ECLI:NL:RBAMS:2026:1555

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
C/13/753433 / HA ZA 24-725
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:305a BWArt. 6:96 BWArt. 6:97 BWArt. 6:99 BWArt. 6:104 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid collectieve actie wegens gebrek aan representativiteit en gelijksoortigheid in privacyzaak tegen X Corp

De Stichting Data Bescherming Nederland (SDBN) vordert namens miljoenen gedupeerden schadevergoeding en andere maatregelen tegen X Corp c.s. wegens vermeende schending van privacywetgeving door het verzamelen en delen van persoonsgegevens via gratis mobiele apps.

De rechtbank Amsterdam beoordeelt in deze fase de ontvankelijkheid van SDBN. Zij oordeelt dat SDBN onvoldoende representatief is voor de omvangrijke groep gedupeerden en dat de belangen onvoldoende gelijksoortig zijn, mede door de grote diversiteit aan apps en individuele toestemmingsmechanismen. Hierdoor is bundeling van belangen niet passend.

De rechtbank wijst erop dat de vorderingen zich slechts richten op een periode tot 2021 en dat de huidige eigenaar van MoPub niet is gedagvaard. Ook is onduidelijk of de gedupeerden daadwerkelijk compensatie wensen. De zaak wordt aangehouden in afwachting van antwoorden op prejudiciële vragen van het HvJEU over de ontvankelijkheid van belangenorganisaties onder artikel 80 AVG Pro.

De rechtbank benadrukt het spanningsveld tussen het voorkomen van een commerciële claimcultuur en het bieden van toegang tot de rechter voor slachtoffers van strooischade. De huidige procedure voldoet niet aan de ontvankelijkheidseisen van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA).

Uitkomst: De rechtbank verklaart SDBN voorlopig niet-ontvankelijk wegens onvoldoende representativiteit en gebrek aan gelijksoortigheid en houdt de zaak aan in afwachting van prejudiciële vragen HvJEU.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/753433 / HA ZA 24-725
Vonnis van 4 februari 2026
in de zaak van
de stichting
STICHTING DATA BESCHERMING NEDERLAND,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
advocaat eerst mr. N.K.S. Redner, thans mr. P. Haas te Rotterdam,
tegen
1. de vennootschap naar buitenlands recht
X CORP.,
gevestigd te San Francisco, Verenigde Staten van Amerika,
3. de vennootschap naar buitenlands recht
X INTERNATIONAL UNLIMITED COMPANY,
gevestigd te Dublin, Ierland,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TWITTER NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagden,
advocaat mr. H.J. Pot te Amsterdam.
Partijen zullen hierna afzonderlijk SDBN, X Corp, Twitter International en Twitter Netherlands worden genoemd. X Corp, Twitter International en Twitter Netherlands zullen hierna gezamenlijk X Corp c.s. worden genoemd.

1.De kern van de zaak en de beslissing

1.1.
Deze zaak gaat over een collectieve actie. SDBN vindt dat X Corp c.s. het recht op bescherming van persoonsgegevens van miljoenen personen hebben geschonden door via gratis mobiele apps gegevens van die personen te verzamelen en te delen met derden. SDBN wil onder meer dat X Corp c.s. de volgens haar daardoor veroorzaakte schade vergoeden.
1.2.
In deze fase van de procedure gaat het nog niet over de inhoud. Eerst moet worden beoordeeld of SDBN ontvankelijk is in haar vorderingen.
1.3.
De rechtbank is van oordeel dat dat – bij de huidige stand van zaken – niet het geval is. In de eerste plaats omdat SDBN niet representatief is en in de tweede plaats omdat de door haar behartigde belangen niet, althans niet voldoende, gelijksoortig zijn.
1.4.
De rechtbank wijst de vorderingen van SDBN echter nog niet af en wijst nog geen eindvonnis, maar is voornemens de zaak aan te houden totdat het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) de prejudiciële vragen die de rechtbank Rotterdam bij vonnis van 23 juli 2025 [1] heeft gesteld heeft beantwoord en zal partijen in de gelegenheid stellen zich over dit voornemen uit te laten.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het vonnis in incident van 1 mei 2024 van de rechtbank Rotterdam, waarbij de zaak is verwezen naar deze rechtbank;
  • de partiële conclusie van antwoord met producties van X Corp c.s.;
  • het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 16 april 2025 en de daarin vermelde stukken;
  • de akte toelichting financieringsovereenkomst met producties van SDBN;
  • de antwoordakte toelichting financieringsovereenkomst van X Corp c.s.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
SDBN is op 20 december 2021 opgericht. Haar statutaire doelomschrijving luidt:
1. De stichting heeft ten doel het behartigen van de belangen van Gedupeerden, waaronder begrepen maar niet beperkt tot:
a. het onderzoeken en (laten) vaststellen van de gang van zaken die heeft geleid tot en betrekking heeft op een (of meer) Privacy Schending(en) jegens Gedupeerden;
b. het onderzoeken en (laten) vaststellen van de onrechtmatigheid van de onder artikel 2 lid 1 sub a genoemde Pro gedragingen en de (direct of indirect) daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid jegens Gedupeerden;
c. het onderzoeken en (laten) vaststellen van de financiële of anderszins nadelige gevolgen van de onder artikel 2 lid 1 sub a genoemde Pro gedragingen voor Gedupeerden;
d. het verkrijgen en verdelen van compensatie voor het nadeel dat Gedupeerden als gevolg van de onder artikel 2 lid 1 sub a genoemde Pro gedragingen hebben geleden;
e. het instellen van ge- of verbodsacties in rechte en/of het leggen van beslagen;
f. al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
2. De stichting tracht dit doel onder meer te bereiken door:
a. het doen van onderzoek naar de onrechtmatigheid van het handelen van partijen die, als gevolg van een Privacy Schending, nadeel hebben toegebracht aan Gedupeerden en hun aansprakelijkheid als gevolg daarvan;
b. het uitzoeken, onderzoeken, analyseren en nagaan van alle mogelijke wegen binnen en buiten Nederland voor het verkrijgen van compensatie voor Gedupeerden, zowel in als buiten rechte;
c. het mogelijk te maken dat Gedupeerden zich als Participant bij de stichting kunnen aansluiten door het aangaan van een Participatieovereenkomst;
d. het onderhandelen en het aangaan van Vaststellingsovereenkomsten;
e. het ondersteunen en initiëren van een meer gerechtelijke procedures binnen en/of buitenland Nederland, waaronder, maar niet beperkt tot procedures als bedoeld in artikel 3:305a lid 1 BW, artikel 6:240 BW Pro en de Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG, en het initiëren van andere juridische procedures, waaronder het vragen van voorzieningen om onrechtmatig handelen te stoppen;
f. het bijstaan van ieder openbaar onderzoeksorgaan binnen en buiten Nederland bij het onderzoeken van een (of meer) Privacy Schending(en), en het mogelijk initiëren van onderzoeken binnen en buiten Nederland daaromtrent;
g. het verstrekken van adequate informatie aan Gedupeerden, en Participanten in het bijzonder, via de website van de stichting of anderszins;
h. het – in overeenstemming met de Claimcode – verkrijgen van financiering om haar doelstellingen te vervullen;
i. het selecteren, aanhouden en toezicht houden op de advocaten, advocatenkantoren en experts die door de stichting zijn gekozen om te procederen en/of te onderhandelen namens de stichting in het belang van de Gedupeerden;
j. het verkrijgen van en het distribueren – of het monitoren en toezicht houden op de distributie – van iedere financiële compensatie of uitkering ten behoeve van Gedupeerden.
3. De stichting heeft geen winstoogmerk.
3.2.
Het bestuur van SDBN bestaat uit [naam 1] (voorzitter), [naam 2] en [naam 3] .
3.3.
In het najaar van 2013 heeft Twitter Inc. (hierna: Twitter Inc), gevestigd te San Francisco (Verenigde Staten van Amerika), MoPub verworven.
3.4.
Met de door MoPub verleende dienst kunnen uitgevers (Publishers) van gratis mobiele apps advertentieruimte op deze apps verkopen aan adverteerders. De MoPub-dienst bestaat uit drie componenten:
  • de MoPub Software Development Kit (
  • de Gebruikersinterface, een online pagina waarmee de Publisher de werking van de MoPub-dienst kan configureren en kan zien hoeveel advertentieruimte hij verkoopt en welke prijzen hij daarvoor ontvangt;
  • de Advertentieserver, een door MoPub aangeboden server, die (mede) op basis van de door de Publisher opgegeven voorkeuren bepaalt welke advertenties worden getoond.
3.5.
Op 1 januari 2022 heeft Twitter Inc MoPub overgedragen aan AppLovin Corporation (een vennootschap die niet behoort tot de ‘Twitter-groep’).
3.6.
Op 15 maart 2023 is het vermogen van Twitter Inc door fusie onder algemene titel overgegaan naar X Corp.
3.7.
Twitter International was een dochtermaatschappij van Twitter Inc en is thans een dochtermaatschappij van X Corp. Twitter Netherlands is een dochtermaatschappij van Twitter International.
3.8.
SDBN heeft X Corp c.s. (onder meer) uitgenodigd tot het voeren van overleg als bedoeld in artikel 3:305a lid 3 onder c BW. De op deze uitnodiging gevolgde correspondentie heeft er niet toe geleid dat SDBN het gevorderde heeft bereikt.

