ECLI:NL:RBAMS:2026:1610

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
11915476
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakoming arbeidsovereenkomst en schadevergoeding wegens onrechtmatige verstrekking gratis speeltegoed

Betent B.V., een aanbieder van online kansspelen, stelde vast dat een oud-werknemer, [gedaagde 1], in zijn functie als klantenservicemedewerker opzettelijk grote aantallen gratis speeltegoed (Free Bets) had verstrekt aan vier klanten, waaronder [gedaagde 2]. Dit geschiedde op een wijze die afweek van de interne voorschriften, wat leidde tot aanzienlijke schade voor Betent.

Betent vorderde schadevergoeding van zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2]. De rechtbank oordeelde dat [gedaagde 1] tekortgeschoten is in de nakoming van zijn arbeidsovereenkomst en aansprakelijk is voor de schade. Ook [gedaagde 2] werd aansprakelijk gehouden wegens onrechtmatig handelen en tekortkoming in de nakoming van de algemene voorwaarden.

De schade werd berekend op basis van de uitgekeerde prijzen en vervolgwinsten die zonder de onrechtmatige Free Bets niet zouden zijn behaald. Het beroep van [gedaagde 1] op eigen schuld van Betent en op matiging werd verworpen. De rechtbank wees de vorderingen grotendeels toe en veroordeelde beide gedaagden tot betaling van schadevergoeding, proceskosten en beslagkosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de oud-werknemer en klant tot betaling van schadevergoeding wegens onrechtmatige verstrekking van gratis speeltegoed en onrechtmatig handelen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11720975 CV EXPL 25-7695 en
11915476 CV EXPL 25-13847
vonnis van: 13 februari 2026
fno.: 8622
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
de besloten vennootschap Betent B.V.
gevestigd te Amsterdam
eiseres
nader te noemen: Betent
gemachtigde: mr. J.A.I. Verheul
t e g e n

1.[gedaagde 1]

wonende te [woonplaats 1]
nader te noemen: [gedaagde 1]
gemachtigde: mr. J.C. Hesen

2.[gedaagde 2]wonende te [woonplaats 2]nader te noemen: [gedaagde 2]niet verschenen

