ECLI:NL:RBAMS:2026:1640

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
13/220314-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen drugshandel en witwassen met gevangenisstraf

De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van het verkopen van diverse harddrugs, het aanwezig hebben van grote hoeveelheden cocaïne en hasjiesj in twee woningen, en het medeplegen van witwassen van geldbedragen en luxe goederen. Het bewijs bestond uit onder meer telefoongegevens, observaties, camerabeelden, en vondsten bij doorzoekingen.

Verdachte gebruikte een dealtelefoon waarmee duizenden berichten over drugshandel werden uitgewisseld. Hij had toegang tot de woningen waar drugs werden aangetroffen en had beschikkingsmacht en wetenschap van de aanwezigheid daarvan. Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte grote geldbedragen via bankrekeningen ontving en luxe goederen bezat zonder een legale verklaring, wat leidde tot de bewezenverklaring van witwassen.

De rechtbank verwierp de verweren van de verdediging, waaronder het betwisten van het gebruik van de dealtelefoon en het ontkennen van wetenschap over de drugs. Verdachte maakte geen gebruik van zijn zwijgrecht om de feiten te verklaren. Gelet op de ernst van de feiten, de duur van de handel en het witwassen, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor medeplegen van drugshandel en witwassen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/220314-25 (Promis)
Datum uitspraak: 27 januari 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres 1] ,
thans gedetineerd te: [detentieadres] .

1.Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 januari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. B.S. Selier en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. N.C. Reehuis naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan het
Feit 1: medeplegen van het verkopen van amfetamine, MDMA, cocaïne, heroïne, LSD, GHB, methylfenidaat, 2C-B en 4-MMC in de periode 23 november 2023 tot en met 30 juli 2025;
Feit 2: medeplegen van het aanwezig hebben van 646,79 gram cocaïne in een woning aan [adres 2] en 5 pillen cocaïne en MDMA in een woning aan de [adres 1] op 30 juli 2025;
Feit 3: medeplegen van het aanwezig hebben van 8,24 kilogram hasjiesj in een woning aan [adres 2] en 24,19 gram hasjiesj in een woning aan de [adres 1] op 30 juli 2025;
Feit 4: medeplegen van witwassen van geldbedragen en luxe goederen in de periode van 16 april 2024 tot en met 30 juli 2025.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in
bijlage Ibij dit vonnis.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle feiten kunnen worden bewezen. Daartoe heeft hij aangevoerd dat uit het onderzoek van de in beslag genomen telefoons en meerdere observaties volgt dat verdachte zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan het dealen van drugs (feit 1). Ook het voorhanden hebben van drugs vindt de officier van justitie bewezen, nu verdachte en medeverdachten wetenschap en beschikkingsmacht hadden over de verdovende middelen (feit 2 en 3). Verder stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen van luxe goederen en geldbedragen, waarbij gebruik is gemaakt van de [naam 1] en [naam 2] rekeningen (feit 4).
3.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de berichten die zijn aangetroffen op de telefoon met nummer [telefoonnummer 1] niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, nu niet kan worden vastgesteld dat verdachte de gebruiker van die telefoon was (feit 1). Om die reden heeft zij ook verzocht verdachte ten aanzien van feit 4 partieel vrij te spreken van het witwassen via de [naam 1] -rekening. Voorts stelt de raadsvrouw dat niet kan worden vastgesteld dat de aangetroffen drugs op de [adres 2] zich in de machtssfeer van verdachte bevonden of dat verdachte daarvan wetenschap had. De raadsvrouw heeft verzocht verdachte voor deze feiten vrij te spreken (feit 2 en 3).
Ten aanzien van de onderzoeksbevindingen met betrekking tot de telefoon met nummer [telefoonnummer 2] en het witwassen van geldbedragen via de [naam 2] rekening heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank (feit 1 en 4).
3.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank vindt dat alle vier de ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen, zoals hierna in rubriek 4 is weergegeven. De rechtbank overweegt als volgt.