4.Het geschil

4.1.
SDBN vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Verklaring voor recht
I. voor recht verklaart dat X Corp c.s. jegens de NOG (Nauw Omschreven Groep):
a. in strijd hebben gehandeld met de in de dagvaarding genoemde fundamentele rechten; en/of
b. in strijd hebben gehandeld met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG); en/of
c. in strijd hebben gehandeld met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp); en/of
d. in strijd hebben gehandeld met de Telecommunicatiewet (Tw); en/of
e. onrechtmatig hebben gehandeld; en/of
f. zich schuldig hebben gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken; en/of
g. zich ongerechtvaardigd hebben verrijkt en
PRIMAIR
h. aansprakelijk zijn jegens elk lid van de NOG voor de door ieder van die leden als gevolg daarvan geleden schade, en voor de gehele schade die is veroorzaakt door andere verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers die bij de verwerking van hun gegevens betrokken zijn;
OF SUBSIDIAIR
i. dat X Corp c.s. aansprakelijk zijn jegens de NOG als collectief voor de door de groep als zodanig als gevolg daarvan geleden schade, alsmede voor de gehele schade die is veroorzaakt door andere verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers die bij de verwerking van hun gegevens betrokken zijn;
Veroordeling tot vergoeding van immateriële schade
II. X Corp c.s. hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de gehele immateriële schade van de leden van de NOG, met begroting van de schade op een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen lump sum bedrag;
Veroordeling tot vergoeding van materiële schade
III. X Corp c.s. hoofdelijk veroordeelt tot:
PRIMAIR
a. vergoeding van de gehele materiële schade geleden door de leden van de NOG, bestaande uit de gemaakte kosten en/of het gemiste voordeel als gevolg van het handelen van X Corp c.s., met begroting van deze schade op de voet van artikel 6:97 eerste Pro zin BW via de betaling van een lumpsum bedrag;
OF SUBSIDIAIR
b. afdracht van de winst die X Corp c.s. en de partijen bedoeld in artikel 82 lid 4 AVG Pro jo artikel 6:99 BW Pro hebben gemaakt op de voet van artikel 6:104 BW Pro jo artikel 82 lid 4 AVG Pro, althans met begroting van de af te dragen winst van die partijen op een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag met toepassing van artikel 6:97 BW Pro tweede zin;
in alle hiervoor bedoelde gevallen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2013, zijnde het begin van de Relevante Periode, tot aan de dag der algehele voldoening;
Veroordeling tot afdracht van het bedrag waarmee gedaagden zich ongerechtvaardigd verrijkt hebben
IV. X Corp c.s. hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding aan de NOG van het bedrag waarmee X Corp c.s. zich ongerechtvaardigd verrijkt hebben, in goede justitie door de rechtbank vast te stellen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2013, zijnde het begin van de Relevante Periode, tot aan de dag der algehele voldoening;
Gebod tot vernietiging, inzage en aanschrijving derden op straffe van een dwangsom
V. X Corp c.s. verbiedt persoonsgegevens van de individuele leden van de NOG te gebruiken die X Corp c.s. hebben verkregen in het kader van het gebruik van MoPub-apps, waaronder in het kader hiervan wordt verstaan een app of game die gebruik maakt(e) van de SDK van MoPub, en X Corp c.s. te gebieden deze gegevens te vernietigen, binnen veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door de rechtbank vast te stellen termijn, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500.000,00 (vijfhonderdduizend euro) per dag of gedeelte daarvan dat X Corp c.s. niet volledig hieraan voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen dwangsom;
VI. X Corp c.s. veroordeelt om binnen vier weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door de rechtbank vast te stellen termijn, een bevestiging te verstrekken van een door de rechtbank aan te wijzen deskundige, die op kosten van X Corp c.s. vaststelt dat de hiervoor sub V bedoelde vernietiging volledig heeft plaatsgevonden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500.000,00 (vijfhonderdduizend euro) per dag of gedeelte daarvan dat X Corp c.s. niet volledig hieraan voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen dwangsom;
VII. X Corp c.s. gebiedt om, binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, SDBN schriftelijk te informeren met welke derden welke persoonsgegevens zijn gedeeld van de individuele leden van de NOG die X Corp c.s. hebben verkregen in het kader van het gebruik van MoPub-apps, waaronder in het kader hiervan wordt verstaan een app of game die gebruik maakt(e) van de SDK van MoPub, gespecificeerd per MoPub-app, waarbij X Corp c.s. per partij met wie persoonsgegevens zijn gedeeld dienen te specificeren van hoeveel individuele leden van de NOG persoonsgegevens zijn gedeeld van de desbetreffende MoPub-app, en in welke periode, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500.000,00 (vijfhonderdduizend euro) per dag of gedeelte daarvan dat X Corp c.s. niet volledig hieraan voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen dwangsom;
VIII. X Corp c.s. gebiedt om, binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, alle derden met wie persoonsgegevens zijn gedeeld van de individuele leden van de NOG die X Corp c.s. hebben verkregen in het kader van het gebruik van MoPub-apps, waaronder in het kader hiervan wordt verstaan een app of game die gebruik maakt(e) van de SDK van MoPub, schriftelijk te verzoeken deze gegevens te vernietigen, met verzending van een kopie van al die verzoeken aan de advocaat van SDBN, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500.000,00 (vijfhonderdduizend euro) per dag of gedeelte daarvan dat X-Corp c.s. niet volledig hieraan voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen dwangsom;
Veroordeling tot schadeafwikkeling
IX. X Corp c.s. veroordeelt tot volledige medewerking aan de uitvoering van de collectieve schadeafwikkeling op een wijze die de rechtbank geraden acht op basis van de door SDBN en X Corp c.s. op grond van artikel 1018i Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) over te leggen voorstellen voor een collectieve schadeafwikkeling, in welk kader SDBN een eerste voorstel overlegt als productie 66;
Proceskostenveroordeling en buitengerechtelijke kosten
X. X Corp c.s. hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding aan SDBN van:
a. de volledige, werkelijke proceskosten van dit geding, buitengerechtelijke kosten en verdere kosten die SDBN heeft gemaakt, op grond van artikel 1018l lid 2 Rv en/of artikel 237 Rv Pro en/of artikel 6:96 BW Pro, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;
b. de volledige door SDBN gemaakte (buitengerechtelijke) kosten en nog in het kader van de schadeafwikkeling te maken kosten (artikel 6:96 BW Pro), het een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening en
