Op 15 januari 2025 veroorzaakte de verdachte een dodelijk verkeersongeval in Amsterdam-Centrum. Hij reed met een bedrijfsauto tegen de rijrichting in op het fietspad, sloeg zonder richting aan te geven rechtsaf naar een voetgangersoversteekplaats en reed vervolgens linksaf de rijbaan op, waarbij hij een voetganger aanreed die ter plaatse overleed.
De officier van justitie stelde dat verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend had gedragen, wat leidde tot het ongeval. Verdachte erkende de gedragingen maar voerde aan dat hij voorzichtig had gereden en dat het een moment van onoplettendheid betrof. De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust de verkeersregels overtrad en onvoldoende oplettend was, ondanks goed zicht en voldoende tijd om de voetganger te zien.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte schuld had aan het ongeval en veroordeelde hem tot 240 uur taakstraf met een vervangende hechtenis van 120 dagen bij niet-naleving, en een rijontzegging van één jaar waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De straf houdt rekening met de ernst van het feit, de gevolgen voor het slachtoffer en nabestaanden, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.