ECLI:NL:RBAMS:2026:1463

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
13/292652-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens witwassen en georganiseerde diefstal

De rechtbank Amsterdam heeft op 27 januari 2026 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Luxemburgse justitiële autoriteit. De opgeëiste persoon, geboren in 1979 en met Montenegrijnse nationaliteit, werd verdacht van witwassen van opbrengsten van misdrijven en georganiseerde of gewapende diefstal.

Tijdens de zitting van 13 januari 2026 waren zowel de raadsman van de opgeëiste persoon als de officier van justitie het eens dat er geen weigeringsgronden waren die de overlevering in de weg stonden. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak met dertig dagen verlengd en de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat de strafbare feiten in Nederland als lijstfeiten zijn erkend, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kon blijven. Gezien het ontbreken van weigeringsgronden heeft de rechtbank de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Luxemburg toe wegens witwassen en georganiseerde diefstal.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/292652-25
Datum uitspraak: 27 januari 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 18 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 27 oktober 2025 door
the Office of the Examining Magistrate of the Luxembourg District Court, Luxemburg (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
nu gedetineerd in het [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 januari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. V.G. Kraal, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Servische taal.
Zowel de raadsman als de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat er geen weigeringsgronden aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staan.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Montenegrijnse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB, gelezen in samenhang met het A-formulier, vermeldt een aanhoudingsbevel van
27 oktober 2025 dat is afgegeven door
the Examining Magistrates Chambers at the District Court of Luxembourg.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Luxemburgs recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
witwassen van opbrengsten van misdrijven;
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Luxemburg een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
7. Beslissing
STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Office of the Examining Magistrate of the Luxembourg District Court, Luxemburg, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 januari 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.