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Deze zaak is aangevangen met een dagvaarding bij de rechtbank Amsterdam, team handel. Na twee afzonderlijke verwijzingen zijn de zaken voortgezet bij de kamer voor kantonzaken, die beide zaken gelijktijdig heeft behandeld op een mondelinge behandeling van 8 december 2025. Op de mondelinge behandeling waren namens Betent aanwezig de heer [naam 1] en de heer [naam 2] , met de gemachtigde en diens kantoorgenoot mr. J.B. van Solinge. [gedaagde 1] was met zijn gemachtigde aanwezig. Het verzoek van Betent de mondelinge behandeling met gesloten deuren te houden is afgewezen. Wel heeft de kantonrechter aan Betent meegedeeld dat zij tijdens de mondelinge behandeling voor specifieke onderwerpen een nieuw verzoek tot sluiting van de deuren kan doen. Daarvan is geen gebruik gemaakt. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling was de procedure tegen twee andere gedaagden – [voormalige gedaagde 1] en [voormalige gedaagde 2] – beëindigd. Na de mondelinge behandeling heeft de eveneens gedaagde [voormalige gedaagde 3] het tegen hem verleende verstek gezuiverd. Vervolgens heeft Betent voor deze gedaagde afstand van instantie gedaan. Tegelijkertijd heeft Betent een akte eisvermindering genomen. Nu wordt één vonnis gewezen in de zaken tegen de resterende twee gedaagden.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
1. Als gesteld en erkend of niet (voldoende) weersproken, staat in dit geding het volgende vast:
1.1.
Betent is een onderneming die online kansspelen aanbiedt.
1.2.
[gedaagde 1] is op 20 december 2022 in de functie van klantenservicemedewerker bij Betent in dienst getreden.
1.3.
Vanaf maart 2023 werd [gedaagde 1] tweedelijns klantenservicemedewerker. In die functie mocht hij onder voorwaarden zogeheten Free Bets verstrekken aan spelers met een account bij Betent. Free Bets zijn gratis speeltegoed, dat bijvoorbeeld mag worden verstrekt als een speler technische problemen heeft ondervonden. De hoogste Free Bet bedraagt € 200,00.
1.4.
Bij een routinecontrole op 6 augustus 2024 bleek dat een klant van Betent 594 Free Bets van € 200,00 had ontvangen. Nader onderzoek wees uit dat er in totaal vier accounts waren waaraan grote aantallen Free Bets waren toegekend, in totaal € 495.909,40. Eén van die accounts is van [gedaagde 2] .
1.5.
De grote aantallen Free Bets zijn door [gedaagde 1] toegekend. Daarbij is een andere methode gebruikt dan intern door Betent voorgeschreven.
1.6.
De Free Bets zijn door de houders van voornoemde vier accounts ingezet op online kansspelen. Zij hebben daarmee in totaal € 354.388,11 gewonnen. Er is in totaal op de vier accounts € 401.556,15 uitgekeerd, omdat er met (een deel van) het gewonnen geld is doorgegokt met vervolgwinsten tot gevolg.
Vordering en verweer
2. Betent vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis – enigszins verkort weergegeven:
een verklaring voor recht dat [gedaagde 1] tekortgeschoten is in de nakoming van de arbeidsovereenkomst, althans dat hij onrechtmatig heeft gehandeld en dat hij aansprakelijk is voor de daardoor veroorzaakte schade;
een verklaring voor recht dat [gedaagde 2] tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de voor hem geldende algemene voorwaarden, althans dat hij onrechtmatig heeft gehandeld jegens Betent en dat hij aansprakelijk is voor de schade die Betent daardoor heeft geleden;
een verklaring voor recht dat Betent het account van [gedaagde 2] met ingang van 24 juni 2023 terecht ongeldig heeft verklaard;
veroordeling van [gedaagde 1] tot betaling van € 14.998,50 (in verband met aan het account van [voormalige gedaagde 1] uitbetaalde prijzen), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 november 2024;
veroordeling van [gedaagde 1] tot betaling van € 82.856,50 (in verband met aan het account van [voormalige gedaagde 3] uitbetaalde prijzen), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat tussen 27 februari 2024 en 3 augustus 2024 betalingen aan [voormalige gedaagde 3] zijn gedaan, althans vanaf in goede justitie te bepalen data;
hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] althans één van hen tot betaling van € 73.230,11, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat tussen 2 oktober 2023 en 5 augustus 2024 betalingen aan [gedaagde 2] zijn gedaan, althans vanaf in goede justitie te bepalen data en voorzover deze vordering enkel jegens [gedaagde 2] wordt toegewezen veroordeling van [gedaagde 1] tot betaling van onbetaalde en onverhaalde deel van de jegens [gedaagde 2] toegewezen vordering;