c. de volledige door SDBN aan de Financier te betalen overeengekomen vergoeding, op grond van artikel 6:96 BW Pro en/of artikel 1018l lid 2 Rv, zoals nader te begroten op basis van door SDBN nader over te leggen informatie en
d. de kosten van de afwikkeling van de schadevergoeding à EUR 2,5 miljoen, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, met de hoofdelijke verplichting voor X Corp c.s. om nadere betalingen te doen indien tijdens de schadeafwikkeling blijkt dat de kosten hoger zijn dan vooraf ingeschat, en daarbij te bepalen dat indien enig deel van het bedrag resteert nadat de verdeling van schadevergoedingen is voltooid en alle samenhangende kosten zijn voldaan, SDBN ervoor zorg zal dragen dat binnen 90 (negentig) dagen het restant zal worden terugbetaald op een door X Corp c.s. op te geven bankrekening.
4.2.
De (voor de vorderingen) relevante periode is voor apps die in de Apple Store zijn gedownload (iOS apps) 29 oktober 2013 tot 26 april 2021 en voor apps die in de Google Play Store zijn gedownload (Android apps) 29 oktober 2013 tot 1 januari 2022 (hierna: de Relevante Periode).
4.3.
SDBN spreekt alleen X Corp aan, hoewel X Corp MoPub begin 2022 heeft overgedragen aan AppLovin Corporation
4.4.
In de dagvaarding (paragraaf 1.1 (Samenvatting)) heeft SDBN de zaak, voor zover hier van belang, als volgt geïntroduceerd (samengevat):
1. Deze procedure gaat over de schending van het recht op de bescherming van persoonsgegevens van miljoenen Nederlanders door een Amerikaans AdTech platform en haar dochterondernemingen.
2. De Gedaagden gebruikten gratis apps op mobiele telefoons en tablets om langdurig, welbewust en massaal persoonsgegevens te verzamelen en vervolgens te delen met derden. Bekende gratis apps als Buienradar, DuoLingo, Shazam, Vinted, en Wordfeud werden hiervoor gebruikt. De Gedaagden deelden deze gegevens van nietsvermoedende burgers met een groot aantal onbekende derden, ook buiten de EU.
3. De Gedaagden deelden ook gevoelige persoonsgegevens met derden. Dating apps, religieuze apps en medische apps werden hiervoor gebruikt. Ook gebruikten de Gedaagden apps die voor kinderen bedoeld zijn. Via tienduizenden gratis apps, die miljoenen volwassenen en kinderen in Nederland gebruikten, verschaften de Gedaagden zich toegang tot gevoelige persoonsgebonden informatie.
4. Het verzamelen en delen van persoonsgegevens met derden vond plaats voor advertentie- doeleinden. Advertenties werden zoveel mogelijk toegespitst op de individuele gebruiker van de app. 'Gepersonaliseerd' of 'targetted' heet dit in het jargon van deze industrie. Dit betekende in de praktijk dat de persoonsgegevens van individuele gebruikers op zeer grote schaal werden verhandeld, zonder dat zij hier zicht op hadden of (rechtens geldige) toestemming voor hadden gegeven. Het blijft onduidelijk, waar deze gegevens uiteindelijk belandden. Niet is uitgesloten dat de Gedaagden deze gegevens deelden met een groot aantal bedrijven, (overheids)instanties en instellingen die buiten de marketingindustrie vallen. De gevolgen hiervan zijn voor de burgers niet te overzien.
5. MoPub, tot 1 januari 2022 onderdeel van Twitter, was één van de grootste partijen binnen de AdTech industrie. MoPub speelde een actieve en centrale rol in het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens, doordat zij:
(i) appontwikkelaars voorzag van een Software Development Kit (SDK) die hen in staat stelde om advertentieruimte binnen hun apps te laten opvullen;
(ii) persoonsgegevens van individuele Mopub-app gebruikers ontving via de SDK, iedere keer wanneer er advertentieruimte gevuld moest worden;
(iii) gegevens van individuele gebruikers doorgaf aan tal van (ook buitenlandse) partijen die voor adverteerders advertentieruimte inkochten;
(iv) dit alles op zéér grote schaal deed, met in Nederland vele miljoenen gedupeerden als gevolg en gedurende een zeer lange periode (ruim acht jaar);
(v) enorme winsten genereerde met deze welbewuste, langdurige en grootschalige privacy-inbreuk; en
(vi) één van de prominentste partijen op dit gebied was.
6. De omvang van de inbreuk is duizelingwekkend. MoPub verzamelde via meer dan 30.000 apps persoonsgegevens. Vrijwel iedereen die wel eens een gratis app heeft gebruikt, is gedupeerd. Dat gaat in Nederland om meer dan 10 miljoen individuele appgebruikers. Per individuele Gedupeerde verzamelde MoPub gemiddeld vijf keer per dag gegevens, om deze te delen met commerciële bedrijven voor het plaatsen van advertenties in de apps. Dat telt op tot bijna 2.000 keer per jaar, per persoon. Op dagelijkse basis gebeurde dat meer dan 50 miljoen keer. MoPub deed dit van oktober 2013 tot 1 januari 2022 – ruim acht jaar. Daarmee handelden MoPub en haar partners in de AdTech-keten in strijd met Europese- en Nederlandse regelgeving, waaronder de AVG.
7. Twitter (laat staan MoPub) kan het delen van de persoonsgegevens niet meer ongedaan maken. De gevolgen voor de Gedupeerden zijn daarmee onomkeerbaar. Twitter heeft ook geen intentie kenbaar gemaakt die gericht is op een vorm van ongedaan maken of mitigeren. Twitter negeerde de vele signalen dat haar datahandel in strijd was met wet- en regelgeving. Voor de Gedupeerden is schadevergoeding de enige reële remedie, naast een verbod om de persoonsgegevens nog langer te gebruiken en inzicht te geven in de partijen met wie Twitter de data deelde.
8. De Stichting (SDBN, rechtbank) vordert immateriële- en materiële schadevergoeding. Bij de immateriële schadevergoeding gaat het onder andere om verlies van controle over de gegevens en daarmee samenhangende gevoelens van onbehagen. Uit de rechtspraak blijkt dat rechters in individuele procedures en afhankelijk van de privacy inbreuk tussen EUR 250 en EUR 2500 aan immateriële schadevergoeding toewijzen. Bij de materiële schadevergoeding gaat het onder andere om gemaakte kosten en gemist voordeel, althans om een vergoeding van het groepsnadeel. Twitters schending leverde voor haar tevens een groot financieel voordeel op. De collectieve data van individuen vertegenwoordigen een grote vermogenswaarde. De Stichting vordert daarom ook winstafdracht van het door Twitter en Twitters partners behaalde voordeel met de onrechtmatige gegevensverwerking.
9. De hiervoor genoemde bedragen wegen per individueel geval niet op tegen de kosten en emotionele belasting voor een Gedupeerde om individueel te procederen. De meeste individuele Gedupeerden kampen ten opzichte van Twitter met een grote kennisachterstand over dit onderwerp. Zij beschikken ook niet over de middelen en kennis om die expertise in te winnen. De eigen ervaring van de Stichting bevestigt hoeveel moeite het kost om informatie boven tafel te krijgen. De Stichting verzocht Twitter meermaals om informatie over (i) de werking van MoPub, (ii) de apps waarin Mopub was geïmplementeerd, (iii) de omvang van de Nederlandse gebruikers, (iv) de aard van de gedeelde data en (v) de partijen met wie Twitter de data heeft gedeeld. Twitter beschikt als enige over deze informatie, maar zij legde de verzoeken naast zich neer.