Feiten en omstandigheden
De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Op 14 februari 2025 ontving het onderzoeksteam van de politie een proces-verbaal van het Team Criminele Inlichtingen (TCI), waarin informatie was opgenomen die door het TCI als betrouwbaar was aangemerkt. Uit deze informatie bleek dat via WhatsApp met nummer [telefoonnummer 1] (hierna: # [telefoonnummer 1] ) bij [verdachte] (hierna: verdachte) en zijn broer [persoon] (hierna: [persoon] ) drugs konden worden besteld. Uit onderzoek bleek dat [persoon] aan dit telefoonnummer kon worden gekoppeld. [persoon] is op 17 april 2025 na een korte achtervolging uit zijn auto gehaald, aangehouden en gefouilleerd. In zijn auto werd een telefoon aangetroffen. Uit nader onderzoek aan de telefoon bleek dat het nummer # [telefoonnummer 1] aan de telefoon was gekoppeld en dat daarop berichten waren verstuurd en ontvangen die betrekking hadden op de handel in verdovende middelen. Op 2 juli 2025 werd verdachte, als bestuurder van een voertuig, door de politie gecontroleerd. Tijdens het doorzoeken van het voertuig zagen verbalisanten dat een mobiele telefoon oplichtte. Op het scherm waren binnenkomende berichten zichtbaar met vragen als: “verkoop je?” en “ben je actief?”.
Verder is uit onderzoek gebleken dat verdachte of [persoon] samen met medeverdacht [medeverdachte] zich dagelijks gedurende korte momenten ter hoogte van een woontoren op de [adres 2] [nummers] bevonden. Uit de beschrijving van camerabeelden van het desbetreffende pand bleek onder meer dat verdachte of [persoon] samen met medeverdachte [medeverdachte] met behulp van een toegangscode met lege tassen het pand binnengingen, met de lift naar de 21e verdieping gingen en het pand korte tijd later met gevulde tassen verlieten. Uit onderzoek bleek dat de gebruikte toegangscode een unieke toegangscode betrof die hoorde bij huisnummer [adres 2] . Verbalisanten kunnen niet bij ieder bezoek aan de [adres 2] zien om wie van de twee broers het precies gaat, nu verdachte en zijn broer [persoon] een eeneiige tweeling zijn en het enige waarin [persoon] en [verdachte] (verdachte) van elkaar verschillen het feit is dat verdachte een litteken heeft bij zijn linkeroog. Op 23 juli 2025 wordt gezien dat verdachte of [persoon] samen met medeverdachte [medeverdachte] samen een ogenschijnlijk zware tas vasthielden, in de lift naar de 21e etage gingen en na ongeveer 30 minuten weer beneden kwamen zonder de tas. Vervolgens wordt op 30 juli 2025 de woning aan [adres 2] doorzocht en worden onder meer verschillende soorten verdovende middelen (harddrugs) aangetroffen. Op 30 juli 2025 wordt ’s ochtends vroeg ook de woning aan de [adres 1] , het woonadres van verdachte en [persoon] , doorzocht. In een slaapkamer met daarin twee eenpersoons bedden met daartussenin een nachtkastje, wordt verdachte op een van de bedden aangetroffen. Naast het bed lag een iPhone 14 Pro op het nachtkasje. Op het andere bed, waar een kaal matras zonder beddengoed op lag, is een IPhone Se in de oplader aangetroffen. Verder worden er in de woning drugs, geld en meerdere luxe goederen aangetroffen. Verdachte heeft zich steeds op zijn zwijgrecht beroepen.