veroordeling van [gedaagde 1] tot betaling van € 60.481,04 ((in verband met aan het account van [voormalige gedaagde 2] uitbetaalde prijzen), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat tussen 25 september 2023 en 17 juli 2024 betalingen aan [voormalige gedaagde 2] zijn gedaan, althans vanaf in goede justitie te bepalen data;
hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot vergoeding van redelijke kosten ter vaststelling van schade, begroot op € 12.922,04, althans op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, althans een in goede justitie te bepalen datum;
hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot vergoeding van geleden en te lijden reputatieschade, op te maken bij staat;
veroordeling van [gedaagde 1] tot betaling van beslagkosten van € 1.219,73, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2024;
veroordeling van [gedaagde 1] tot betaling van beslagkosten van € 1.716,56, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2024;
veroordeling van [gedaagde 2] tot betaling van € 1.219,73 aan beslagkosten, met de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2024;
veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de kosten van de procedure.
3. [gedaagde 1] voert verweer tegen de vorderingen. Op dat verweer zal bij de beoordeling, voor zover van belang, worden ingegaan.
Beoordeling
4. [gedaagde 2] is niet verschenen. De tegen hem ingestelde vorderingen zijn toewijsbaar omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond zijn.
5. Ook de vorderingen die tegen [gedaagde 1] zijn ingesteld zijn grotendeels toewijsbaar. Dat wordt hierna toegelicht.
aansprakelijkheid
6. [gedaagde 1] heeft als werknemer van Betent opzettelijk en zonder dat daar een grond voor was grote aantallen Free Bets verstrekt aan vier klanten van Betent die daarvoor hun account ter beschikking hadden gesteld. Eén van die klanten was [gedaagde 2] . [gedaagde 1] is hiermee tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen als werknemer en omdat hij dat ook opzettelijk heeft gedaan is hij daarvoor aansprakelijk.
omvang schade
7. De omvang van de schade waarvoor aansprakelijkheid bestaat is door Betent uitgebreid toegelicht. Betent heeft de inleg van eigen geld van [voormalige gedaagde 1] buiten beschouwing gelaten. Vervolgens heeft zij de met Free Bets gegenereerde winsten berekend. Ook de met die winsten behaalde vervolgwinsten heeft zij meegerekend. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit de correcte manier om de schade te berekenen. Zonder het gebruiken van de Free Bets waren immers ook de vervolgwinsten niet behaald en deze staan dus in zodanig verband met het handelen van [gedaagde 1] dat deze als schade aan dat handelen zijn toe te rekenen. Voor zover [gedaagde 1] stelt dat hij ook eigen geld heeft ingezet is dat niet onderbouwd. De schadeberekening van Betent zal dan ook worden gevolgd.
eigen schuld
8. [gedaagde 1] heeft een beroep gedaan op eigen schuld van de kant van Betent. Betent had meer en beter toezicht moeten houden en zij had moeten signaleren dat [gedaagde 1] ontspoorde. [gedaagde 1] wordt hierin niet gevolgd en het beroep op eigen schuld wordt verworpen. De grenzen van de schadebeperkingsplicht worden door de redelijkheid bepaald. In dit geval is het [gedaagde 1] die met zijn doelbewuste handelen de schade heeft veroorzaakt. Daarbij heeft hij voor het toekennen van de Free Bets een andere methode gebruikt dan voorgeschreven en daarnaast heeft hij gezorgd dat door de vier hulppersonen enkel bedragen werden opgenomen onder het door Betent gehanteerde drempelbedrag voor fraudecontrole. Betent had dus wel diverse controlesystemen, maar het handelen van [gedaagde 1] werd door de opzet ervan niet ontdekt. De schade kan dan in redelijkheid niet deels worden toegerekend aan het uitblijven van extra controlemaatregelen van de kant van Betent. Voor zover [gedaagde 1] zich er op heeft beroepen dat hij zelf een gokprobleem had waarop Betent actie had moeten nemen is dat onvoldoende onderbouwd. Het bestaan van een gokprobleem blijkt niet uit overgelegde stukken en bovendien blijkt niet dat Betent daarvan op de hoogte was of had moeten zijn.
matiging
9. Het beroep op matiging wordt verworpen. De schade is veroorzaakt door opzettelijk handelen van [gedaagde 1] , die voor eigen gewin heeft gehandeld. Weliswaar is ook dan matiging niet uitgesloten, maar daarvoor is vereist dat sprake is van kennelijk onaanvaardbare gevolgen. Die doen zich hier niet voor. Weliswaar lijkt het er op dat in ieder geval een groot deel van de geïncasseerde winsten niet meer voorhanden is, terwijl [gedaagde 1] een beperkt inkomen heeft, maar dat is onvoldoende om genoemde hoge drempel te halen. Bovendien is niet uitgesloten dat een deel van het geld in cryptovaluta is geïnvesteerd, zoals Betent heeft aangevoerd. In het feit dat deze fraude zich heeft afgespeeld in de context van een online gokbedrijf ziet de kantonrechter ook geen aanleiding tot matiging te komen. Het handelen van [gedaagde 1] had zich net zo goed in een andere bedrijfsmatige omgeving kunnen afspelen.