10. Twitters afwijzingen, de noodzaak om deskundigheid in te winnen en het feit dat het nadeel uit strooischade bestaat, sterken de Stichting in haar overtuiging dat dergelijke schendingen alleen collectief kunnen worden afgehandeld. De enige manier voor Gedupeerden om hun recht te halen is om Twitter collectief aansprakelijk te stellen. Zonder collectieve aanpak van misstanden komen commerciële partijen zoals Twitter weg met door winstbejag ingegeven grove grondrechtsschendingen die massa- en strooischade veroorzaken. Dat is maatschappelijk niet aanvaardbaar.
11. Een collectieve schadevordering als deze doet recht aan de economische realiteit van data inbreuken door bedrijven zoals Twitter. Hier spreekt het collectief, ofwel 'de massa benadeelden', de inbreukmaker aan op (…) zijn verantwoordelijkheid richting het collectief.
4.5.
Ter zitting hebben de advocaten van X Corp c.s. hun verweer, voor zover hier van belang, als volgt ingeleid (samengevat):
2 Laat er geen misverstand over bestaan: deze zaak gaat alleen maar om geld. Het voormalige Twitter heeft MoPub al in 2021 verkocht aan AppLovin. Die overname is per 1 januari 2022 afgerond. De gevorderde verklaringen voor recht zijn dan ook in de verleden tijd gesteld. AppLovin heeft MoPub geïntegreerd in haar eigen dienstverlening en via AppLovin worden nog altijd (voor zover X Corp. c.s. bekend: rechtmatig) gepersonaliseerde advertenties aangeboden, met gebruik van AdTech en real time bidding (“RTB”). Voor zover X Corp. c.s. bekend heeft SDBN AppLovin niet aangesproken. Als het SDBN werkelijk ging om de bescherming van persoonsgegevens, had het voor de hand gelegen AppLovin te dagvaarden om verandering teweeg te brengen. Dat heeft zij niet gedaan. Wat SDBN ook niet heeft gedaan, is individuele apps aanspreken op (beweerdelijk) niet-AVG-conforme toestemmingsschermen.
3 Wat SDBN wel wil in deze procedure is miljarden aan schadevergoeding van X Corp. c.s., waarvan haar procesfinancier “tot maximaal 20%” zou kunnen opstrijken. De keuze om X Corp. c.s. te dagvaarden ten aanzien van MoPub lijkt dan ook vooral ingegeven door de wens een partij te vinden die een dergelijk bedrag aan de financier kan uitbetalen. Sterker, dat het daarom gaat heeft Orchard Global zelf gezegd, bij monde van [naam 4] , [naam functie] . In een interview zei zij onder meer het volgende:
“[…] [B]y grouping together and obtaining third party funding that the groups of claimants can fight against well-resourced defendants. Those claims are really attractive to funders because they're high value. […] We'll look at the defendant profile. You know, are they well-resourced so that they can meet a judgment against them? […]”.
4 MoPub was ook niet zo’n grote speler: in 2021 werd er USD 218 miljoen aan omzet behaald, terwijl de markt voor RTB volgens SDBN zelf USD 117 miljard per jaar waard is (…).
5 Anders dan de financier, hebben individuele personen aan een eventuele schadevergoeding vrijwel niets. Hoewel het in Nederland nog niet tot een vonnis is gekomen waarbij ‘strooischade’ is vergoed aan een grote groep, weten we uit ervaringen in het buitenland dat bij dergelijke grote groepen maar 1% tot 2% van de personen een claim indient. Vgl. de uitspraak van Uw rechtbank in TikTok. SDBN stelt dat ook ‘strooischade’ vergoed moet kunnen worden, maar de ervaring leert dat de meeste mensen daar niet zo over denken. Er is geen enkele aanwijzing dat dat in deze zaak anders zou zijn. Sterker, dat maar 0,1% van de NOG zich bij SDBN heeft aangemeld (aannemende dat alle melders daadwerkelijk tot de NOG behoren, wat niet vast staat), is een veeg teken. Of iedereen die tot de NOG behoort schade heeft geleden, valt ook nog ten zeerste te bezien. De schade zou hier bestaan uit gevoelens van “onbehagen, ongerustheid, schaamte en/of onzekerheid”, terwijl uit peilingen blijkt dat ca. 25% van de bevolking “helemaal niet bezorgd” is, en ca. 60% slechts “een beetje bezorgd” over het bijhouden van internetactiviteiten (…).
6 Dit gebrek aan interesse bij de gestelde ‘benadeelden’ is waarom het zo van belang is serieus te kijken naar het vereiste van representativiteit, en dan met name het vereiste dat er voldoende steun is vanuit de groep waarvoor de claimorganisatie zegt op te treden – serieuzer dan tot nu toe veelal is gedaan. Als dat niet gebeurt, is de kans reëel – en volgens X Corp. c.s. is dat ook bij deze zaak het geval – dat procedures worden ingesteld niet om de belangen van burgers te behartigen, maar omwille van op Jersey of de Kaaiman Eilanden gevestigde hedgefunds; met een grote belasting van de Nederlandse overheidsrechtspraak tot gevolg. Dan worden niet alleen hedgefunds op kosten van de Nederlandse belastingbetaler verrijkt, maar dreigen ook procedures met serieuze claims, waar belanghebbenden wél op een uitspraak zitten te wachten, onder te sneeuwen. Eén blik op de aanhangige privacy claims laat zien dat het streven om een commerciële claimcultuur te voorkomen vooralsnog is mislukt: (…).
7 Dat er een voldoende deel van de ‘benadeelden’ op deze zaak zit te wachten, is in deze zaak bepaald niet duidelijk. SDBN zegt zo’n 11.000 aanmeldingen te hebben, maar bewijs daarvan is niet overgelegd; het rapport van Catalyst Collective Redress Services, een commerciële onderneming die belang heeft bij zoveel mogelijk class actions in Nederland, is daartoe ook onvoldoende. De enigen die garen spinnen bij dit soort zaken zijn financiers, de plaintiff bar en de mensen in de baantjescarrousel die ontstaat rondom claimstichtingen. Dat die plaintiff bar in Nederland een eigen organisatie heeft opgericht (de VVMA), waarvan de nieuwe advocaat van SDBN één van de bestuurders is, is ook veelzeggend.
8 Zo’n commerciële claimcultuur is precies wat de Europese wetgever wilde voorkomen, en wat de reden is dat onder de AVG het instellen van een schadevergoedingsvordering zonder opdracht van betrokkenen ex art. 80 AVG Pro niet mogelijk is. Daarop moeten de belangrijkste vorderingen van SDBN stranden.
9 Dat laat dan nog buiten beschouwing dat de onderhavige zaak veel te breed is ingestoken. Het gaat, aldus SDBN zelf, om 30.000 apps die van de MoPub SDK gebruik maakten. De implementatie van de MoPub SDK in die apps was, anders dan SDBN zonder enige onderbouwing stelt, niet ‘geüniformeerd’. MoPub had een consent solution die wat X Corp. c.s. betreft in overeenstemming met de AVG was. Individuele apps konden, met toestemming, een ander scherm gebruiken. Er moet dus per app bekeken worden hoe [en] wanneer om toestemming werd gevraagd. Dat is volstrekt ondoenlijk. SDBN concentreert zich op vier apps en heeft al vele tientallen pagina’s aan rapporten overgelegd. Zelfs de meest oppervlakkige analyse zal zo’n 10 pagina’s per app in beslag nemen. U kunt uittekenen wat de dikte van het procesdossier wordt als we in deze zaak inhoudelijk naar 30.000 apps zouden gaan kijken – dat is 600 pakken, oftewel 1,8 kuub papier.