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegdeDe rechtbank stelt vast dat tijdens de doorzoeking van de woning aan de [adres 1] op de slaapkamer van verdachte een iPhone SE is aangetroffen, aangesloten op de oplader, terwijl alleen verdachte zich in die slaapkamer bevond en niemand anders in de woning aanwezig was. Uit onderzoek blijkt dat de telefoon gekoppeld was aan het nummer # [telefoonnummer 1] . Uit onderzoek in de beschikbare data van de telefoon met telefoonnummer # [telefoonnummer 1] blijkt onder meer het volgende. In de periode van 18 april 2025 tot en met 30 juli 2025 zijn met deze telefoon via WhatsApp 23644 berichten uitgewisseld, die vrijwel uitsluitend gingen over de handel in verdovende middelen. Op een opgeslagen notitie in de telefoon staat de toegangscode voor de woning aan de [adres 2] [nummers] . In de chats die via # [telefoonnummer 1] zijn gevoerd geeft de gebruiker van dit nummer aan dat hij doordeweeks tot 03:30 uur beschikbaar is en in het weekend tot 06:00. Ook stuurt hij een ‘menukaart’ waarop te zien is welke verdovende middelen kunnen worden afgenomen, onder andere cocaïne, mdma, ketamine, xtc, 3mmc en speed. Klanten kunnen betalen met contant geld of via een betalingsverzoek. Uit onderzoek is bovendien gebleken dat telefoonnummer # [telefoonnummer 1] , na de inbeslagname onder [persoon] op 17 april 2025 van een telefoon die dit nummer gebruikte , op 23 april 2025 gekoppeld werd aan een nieuw simkaartnummer en daardoor weer actief was. De rechtbank beschouwt de bij verdachte aangetroffen telefoon met telefoonnummer # [telefoonnummer 1] dan ook als een dealtelefoon.
Nu verdachte verder geen enkele verklaring heeft willen afleggen over de bij hem aangetroffen telefoon # [telefoonnummer 1] stelt de rechtbank op grond van vorenstaande vast dat verdachte (mede) gebruiker was van deze telefoon. Het verweer van de raadsvouw op dit punt wordt verworpen.
Voorts volgt uit het dossier dat de iPhone 14 Pro, die op 30 juli 2025 werd aangetroffen in de slaapkamer van verdachte is gekoppeld aan het telefoonnummer [telefoonnummer 2] (hierna: telefoon # [telefoonnummer 2] ). Uit onderzoek van de data op telefoon # [telefoonnummer 2] blijkt dat de telefoon in gebruik was bij verdachte. Zo geeft de gebruiker in gesprekken aan dat hij ‘ [verdachte] ’ heet en stuurt de gebruiker, als hem wordt gevraagd naar een foto van het paspoort van [verdachte] , een foto van dat paspoort. Uit de onderzochte data komt voorts naar voren dat vanaf 23 november 2023 met telefoon # [telefoonnummer 2] via Whatsapp en Snapchat chatgesprekken zijn gevoerd omtrent het verkopen van verdovende middelen, waaronder cocaïne. Er zijn daarnaast meerdere foto’s en video’s aangetroffen op de telefoon # [telefoonnummer 2] waaruit eveneens blijkt dat verdachte handelt in verdovende middelen.
Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 23 november 2023 tot en met 30 juli 2025 heeft gehandeld in harddrugs.
Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegdeVoor het bewijs van ‘aanwezig hebben’ in de zin van de Opiumwet, is nodig dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen in de woningen aan [adres 2] respectievelijk [adres 1] en dat hij hier ook beschikkingsmacht over had. De rechtbank oordeelt als volgt.
De rechtbank stelt vast dat verdachte toegang had tot de woning aan [adres 2] , nu de toegangscode van het gebouw op de dealtelefoon is aangetroffen waar hij de (mede) gebruiker van is. Daarnaast is zijn vingerafdruk aangetroffen op een envelop in de woning. Op zijn telefoon met nummer # [telefoonnummer 2] is bovendien een foto aangetroffen van een weegschaal op een tafel. Die weegschaal en tafel op de foto komen overeen met een weegschaal en tafel die in de woning aan [adres 2] aanwezig waren tijdens de doorzoeking. Gelet op het voorgaande, in samenhang bezien met de onder feit 1 bewezen handel in verschillende soorten verdovende middelen, kan het niet anders dan dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verschillende verdovende middelen in de woning aan de [adres 2] en daar beschikkingsmacht over had. Uit het NFiDENT-rapport volgt dat een hoeveelheid van 520,70 gram cocaïne is aangetroffen. De rechtbank zal ten aanzien van feit 2 uitgaan van deze hoeveelheid.
Voorts stelt de rechtbank vast dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de aangetroffen drugs op het woonadres van verdachte, aan de [adres 1] , nu de drugs op het nachtkastje naast het door verdachte beslapen bed zijn aangetroffen.
