Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Artikel 7
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een verzoek van Stichting De Roode Bioscoop om de ontruimingstermijn van het gehuurde theater te verlengen tot 1 oktober 2026. De huurovereenkomst was reeds rechtsgeldig beëindigd en de kantonrechter had eerder de ontruimingstermijn verlengd tot 1 oktober 2025. De Roode Bioscoop stelt dat zij het gehuurde behoorlijk gebruikt en dat zij meer tijd nodig heeft om een geschikte vervangende locatie te vinden.
Beuys Joseph B.V. verzet zich tegen de verlenging en stelt dat De Roode Bioscoop onbehoorlijk gebruik maakt van het gehuurde door onderverhuur voor feesten en partijen, schade aan het pand en het frustreren van funderingsonderzoek. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van onbehoorlijk gebruik, omdat de activiteiten binnen de normale bedrijfsvoering van De Roode Bioscoop vallen en er geen harde afspraken zijn die dit verbieden.
In de belangenafweging weegt het belang van De Roode Bioscoop om het theater voort te zetten zwaarder dan het belang van Beuys bij ontruiming. Beuys heeft onvoldoende concreet gemaakt dat er actuele funderingsproblemen zijn of dat uitstel schade veroorzaakt. Ook andere belangen van Beuys, zoals het vinden van een nieuwe huurder en het beëindigen van een vermeende lastercampagne, zijn onvoldoende onderbouwd.
De kantonrechter verlengt daarom de ontruimingstermijn tot 1 oktober 2026 en veroordeelt Beuys in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De ontruimingstermijn wordt verlengd tot 1 oktober 2026 wegens het zwaarder wegen van de belangen van De Roode Bioscoop en het ontbreken van onbehoorlijk gebruik.