5.De beoordeling

Inleiding
5.1.
SDBN heeft op 13 september 2023 vorderingen ingesteld als bedoeld in artikel 3:305a BW. SDBN stelt dat in deze zaak de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) van toepassing is. Zoals de rechtbank Rotterdam in haar vonnis in incident van 1 mei 2024 ook al heeft overwogen, is de gebeurtenis waarop deze vorderingen betrekking hebben (als bedoeld in artikel 1018c lid 1 onder a Rv) de schending door X Corp c.s. van het recht op de bescherming van persoonsgegevens van miljoenen personen door via tienduizenden apps op mobiele telefoons en tablets (die personen gratis konden gebruiken) langdurig en massaal gevoelige persoonsgegevens van die personen te verzamelen en te delen met een groot aantal onbekende derden, ook buiten de Europese Unie.
5.2.
In datzelfde vonnis heeft de rechtbank Rotterdam geoordeeld dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van deze vorderingen kennis te nemen. Die rechtbank heeft vervolgens beslist dat niet zij maar de rechtbank Amsterdam daartoe relatief bevoegd is. De rechtbank Rotterdam heeft de zaak daarom (in zijn geheel) in de stand waarin deze zich bevond voor verdere behandeling verwezen naar deze rechtbank.
5.3.
De wijze waarop partijen hun zaak hebben gepresenteerd (zie hiervoor onder 4.4 – 4.5), geeft goed het spanningsveld weer waarin deze WAMCA-zaak zich afspeelt. Dat spanningsveld is ook de rode draad in de parlementaire behandeling van de WAMCA in het Nederlandse parlement. Enerzijds werd daarin het belang benadrukt dat de wet het mogelijk zou maken voor individuele gedupeerden om hun schade te verhalen via een stichting of vereniging die voor hun belangen opkomt (een belangenorganisatie), in gevallen waarin het moeilijk of onmogelijk is voor deze individuen om zelf een procedure te beginnen, omdat de schade per individu te gering is (ook wel ‘strooischade’ genoemd) en deze niet over de kennis en middelen beschikken om een procedure te kunnen voeren. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer verwoordde een lid van de SP het als volgt [2] :

Uit (…) onderzoek (…) blijkt dat invoering van een collectieve schadevergoedingsactie ook een effectieve en efficiënte methode kan zijn om strooischade te verhalen voor een groep gedupeerden (…). Strooischade is massaschade die voor elk van de benadeelden zo gering is, dat een individuele actie met het oog op de kosten daarvan niet loont.
Anderzijds bestonden er kamerbreed zorgen dat een commerciële claimcultuur zou ontstaan en dat meer en meer ongefundeerde massaclaims zouden worden ingediend. Het lid van de SGP dat als een van de laatsten het woord voerde tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer zei [3] :

Ik geloof dat er vandaag nog geen bijdrage geleverd is waarin het woord “claimcultuur” niet terugkwam. En inderdaad, ook de SGP-fractie zegt dat we ervoor moeten waken dat we in een claimcultuur terechtkomen waarin elk klein punt tot een grote zaak wordt waaruit we financieel voordeel proberen te halen.
De minister heeft naar aanleiding van deze zorgen het volgende geantwoord [4] :

Ik verwacht dat zeker niet. Integendeel, dit wetsvoorstel zorgt ervoor dat organisaties die niet in het belang van gedupeerden handelen, straks geen collectieve actie kunnen instellen, waar dat nu nog wel kan. Elke belangenorganisatie die een collectieve actie wil starten, moet voortaan voldoen aan een aantal ontvankelijkheidseisen die beogen de niet serieuze of op eigen gewin gerichte organisaties buiten de deur te houden. (…)
Tegen deze achtergrond werd ook aandacht besteed aan de voor- en nadelen van het voor Nederland op dat moment nog nieuwe fenomeen van ‘
third party litigation funding [5] :