De rechtbank acht feit 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegdeBeoordelingskader witwassenOp basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen afkomstig zijn van een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Echter, ook als niet duidelijk is uit welk specifiek misdrijf de voorwerpen afkomstig zijn, kan witwassen worden bewezen. Het gaat dan om gevallen waarbij het op grond van de feiten en omstandigheden niet anders kan dan dat in dit geval deze goederen van misdrijf afkomstig zijn. Als de feiten en omstandigheden in het dossier zodanig zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft over de legale herkomst van de goederen. Zo’n verklaring moet concreet en verifieerbaar zijn, en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Als zo'n verklaring uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen over het bewijs. Als de verdachte een dergelijke verklaring heeft afgelegd, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om hier nader onderzoek naar te doen. Als uit dit onderzoek blijkt dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen een legale herkomst hebben en dat dus een criminele herkomst de enige aanvaardbare verklaring is, kan witwassen van de voorwerpen worden bewezen.
Geldbedragen ontvangen op rekeningen van [naam 1] [rekeningnummer] en [naam 2] [rekeningnummer] en contant geld aangetroffen aan de [adres 1]
De rechtbank stelt vast dat in de periode van 16 april 2024 tot 5 mei 2025 via de [naam 1] rekening een bedrag van 151.402,57 euro is ontvangen. De [naam 1] applicatie met het rekeningnummer [rekeningnummer] is op de telefoon van medeverdachte met nummer # [telefoonnummer 1] aangetroffen. Uit onderzoek van de data in de telefoon # [telefoonnummer 1] van medeverdachte is gebleken dat alle chats via # [telefoonnummer 1] zien op handel in verdovende middelen. Vervolgens wordt door verdachte hetzelfde telefoonnummer # [telefoonnummer 1] gebruikt en worden in zijn telefoon eveneens gesprekken aangetroffen met betrekking tot de handel in verdovende middelen. Voorts stelt de rechtbank vast dat in de periode 1 mei 2025 tot en met 30 juli 2025 een geldbedrag van in totaal 50.090 euro is ontvangen door verdachte. In de chatberichten van de telefoon met nummer # [telefoonnummer 1] gaf verdachte zijn klanten de mogelijkheid om betalingen te voldoen via het rekeningnummer [rekeningnummer] . Tot slot stelt de rechtbank vast dat er meerdere contante geldbedragen zijn aangetroffen in de woning van verdachte gelegen aan de [adres 1] .
Vanwege de hoogte van de (contante) geldbedragen en de aard van de overschrijvingen die via de rekeningen gedaan zijn, acht de rechtbank het vermoeden gerechtvaardigd dat deze bedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Dat betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de legale herkomst van geld. Verdachte heeft geen enkele verklaring over de herkomst van het geldbedrag gegeven. Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat het niet anders kan dan dat de geldbedragen ontvangen via de [naam 1] en [naam 2] rekeningen van misdrijf afkomstig waren en dat verdachte dit ook wist.
Luxe goederen, anders dan geld, aan de [adres 1]
De rechtbank oordeelt dat de goederen aangetroffen in de woning aan de [adres 1] een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen. Uit het dossier blijkt daarnaast dat verdachte in de onderzochte periode slechts een relatief gering, geregistreerd inkomen van gemiddeld nog geen € 500 per maand heeft ontvangen. Daarnaast wordt verdachte in dit vonnis veroordeeld voor het witwassen van hoge geldbedragen. De rechtbank acht daarom een witwasvermoeden gerechtvaardigd. Het mag daarom van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de (legale) herkomst van de goederen, die concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Verdachte heeft hiervoor geen verklaring gegeven. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat de goederen aangetroffen op de [adres 1] (onmiddellijk of middellijk) van enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dit ook wist. De rechtbank acht het witwassen van de goederen aangetroffen in de woning aan de [adres 1] dan ook bewezen.