reputatieschade
10. Betent heeft onvoldoende onderbouwd dat er een mogelijkheid bestaat van reputatieschade, zodat de vordering die daar op ziet zal worden afgewezen.
conclusie
11. De vorderingen van Betent zullen dus grotendeels worden toegewezen, zoals hierna te formuleren. Omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (grotendeels) in het ongelijk gesteld worden, zullen zij in de proceskosten worden veroordeeld. Overeenkomstig de vordering van Betent zullen afzonderlijke kostenveroordelingen worden uitgesproken, omdat de procedure voor beide partijen anders gelopen is en omdat [gedaagde 2] verstek heeft laten gaan. De kosten worden als volgt begroot, waarbij de toegewezen bedragen tot uitgangspunt zijn genomen.
voor [gedaagde 1] :
exploot € 112,37
salaris (1,5 punten) € 1.630,50
griffierecht € 730,50
-----------------
totaal € 2.473,37
voor zover van toepassing, inclusief btw;
en voor [gedaagde 2] :
exploot € 112,37
salaris (0,5 punt) € 407,50
griffierecht € 730,50
----------------
totaal € 1.250,37
voor zover van toepassing, inclusief btw.
BESLISSING
De kantonrechter:
I. verklaart voor recht dat [gedaagde 1] tekortgeschoten is in de nakoming van de arbeidsovereenkomst en dat hij aansprakelijk is voor de daardoor veroorzaakte schade;
II. verklaart voor recht dat [gedaagde 2] tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de voor hem geldende algemene voorwaarden en dat hij onrechtmatig heeft gehandeld jegens Betent en dat hij aansprakelijk is voor de schade die Betent daardoor heeft geleden;
III. verklaart voor recht dat Betent het account van [gedaagde 2] met ingang van 24 juni 2023 terecht ongeldig heeft verklaard;
IV. veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling aan Betent van € 14.998,50 (in verband met aan het account van [voormalige gedaagde 1] uitbetaalde prijzen), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 november 2024;
V. veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling aan Betent van € 82.856,50 (in verband met aan het account van [voormalige gedaagde 3] uitbetaalde prijzen), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat tussen 27 februari 2024 en 3 augustus 2024 betalingen aan [voormalige gedaagde 3] zijn gedaan;
VI. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, wat betekent dat voor zover de één betaalt, de ander niet meer hoeft te betalen, tot betaling aan Betent van
€ 73.230,11, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat tussen 2 oktober 2023 en 5 augustus 2024 betalingen aan [gedaagde 2] zijn gedaan;
VII. veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling aan Betent van € 60.481,04 ((in verband met aan het account van [voormalige gedaagde 2] uitbetaalde prijzen), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat tussen 25 september 2023 en 17 juli 2024 betalingen aan [voormalige gedaagde 2] zijn gedaan;
VIII. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, wat betekent dat voor zover de één betaalt, de ander niet meer hoeft te betalen, tot betaling aan Betent van redelijke kosten ter vaststelling van schade, begroot op € 12.922,04, met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;
IX. veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling aan Betent van beslagkosten van
€ 1.219,73, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2024;
X. veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling aan Betent van beslagkosten van
€ 1.716,56, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2024;
XI. veroordeelt [gedaagde 2] tot betaling aan Betent van € 1.219,73 aan beslagkosten, met de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2024;
XII. veroordeelt [gedaagde 1] in de kosten van de procedure, aan de kant van Betent tot vandaag begroot op € 2.473,37, voor zover van toepassing inclusief btw;
XIII. veroordeelt [gedaagde 2] in de kosten van de procedure, aan de kant van Betent tot vandaag begroot op € 1.250,37, voor zover van toepassing inclusief btw;
XIV. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ieder in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 67,50 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;
XV. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
XVI. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.