Op dit moment is “Third Party Litigation Funding” nog niet wijdverbreid in Nederland. Niettemin verwacht de regering dat dit fenomeen zich met name voor zal doen indien er sprake is van massaschade. Om die reden is er in het voorstel een balans gezocht tussen het garanderen van toegang tot de rechter en het voorkomen van een ongewenste claimcultuur. “Third Party Litigation Funding” kan namelijk enerzijds de toegang tot de rechter vergroten (…), anderzijds kan het leiden tot excessief procederen en de mogelijkheid dat gedupeerden zelf nauwelijks profiteren van de resultaten van een collectieve schadevergoedingsactie.
5.4.
In het licht van de aard van de claim – de normschending – die SDBN aan de rechter wil voorleggen, is ook van belang dat tijdens de (lange) parlementaire geschiedenis van de WAMCA schending van privacy/gebruik van persoonsgegevens nooit is genoemd als voorbeeld voor een mogelijke massaclaim.
5.5.
Gebruik van persoonsgegevens en bescherming tegen onrechtmatig gebruik daarvan was ten tijde van de parlementaire behandeling van de WAMCA het onderwerp van de Wet bescherming persoonsgegevens (sinds 2001) en wordt sinds 25 mei 2018 geregeld door de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Artikel 80 AVG Pro stelt ook ontvankelijkheidseisen aan belangenorganisaties: een belangenorganisatie moet (i) een orgaan, organisatie of vereniging zijn dat of die op geldige wijze volgens het recht van een lidstaat is opgericht, (ii) zij mag geen winstoogmerk hebben, (iii) haar statutaire doelstellingen moeten het algemeen belang dienen en (iv) zij moet actief zijn op het gebied van de bescherming van de rechten en vrijheden van de betrokkene in verband met de bescherming van diens persoonsgegevens. Deze ontvankelijkheidseisen gelden zowel voor belangenorganisaties die optreden in opdracht van de betrokken als voor belangenorganisaties die onafhankelijk van een opdracht van de betrokkenen optreden. Niet alleen in deze zaak – maar in (vrijwel) alle WAMCA-zaken waarin schending van de AVG aan de vorderingen ten grondslag ligt – is discussie over de vraag of een belangenorganisatie (hier SDBN) zonder ‘opdracht’ van haar hele achterban schadevergoeding kan vorderen. Deze discussie komt voort uit (de Engelse versie van) overweging 142 bij de AVG waar staat dat belangenorganisaties “
may not be allowed to claim compensation on a data subject’s behalf independently of the data subject’s mandate”. X Corp c.s. betogen dat, om een ongewenste claimcultuur te voorkomen, de Uniewetgever ervoor heeft gekozen belangenorganisaties wel toe te staan vorderingen tot schadevergoeding in te stellen, maar niet zonder daartoe strekkende opdracht van de betrokkene. X Corp c.s. hebben erop gewezen dat juist Nederland tijdens de behandeling in het Europese parlement heeft voorgesteld om in de considerans van de AVG tekst toe te voegen waarmee duidelijk werd gemaakt dat een belangenorganisatie geen recht zou hebben schadevergoeding te vorderen: “
NL had serious concerns with paragraph 1 because it feared that a system with class action like in the US would be introduced (…). NL therefore suggested, supported by BE and BG, to add ‘this body, organisation or association does not have the right to claim damages on his/her behalf, but mentioned that this text could go into a recital.”. [6] SDBN bestrijdt de uitleg die X Corp c.s. aan artikel 80 lid 2 AVG Pro geven. Die uitleg doet volgens haar afbreuk aan de inhoud en doelstellingen van de AVG.
5.6.
Het gaat in deze procedure nu (eerst en alleen) om de ontvankelijkheid van SDBN zelf en de ontvankelijkheid van SDBN in de door haar ingestelde vorderingen. De rechtbank moet (ambtshalve) beoordelen of aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden is voldaan, de ontvankelijkheidsvoorwaarden die (mede) zijn bedoeld om oneigenlijk gebruik van de procedure te voorkomen. [7]
5.7.
Zoals hiervoor al vermeld, heeft de rechtbank Rotterdam prejudiciële vragen gesteld aan het HvJEU. De antwoorden op die vragen kunnen, naar het zich laat aanzien, ook relevant zijn voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van (de vorderingen van) SDBN. De rechtbank heeft onder meer gevraagd (i) of de ontvankelijkheidsvereisten in de WAMCA, in het bijzonder ten aanzien van de gelijksoortigheid en de representativiteit, geoorloofd zijn in het licht van artikel 80 lid 1 AVG Pro en (ii) of het opdrachtbegrip in artikel 80 lid 1 AVG Pro en/of het bepaalde in artikel 80 lid 2 AVG Pro in de weg staat aan een nationale regeling (zoals in de WAMCA) op grond waarvan een belangenorganisatie (als SDBN) een collectieve schadevergoedingsvordering vanwege schendingen van de AVG kan instellen, terwijl de belangenorganisatie (SDBN) geen opdracht heeft van de betrokkenen (de gedupeerden waarvoor zij stelt op te komen).
5.8.
De rechtbank gaat er bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van SDBN (en de door haar ingestelde vorderingen) vooralsnog vanuit dat de ontvankelijkheidsvereisten in de WAMCA onverkort gelden.
5.9.
SDBN zet zich in voor privacybescherming. Dat is een nobel doel en de rechtbank is ervan overtuigd dat SDBN – in het bijzonder haar voorzitter die ter zitting ook het woord heeft gevoerd – zich daadwerkelijk en oprecht zorgen maakt over de verwerking van persoonsgegevens.
5.10.
SDBN stelt op te treden voor een grote groep gedupeerden en met deze zaak te willen afdwingen dat X Corp en andere bedrijven eerlijk omgaan met persoonlijke gegevens. X Corp c.s. betwisten dat dit de daadwerkelijke inzet van deze procedure is en stellen dat het “alleen maar om geld” (voor de procesfinancier) gaat.
5.11.
Toetsing aan de ontvankelijkheidseisen (in het bijzonder het representativiteitsvereiste en de het gelijksoortigheidsvereiste) brengt de rechtbank tot het oordeel dat voor een massaclaim zoals die door SDBN (en haar adviseurs) is vormgegeven de WAMCA (en overigens ook het tot 1 januari 2020 geldende collectieve-actierecht) niet is bedoeld. De door SDBN ingestelde vorderingen zijn niet de juiste manier om het doel te bereiken dat zij zegt met deze procedure na te streven.
5.12.
De rechtbank zegt hiermee niet dat X Corp c.s. en andere (tech)bedrijven niet eerlijk(er) en transparant(er) moeten (blijven) omgaan met persoonlijke gegevens, maar de vraag of X Corp c.s. (althans MoPub) in de Relevante Periode de privacyrechten van de miljoenen gebruikers van ruim 30.000 apps hebben geschonden door het verzamelen en delen van persoonsgegevens met derden, zoals SDBN betoogt, kan niet in deze procedure worden beoordeeld.
WAMCA of het tot 1 januari 2020 geldende collectieve-actierecht
5.13.
Partijen verschillen van mening over de vraag welk collectieve-actierecht in deze zaak van toepassing is: de WAMCA of het tot 1 januari 2020 geldende collectieve-actierecht. Volgens SDBN is dit de WAMCA, volgens X Corp c.s. is dit het tot 1 januari 2020 geldende collectieve-actierecht.
5.14.
Het kan in het midden blijven welk collectieve-actierecht in deze zaak van toepassing is omdat, zoals hierna zal worden toegelicht, SDBN zowel onder de WAMCA als onder het tot 1 januari 2020 geldende collectieve-actierecht niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen.
Artikel 3:305a BW
5.15.
Artikel 3:305a BW luidde tot 1 januari 2020, voor zover hier van belang:
1. Een stichting (…) kan een rechtsvordering instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen, voor zover zij deze belangen ingevolge haar statuten behartigt.
2. Een rechtspersoon als bedoeld in lid 1 is niet ontvankelijk, indien (…) met de rechtsvordering de belangen van de personen ten behoeve van wie de rechtsvordering is ingesteld onvoldoende gewaarborgd zijn.
5.16.
Met ingang van 1 januari 2020 luidt artikel 3:305a BW, voor zover hier van belang:
1. Een stichting (…) kan een rechtsvordering instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen, voor zover zij deze belangen ingevolge haar statuten behartigt en deze belangen voldoende zijn gewaarborgd.
2. De belangen van de personen tot bescherming van wier belangen de rechtsvordering strekt, zijn voldoende gewaarborgd, wanneer de rechtspersoon als bedoeld in lid 1, voldoende representatief is, gelet op de achterban en de omvang van de vertegenwoordigde vorderingen (…).
Ontvankelijkheidsvereisten
5.17.
Zowel artikel 3:305a (oud) als artikel 3:305a (nieuw) BW schrijven voor dat de belangen van de personen voor wie wordt opgekomen voldoende gewaarborgd moeten zijn. Met ingang van 1 januari 2020 is expliciet voorgeschreven dat de belangenorganisatie voldoende representatief is, gelet op de achterban en de omvang van de vertegenwoordigde vorderingen.
5.18.
Artikel 3:305a lid 1 BW eindigt met de ontvankelijkheidsvoorwaarde dat de gelijksoortige belangen van anderen voor wie de stichting met haar vordering opkomt, voldoende zijn gewaarborgd. Het tweede lid van dit artikel werkt het waarborgvereiste uit in, kort gezegd, het representativiteitsvereiste en overige vereisten. Deze vereisten zijn limitatief en gelden cumulatief.
Representativiteit
5.19.
Over de representativiteit is in de Memorie van Toelichting het volgende te vinden [8] :

(…) is eveneens van belang in hoeverre [de belangenorganisatie], gelet op haar achterban, als opkomend voor de groep gedupeerden kan worden gezien. Het gaat dan om de mate waarin een belangenorganisatie als representatief voor deze groep gedupeerden kan worden gezien. (…).
en:

