ECLI:NL:RBAMS:2026:1466

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
13/283238-25 (EAB II)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 311 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering aan Hongarije ondanks detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 januari 2026 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Hongarije op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Szeged Regional Court. De opgeëiste persoon werd verdacht van meervoudige diefstal gepleegd door twee of meer verenigde personen en moet een vrijheidsstraf van zes maanden ondergaan.

De verdediging voerde aan dat de detentieomstandigheden in Hongarije, met name in de penitentiaire inrichtingen Tiszalök en Szombathely, onacceptabel zijn en een schending van grondrechten opleveren, gebaseerd op recente rapporten van het Comité ter Preventie van Foltering (CPT). De rechtbank onderzocht deze stellingen en concludeerde dat hoewel er in Tiszalök eerder sprake was van een onveilige situatie, recente rapporten geen actueel algemeen reëel gevaar meer aantonen. Voor Szeged en Szombathely werden geen objectieve, betrouwbare en actuele gegevens gevonden die een algemeen reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling aannemelijk maken.

De rechtbank oordeelde dat artikel 11 van Pro de Overleveringswet, dat overlevering kan weigeren bij risico op schending van fundamentele rechten, hier niet van toepassing is. Het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en er zijn geen andere weigeringsgronden. Daarom wordt de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije toe ondanks bezwaren over detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-283238-25 (EAB 2)
Datum uitspraak: 20 januari 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 6 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 6 februari 2025 door
the Szeged Regional Court,Hongarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon]
geboren op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats] (Hongarije)
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [locatie] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 17 december 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 17 december 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Hongaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2] Tevens heeft de rechtbank de gevangenneming van de opgeëiste persoon bevolen.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit vragen voor te leggen die zijn gesteld in EAB 1 (met parketnummer: 13-283218-25), dat gelijktijdig met dit EAB wordt behandeld.
Zitting van 13 januari 2026
De rechtbank heeft het onderzoek op deze zitting - met instemming van de officier van justitie en de opgeëiste persoon - in gewijzigde samenstelling hervat in de stand waarin het zich bevond op het tijdstip van de schorsing ter zitting van 17 december 2025. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. R.M. Lagerweij, die waarneemt voor mr. D.W.H.M. Wolters, beiden advocaat in Hoofddorp, en door een tolk in de Hongaarse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van
the Szeged District Courtvan 30 november 2020 met kenmerk 7.B.1388/2017/149.
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot dit vonnis heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 6 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
diefstal, meermalen gepleegd;diefstal door twee of meer verenigde personen.

5.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden

Standpunt van de verdediging en de officier van justitie
De raadsvrouw heeft onder verwijzing naar rapporten van
the Comittee for the Prevention of
Torture and Inhuman or Degrading treatment or Punishment(hierna: het CPT), in het bijzonder het rapport van 16 december 2025, aangevoerd dat geen gevolg aan het overleveringsverzoek moet worden gegeven, omdat de detentieomstandigheden in Hongarije onacceptabel zijn. De opgeëiste persoon zal blijkens de door de Hongaarse justitiële autoriteiten verstrekte informatie na overlevering in de penitentiaire inrichting in Szombathely worden geplaatst. Daarmee is echter niet gegarandeerd dat de opgeëiste persoon in een gevangenis zal worden geplaatst waar geen sprake zal zijn van gevaar voor grondrechtenschendingen. Uit de bevindingen van het CPT volgt dat gevangenen in de penitentiaire inrichtingen in Tiszalök en Szombathely worden mishandeld, racistisch en homofoob worden bejegend, worden gefolterd in een isoleercel waar zij tot wel acht uren geboeid en in hun ondergoed worden vastgehouden, en worden bedreigd om te voorkomen dat zij klachten indienen (dan wel om er voor te zorgen dat zij ingediende klachten intrekken) en dat voorts vertrouwelijke post wordt geopend. Verder lijkt het klachtsysteem niet op orde, voldoen de cellen niet aan de daarvoor geldende vereisten en worden medische gegevens niet bijgehouden. Gelet daarop kan op grond van artikel 11 OLW Pro de overlevering niet worden toegestaan. In het licht van de bevindingen van het CPT bestaat voor opgeëiste personen die aan Hongarije worden overgeleverd immers een reëel gevaar voor schendingen van grondrechten die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) zijn neergelegd, aldus de raadsvrouw.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft tot verwerping van het verweer geconcludeerd. Uit de door de Hongaarse autoriteiten verstrekte informatie blijkt dat de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid in de penitentiaire inrichting van Szeged zal worden geplaatst. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat ook de omstandigheden in de penitentiaire inrichting van Szombathely moeten worden getoetst, omdat de opgeëiste persoon mogelijk naar die gevangenis wordt overgeplaatst, dan bestaat ten aanzien van die penitentiaire inrichting geen algemeen reëel gevaar dat gedetineerden aan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld in de zin van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). De passages uit het CPT-rapport waarnaar de raadsvrouw verwijst, geven alleen blijk van incidentele problemen.
Oordeel van de rechtbank
In een eerdere uitspraak van 7 januari 2025 [4] heeft de rechtbank op basis van het rapport van het CPT van 3 december 2024 overwogen dat sprake is van een onveilige situatie in de penitentiaire inrichting van Tiszalök, gelet op de
‘ill-treatment’van gedetineerden door het gevangenispersoneel en het geweld tussen gedetineerden onderling. Daarop heeft de rechtbank geoordeeld dat er voor gedetineerden in de penitentiaire inrichting in Tiszalök een algemeen reëel gevaar bestaat dat zij aan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld in de zin van artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank wijst er verder op dat zij in haar uitspraak van 14 januari 2026 [5] heeft geoordeeld dat, gelet op het CPT-rapport van 16 december 2025, niet langer sprake is van (voldoende) objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens op grond waarvan een algemeen reëel gevaar kan worden aangenomen dat personen die in Tiszalök zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld in verband met de
ill-treatmentvan gedetineerden door het gevangenispersoneel en het geweld tussen gedetineerden onderling. Gelet op deze uitspraak is een garantie dat de opgeëiste persoon na overlevering niet geplaatst zal worden in de gevangenis van Tiszalök, niet meer relevant.
Penitentiaire inrichtingSzeged Penitentiary and Prison
Naar de rechtbank begrijpt zal de opgeëiste persoon, alvorens hij in Szombathely wordt geplaatst, na zijn overlevering eerst in
the Szeged Penitentiary and Prisonworden geplaatst dat als een
temporary reception facilitydient voordat hij naar Szombathely gaat. Niet is gebleken gedurende welke periode de opgeëiste persoon in
the Szeged Penitentiary and Prisonzal verblijven. Daarom zal de rechtbank in het licht van het door de raadsvrouw gevoerde verweer ook ten aanzien van deze penitentiaire inrichting beoordelen of sprake is van een algemeen reëel gevaar dat personen die daar zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de raadsvrouw geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens verstrekt op grond waarvan een dergelijk gevaar kan worden aangenomen. Evenmin is de rechtbank ambtshalve op de hoogte van zulke gegevens.
Penitentiaire inrichtingSzombathely National Facility
Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens op grond waarvan een algemeen reëel gevaar kan worden aangenomen dat personen die in
Szombathely National Facilityzijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld.
Uit het rapport van het CPT van 16 december 2025 blijkt dat gedetineerden in Szombathely klachten hebben geuit tegenover de delegatie van het CPT. Deze klachten, hoewel op zichzelf zorgelijk, lijken echter incidenten te betreffen. Op basis van het rapport kan niet worden vastgesteld dat de klachten waarnaar de raadsvrouw verwijst, zich dusdanig frequent voordoen dat in Szombathely sprake is van structurele en fundamentele gebreken. De rechtbank acht hierbij het volgende van belang.
Voor wat betreft (
physical)
ill-treatmentdoor medewerkers van de penitentiaire inrichting merkt het CPT in het rapport onder punt 27 op:

