelde dat de acute spoedopname het onmogelijk maakte om vooraf informatie te geven over de prijs van de medische behandeling, en dat de zorgplicht prevaleert.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel de acute spoedopname het vooraf informeren over de prijs bemoeilijkte, dit niet betekent dat het prijsbeding per definitie eerlijk is. Zodra de medische toestand van de patiënt het toeliet, had de eisende partij alsnog informatie moeten verstrekken over de te verwachten kosten, ook al was dit slechts een benadering.
Omdat niet was gesteld of gebleken dat de eisende partij tijdig prijsinformatie had verstrekt na de spoedbehandeling, bleef het prijsbeding onder de gegeven omstandigheden oneerlijk en moest het buiten toepassing blijven. Het verzoek om de gevolgen van vernietiging van het beding te matigen op grond van redelijkheid en billijkheid werd afgewezen. De vordering werd afgewezen en de eisende partij werd veroordeeld in de proceskosten.