Op voorhand moet duidelijk zijn dat [belangenorganisatie] kwantitatief voor een voldoende groot deel van de groep getroffen gedupeerden opkomt. Wat genoeg is, verschilt per geval en kan alleen bepaald worden in relatie tot het totaal aantal gedupeerden. Dit kan bijvoorbeeld worden getoetst (…) door middel van het aantal gedupeerden dat zich actief voor de vordering heeft aangemeld.
5.20.
Voorop wordt gesteld dat de wet op het punt van representativiteit geen getalsmatig criterium stelt. Uit de parlementaire geschiedenis van de WAMCA blijkt dat van het noemen van een getal, absoluut of relatief, bewust is afgezien. Uit de omstandigheid dat niet alleen verenigingen, die vanzelfsprekend leden hebben, maar ook stichtingen die dat niet hebben, als eiseres kunnen optreden, volgt dat de wetgever het kennelijk niet zonder meer noodzakelijk heeft geacht dat vastgesteld kan worden wie precies de achterban van de eiseres vormt. Het is ook niet nodig dat aannemelijk wordt gemaakt dat de gehele (nader nauw te omschrijven) groep die gebaat kan zijn door de actie van SDBN deze actie thans wenst of steunt. Voldoende, maar tevens noodzakelijk, is dat een achterban bestaat, dat wil zeggen dat een niet te verwaarlozen aantal personen behorende tot die (nauw te omschrijven) groep achter deze actie van SDBN staat. Zoals SDBN het zelf formuleert: representativiteit waarborgt dat de belangenorganisatie de vordering namens en ten behoeve van een ‘echte’ achterban instelt om een ‘reëel’ probleem te adresseren.
5.21.
De rechtbank is van oordeel dat in dit geval onvoldoende is gebleken dat sprake is van een ‘echte’ achterban en dat ook niet voldoende is gebleken dat sprake is van een vordering die het echte probleem adresseert. Dit wordt hierna toegelicht.
5.22.
De nauw omschreven groep (NOG) – als bedoeld in artikel 1018e lid 2 Rv – bestaat volgens SDBN uit (i) alle natuurlijke personen die (ii) op een moment dat zij in Nederland woonden (iii) in de Relevante Periode – kort gezegd – apps hebben gedownload op hun smartphone (Android of Apple/iOS), waaronder (iv) ten minste één app die gebruik maakte van de SDK van MoPub, althans (subsidiair) ten minste één zo’n app die is opgenomen in een bij de dagvaarding gevoegde lijst van 36.384 verschillende apps gedownload via de App Store van Apple en 31.061 apps gedownload via de Google Play Store.
5.23.
Aangezien op de lijst apps staan als Buienradar, Wordfeud, Vinted, Grindr en DuoLingo mag er – zoals X Corp c.s. terecht stellen – vanuit worden gegaan dat de NOG min of meer overeenkomt met alle Nederlanders in het bezit van een smartphone in de Relevante Periode, volgens X Corp c.s. zo’n 11 miljoen mensen. X Corp c.s. stellen terecht dat het maar de vraag is of een voldoende deel van deze groep (‘Gedupeerden’ waarvoor SDBN zegt op te komen) zit te wachten op deze procedure (en een relatief gering bedrag aan schadevergoeding). SDBN stelt dat zo’n 11.000 mensen zich hebben aangemeld via haar website. Dat zou 0,1% zijn van de NOG. Dat is natuurlijk wel heel weinig om te kunnen zeggen dat SDBN “kwantitatief gezien voor een voldoende groot deel van de groep getroffen gedupeerden” [9] opkomt.
5.24.
Deze 11.000 mensen zouden hun steun hebben betuigd via het invullen van enkele gegevens op een formulier op een website. Dat is heel eenvoudig om te doen en aan deze wijze van ‘steun betuigen’ mogen dan ook wel wat eisen worden gesteld. In dit geval blijkt uit het invullen van die enkele gegevens op de website bovendien niet zonder meer dat de personen die dat hebben gedaan daadwerkelijk achter de ingediende vorderingen staan. Dit geldt te meer omdat het aanmeldproces op de website van SDBN ook geen duidelijk (eerlijk) beeld geeft waar deze massaclaim op ziet. Op de website [10] ‘JE STAAT
TE KOOP’ staat onder meer het volgende:
Wat is er precies aan de hand?
Daarmee verdienden ze miljoenen. En overtraden ze de belangrijkste wet rondom de bescherming van persoonsgegevens: de AVG. Bovendien weten al die partijen inmiddels waarschijnlijk veel meer van je dan je denkt. Wij willen via de rechter afdwingen dat jouw gegevens voortaan wél veilig zijn. En dat de gedupeerde gebruikers een passende schadevergoeding krijgen.
MEER OVER DE RECHTSZAAK →
Ik wil niette koopstaan
MELD JE AAN EN CLAIM JE PRIVACY TERUG
Hoe Twitter-dochter MoPub handelde in data is hartstikke illegaal. Stichting Data Bescherming Nederland sleept Twitter daarom nu voor de rechter. Het doel: ervoor zorgen dat Twitter en andere bedrijven in de toekomst wél eerlijk omgaan met persoonlijke gegevens. En dat gedupeerde gebruikers kunnen rekenen op een passende vergoeding.
(…)
Wat is het doel van de rechtszaak?
De naam van onze stichting zegt het al: we zetten ons in voor de bescherming van data. Via de rechtszaak willen we afdwingen dat Twitter en andere bedrijven eerlijk omgaan met persoonlijke gegevens. Ook willen we dat Twitter de verzamelde gegevens verwijdert.
Daarnaast heeft Twitter jarenlang grof geld verdiend door jouw persoonlijke gegevens door te verkopen aan derde partijen. De gegevens kunnen worden gebruikt om jou te profileren. We willen daarom afdwingen dat Twitter een passende vergoeding betaalt aan gedupeerde gebruikers.
(…)
Deze weergave van de ingestelde vordering(en) is niet (helemaal) juist: op de website wordt niet duidelijk gemaakt dat in de kern alleen schadevergoeding wordt gevorderd, dat alleen X Corp c.s. (Twitter) zijn gedagvaard en niet ook “andere bedrijven”, dat de vorderingen slechts zien op het gebruik van persoonsgegevens in de periode tot en met 2021 en dat het doel van de actie zoals op de website beschreven – “ervoor zorgen dat Twitter en andere bedrijven in de toekomst wél eerlijk omgaan met persoonlijke gegevens” – niet de daadwerkelijke inzet is van deze procedure. X Corp c.s. stellen dan ook terecht dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat degenen die zich hebben aangemeld via de website de actie ondersteunen zoals die in deze procedure voorligt.
5.25.
De vorderingen die SDBN heeft ingesteld zien volgens haar nadrukkelijk op de rechtmatige belangen van de Gedupeerden (benadeelde personen voor wier belangen zij in deze procedure opkomt). Die vorderingen zouden allereerst tot doel hebben het onrechtmatig handelen voor zover mogelijk te stoppen en verder te voorkomen.
5.26.
Ook hierin wordt SDBN niet gevolgd. Allereerst zien de vorderingen, zoals hiervoor is overwogen, alleen op de periode tot 2021 en dus op persoonsgegevens die vóór die datum – in het huidige tijdsgewricht zelfs op het moment van uitbrengen van de dagvaarding (september 2023) dus al heel lang geleden – zijn verzameld. Ten tweede bestaat MoPub nog en worden mogelijk nog steeds op onrechtmatige wijze persoonsgegevens gebruikt voor advertentiedoeleinden, maar de huidige eigenaar van MoPub is niet gedagvaard. Dat betekent dat het eerste doel met deze massaclaim niet kan worden bereikt (althans slechts in zeer beperkte mate, namelijk alleen wat betreft ‘oude’ persoonsgegevens).
5.27.
De vorderingen van SDBN hebben voorts niet alleen tot doel de onrechtmatigheid te doen vaststellen maar ook (en in het bijzonder) te zorgen voor compensatie van de Gedupeerden. In dit geval is het echter maar de vraag of de Gedupeerden werkelijk compensatie wensen. De (immateriële) schade die de Gedupeerden zouden hebben geleden zou volgens SDBN zijn gebaseerd op gevoelens van “onbehagen, ongerustheid, schaamte en/of onzekerheid”. Dit blijkt allereerst niet uit de claim zoals die aan de ‘Gedupeerden’ op de website is voorgespiegeld (zie 5.24). X Corp c.s. hebben bovendien met verwijzing naar peilingen / recent onderzoek van het CBS gemotiveerd weersproken dat de Nederlandse gebruikers van de apps deze gevoelens (in de conclusie van antwoord “gevoelens van angst of stress” genoemd) hebben. Uit deze peilingen blijkt dat ca. 25% van de bevolking “helemaal niet bezorgd” is, en ca. 60% slechts “een beetje bezorgd” over het bijhouden van internetactiviteiten. Minder dan 15% geeft aan “erg bezorgd” te zijn. Ook blijkt uit dit onderzoek dat de mensen die aangaven bezorgd te zijn vinden dat er voldoende maatregelen bestaan die kunnen worden getroffen om bescherming van hun persoonsgegevens te waarborgen en dat een meerderheid van de Nederlanders deze maatregelen ook daadwerkelijk treft (dat bijvoorbeeld bijna 78% van de Nederlanders de toegang tot locatiegegevens beperkt). SDBN heeft hier niets tegenover gezet dat haar stellingen ondersteunt.