As regards Szombathely Prison, the majority of prisoners with whom the delegation spoke during the 2025 visit made no complaints about staff. Nevertheless, the delegation did receive a few allegations of physical ill-treatment(…)”
alsmede dat de delegatie

heard a number of allegations of disrespectful behaviour and verbal abuse, including of a racist and homophobic nature.”.
Hieruit kan niet worden opgemaakt dat mishandeling en verbale misstanden zich vaak voordoen.
De gestelde foltering in de isoleercel, waarnaar de raadsvrouw verwijst, ziet op plaatsing in een “
padded cell”. Uit het rapport blijkt dat gedetineerden die een gevaar voor zichzelf of anderen zijn, voor maximaal acht uren in een “
padded cell” kunnen worden geplaatst. Gedurende die tijd kan de gedetineerde in zijn bewegingsvrijheid worden beperkt. Het CPT keurt af dat gedetineerden in die situatie hand- en enkelboeien om krijgen en alleen gekleed in hun ondergoed in een dergelijke cel zijn geplaatst. In Szombathely komt plaatsing in een “
padded cell” echter zeer zelden voor (één keer in de ongeveer twee jaren). Alhoewel het CPT deze bewering niet heeft kunnen verifiëren omdat het gebruik van de “
padded cell” in Szombathely niet wordt geregistreerd, kan de rechtbank desalniettemin niet vaststellen dat gedetineerden in die penitentiaire inrichting een reëel gevaar lopen om in onmenselijke en vernederende omstandigheden in een “
padded cell” te worden geplaatst.
Ter zake het indienen van klachten blijkt uit het rapport dat met name gedetineerden in de penitentiaire inrichting Tiszalök geen vertrouwen in het systeem hebben, terwijl in Szombathely slechts “
a few prisoners” stelden dat medewerkers hadden geprobeerd om hen over te halen geen klacht in te dienen, een ingediende klacht in te trekken of dat werd gedreigd met repercussies als een klacht zou worden ingediend. Ook dit onderbouwt aldus niet de stelling van de raadsvrouw dat de detentieomstandigheden in Szombathely een reëel gevaar van schending van artikel 4 Handvest Pro opleveren.
Ten slotte heeft het CPT over de materiële omstandigheden in Szombathely overwogen dat

48. Material conditions in both establishments (rechtbank: Tiszalök en Szombathely
) were satisfactory in many respects and most premises seen by the delegation were in a good state of repair. Cells were adequately equipped(…)
and were in general reasonably clean, sufficiently lit and properly ventilated. 49. At Szombathely Prison, cells were adequate in size for their occupancy.(…)”.
Dat in enkele cellen de ventilatie te wensen overlaat en in verscheidene cellen op de derde verdieping van gebouw A1 maar één raam zit, dat bovendien erg hoog is gepositioneerd, doet niet af aan de vaststelling door het CPT dat de materiële detentieomstandigheden in Szombathely in veel opzichten toereikend zijn.
Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van de bevindingen van het CPT dan ook niet worden aangenomen dat een algemeen reëel gevaar bestaat dat gedetineerden in
Szombathely National Facilityaan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld in de zin van artikel 4 Handvest Pro.
Artikel 11 OLW Pro staat daarom niet aan overlevering in de weg.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 310 en 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Szeged Regional Court,Hongarije, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 januari 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.