5.28.
Het representativiteitsvereiste houdt in – zoals het in de Memorie van Toelichting is verwoord [11] – dat op voorhand duidelijk moet zijn dat SDBN voor een voldoende groot deel van de groep getroffen gedupeerden opkomt. Wat genoeg is, verschilt per geval en kan alleen worden bepaald in relatie tot het totaal aantal gedupeerden. Dit kan bijvoorbeeld worden getoetst door middel van het aantal gedupeerden dat zich actief voor de vordering heeft aangemeld. In dit geval is dat, zoals hiervoor is overwogen, een zeer gering aantal. De omstandigheid dat inmiddels de Consumentenbond en The Privacy Collective hun steun voor deze massaclaim hebben uitgesproken, vindt de rechtbank, zeker in het licht van alles wat hiervoor is overwogen, onvoldoende om in dit geval te kunnen spreken van een ‘echte’ achterban. Dat het gerechtshof Amsterdam in het hoger beroep in de zaak Oracle Salesforce [12] dit wel overtuigend vond, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
5.29.
Dit leidt tot de conclusie dat SDBN niet-ontvankelijk zal moeten worden verklaard. De rechtbank zal echter ook nog ingaan op de gelijksoortigheid (althans het gebrek daaraan).
Gelijksoortigheid
5.30.
Zowel artikel 3:305a (oud) als artikel 3:305a (nieuw) BW schrijven voor dat de rechtsvordering strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen. Aan de eis van gelijksoortigheid is voldaan als de belangen ter bescherming waarvan de rechtsvorderingen strekken zich lenen voor bundeling, zodat een efficiënte en effectieve rechtsbescherming van de belanghebbenden kan worden bevorderd. Op die manier kan in één procedure worden geoordeeld over de aan de orde gestelde geschilpunten en vorderingen, zonder dat daarbij bijzondere omstandigheden van de individuele belanghebbenden betrokken behoeven te worden. Of de belangen ter bescherming waarvan de rechtsvorderingen strekken zich lenen voor bundeling is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
5.31.
In dit verband wordt allereerst verwezen naar punt 6 van de hiervoor onder 4.4 weergegeven paragraaf 1.1 van de dagvaarding, waar SDBN onder meer spreekt van een inbreuk van duizelingwekkende omvang en via meer dan 30.000 apps verzamelde persoonsgegevens. SDBN heeft een lijst met Nederlandse downloads van die ruim 30.000 MoPub-apps in het geding gebracht en heeft in de dagvaarding het gebruik van de MoPub-apps aan de hand van (slechts) vier voorbeelden toegelicht: Vinted, Grindr, Wordfeud en DuoLingo.
5.32.
X Corp c.s. hebben hiertegenover aan de hand van concrete voorbeelden toegelicht dat de wijze van verzameling van persoonsgegevens van app tot app verschilt en dat bovendien elke app verschillende modaliteiten kent. Kort gezegd komt dit erop neer dat MoPub weliswaar een standaard
consent solutionter beschikking stelde die de Publishers konden gebruiken om toestemming te vragen voor het gebruik van persoonsgegevens (die volgens X Corp c.s. aan de vereisten van de AVG voldeed), maar de Publishers vaak een zelf ontworpen consent-mechanisme gebruikten. In ieder geval de vier door SDBN in de dagvaarding als voorbeeld genoemde apps gebruikten, zoals X Corp c.s. hebben toegelicht en met screenshots van de toestemmingsschermen hebben geïllustreerd, een zelf ontworpen (en steeds verschillend) toestemmingsscherm. X Corp c.s. hebben dit in hun pleidooi als volgt samengevat: “
Kortom, of een volgens SDBN gestelde verwerking van persoonsgegevens überhaupt heeft plaatsgevonden en zo ja of die rechtmatig was, kan alleen per MoPub-app worden beoordeeld. Per app zal moeten worden beoordeeld hoe de MoPub-SDK was geconfigureerd en welke gegevens er werden verwerkt. Per app moet vervolgens worden beoordeeld hoe en wanneer de gebruiker om toestemming werd gevraagd, en of het privacybeleid van die app of publisher voldoende informatie bevatte”.
X Corp c.s. hebben vervolgens aan de hand van twee fictieve of hypothetische appgebruikers die volgens SDBN zouden zijn benadeeld toegelicht waartoe dit zou leiden. De fictieve ‘Maria’ gebruikte (alleen) Buienradar en ‘Nico’ Vinted en Grindr. Met deze fictieve ‘Gedupeerden’ hebben X Corp c.s. laten zien dat dit tot zeer veel variabelen per appgebruiker kan leiden.
5.33.
SDBN heeft hier niet meer tegenover gesteld dan herhaling van haar standpunt dat het gebruik van MoPub bij Grindr illustratief is voor alle apps die MoPub gebruiken. SDBN maakt aldus niet voldoende duidelijk dat de door haar ingestelde rechtsvorderingen zich lenen voor bundeling. SDBN maakt evenmin voldoende duidelijk dat de door haar ingestelde vorderingen zich lenen voor categorisering op de voet van artikel 1018i lid 2 Rv. Dit laatste had gelet op de aard en omvang van de door haar ingestelde vorderingen, de daarin betrokken verscheidenheid aan gebruikers en producten alsmede het verweer van X Corp c.s. wel op haar weg gelegen. Een en ander niet alleen in die zin dat steeds van de individuele omstandigheden kan worden geabstraheerd (maar wel een inzet van betekenis overblijft), maar ook in die zin dat het gebundelde althans gecategoriseerde geheel voor partijen en de rechtbank behapbaar is en blijft. De door X Corp c.s. tijdens het pleidooi gebruikte kwalificatie (“
Dit is simpelweg niet te doen”) komt de rechtbank aannemelijk voor. Het valt dan ook niet in te zien hoe het met de WAMCA beoogde doel – het bevorderen van een efficiënte en effectieve collectieve afwikkeling van massaschade – met deze procedure kan worden bereikt.
Conclusie
5.34.
Dit alles betekent dat SDBN op grond van de toetsing aan de ontvankelijkheidsvereisten in de WAMCA die zien op representativiteit en gelijksoortigheid in haar vorderingen niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard. De overige ontvankelijkheidsvereisten behoeven dan geen behandeling. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een afzonderlijke niet-ontvankelijkverklaring van SDBN in haar aanvankelijke vorderingen jegens Twitter Inc, die ten tijde van de dagvaarding al niet meer bestond.
Voornemen tot aanhouding – prejudiciële vragen rechtbank Rotterdam (Amazon)
5.35.
Zoals hiervoor is overwogen, heeft de rechtbank Rotterdam prejudiciële vragen gesteld aan het HvJEU die, naar het zich laat aanzien, ook relevant zijn voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van (de vorderingen van) SDBN. De rechtbank ziet in het licht hiervan aanleiding om de beslissing over de ontvankelijkheid van (de vorderingen van) SDBN aan te houden totdat het HvJEU de prejudiciële vragen van de rechtbank Rotterdam heeft beantwoord. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich over dit voornemen uit te laten voordat de rechtbank een definitieve beslissing (aanhouding of niet-ontvankelijkverklaring) neemt. De zaak zal hiertoe worden verwezen naar de rol.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
verwijst de zaak naar de rol van
4 maart 2026voor akte uitlating van beide partijen over het voornemen van de rechtbank weergegeven onder 5.35,
6.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, rechter, bijgestaan door mr. A.A.J. Wissink, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.

Voetnoten

1.Rechtbank Rotterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9088 (
2.Tweede Kamer, Afwikkeling massaschade in collectieve actie, 23 januari 2019, TK 44, p. 4
3.Tweede Kamer, Afwikkeling massaschade in collectieve actie, 23 januari 2019, TK 44, p. 8
4.Nota naar aanleiding van het verslag, Tweede Kamer, vergaderjaar 2017-2018, 34 608, nr. 6, p. 5
5.Nader gewijzigd amendement van het lid Groothuizen, Tweede Kamer, vergaderjaar 2018-2019, 34 608, nr. 22
6.https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-9083-2015-INIT/en/pdf, p. 15, voetnoot 28
7.De Minister tijdens de parlementaire behandeling, zie 5.3
8.Kamerstukken II, vergaderjaar 2016-2017, 34 608, nr. 3, p. 18 en 19
9.Kamerstukken II, vergaderjaar 2016-2017, 34 608, nr. 3, p. 19
10.twitter.jestaattekoop.nl
11.Kamerstukken II, vergaderjaar 2016-2017, 34 608, nr. 3, p. 19
12.Gerechtshof Amsterdam 18 juni 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1651, r.o. 4.21