Medeplegen
Ten aanzien van het medeplegen overweegt de rechtbank als volgt. De politie observeert verdachte of zijn tweelingbroer [persoon] samen met [medeverdachte] meermalen samen bij de woning [adres 2]. [medeverdachte] en een van de tweelingbroers worden meerdere malen geobserveerd als ze met tassen naar binnen en/of naar buiten gaan. Drie dagen nadat [medeverdachte] en een van de broers met een zware tas naar binnen gaan en zonder tas naar buiten gaan vindt een doorzoeking plaats waarbij een aanzienlijke hoeveel harddrugs wordt aangetroffen. Omdat verdachte een eeneiige tweelingbroer heeft en het enige zichtbare verschil tussen hen beiden een litteken onder het linkeroog van verdachte is, kan door verbalisanten op basis van visuele kenmerken niet steeds met voldoende zekerheid worden vastgesteld wie van de twee broers werd geobserveerd. De waarnemingen zijn echter wel ondersteunend voor het aannemen van een bewuste en nauwe samenwerking tussen [medeverdachte] en beide tweelingbroers, waarbij de dealtelefoon met nummer # [telefoonnummer 1] centraal stond. Het telefoonnummer # [telefoonnummer 1] , zoals de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld: de dealtelefoon, werd gedurende de tenlastegelegde periodes afwisselend gebruikt door zowel verdachte als zijn tweelingbroer. Dit blijkt uit het feit dat de telefoon met nummer # [telefoonnummer 1] bij de aanhouding van [persoon] op 17 april 2025 werd aangetroffen en een telefoon met telefoonnummer # [telefoonnummer 1] later, op 30 juli 2025, bij verdachte werd aangetroffen.
Alles bij elkaar duidt dit op een nauwe en bewuste samenwerking. De rechtbank acht het medeplegen ten aanzien van alle vier de feiten dan ook bewezen.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
Feit 1
in de periode van 23 november 2023 tot en met 30 juli 2025, te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht meerdere hoeveelheden amfetamine en MDMA en cocaïne
Feit 2
Op 30 juli 2025 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
- 520,70 gram (aangetroffen in de woning gelegen aan [adres 2] ), cocaïne en,
- 5 pillen (aangetroffen in de woning gelegen aan de [adres 1] ), MDMA
Feit 3
op 30 juli 2025 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
- ongeveer 8,24 kilogram (aangetroffen in de woning gelegen aan de [adres 2] ) en
- ongeveer 24,19 gram (aangetroffen in de woning gelegen aan de [adres 1] ), hasjiesj
Feit 4
in de periode van 16 april 2024 tot en met 30 juli 2025, te Amsterdam, tezamen en in vereniging een ander, van
- geldbedragen middels [naam 1] rekening [rekeningnummer] , en;
- geldbedragen middels [naam 2] [rekeningnummer] , en
- geldbedragen en een luxe goederen aangetroffen in de woning gelegen aan de [adres 1] ,
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft omgezet, en
- gebruik heeft gemaakt
terwijl verdachte en zijn mededaders wisten, dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig eigen misdrijf;

5.Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6.Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straf

7.1.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte dient te worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.
7.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw van verdachte heeft verzocht om bij de strafmaat rekening te houden met de omstandigheid dat volgens haar uit de stukken niet blijkt dat de gehele ten laste gelegde periode aaneengesloten is gedeald in drugs. Verder heeft de raadsvrouw verzocht om het onvoorwaardelijke strafdeel gelijk te laten zijn aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, om zo aan te sluiten bij de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij
first offenderis.
7.3.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemede straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich gedurende twintig maanden schuldig gemaakt aan het samen met anderen dealen van verschillende soorten harddrugs. Verdachte heeft daarmee laten zien dat hij weinig geeft om de schadelijke werking van harddrugs voor de gezondheid van de gebruikers en de met drugshandel gepaard gaande criminaliteit en verdere overlast voor de samenleving. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van softdrugs en verschillende soorten harddrugs. Verdovende middelen vormen een gevaar voor de volksgezondheid en de handel erin gaat vaak gepaard met (ernstige) criminaliteit, die ontwrichtend is voor de maatschappij. Door zijn handelen heeft verdachte bijdrage geleverd aan de instandhouding van de keten van criminele activiteiten. Dat met de handel in drugs veel geld kan worden verdiend is een feit van algemene bekendheid. Verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan witwassen. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. De rechtbank rekent verdachte dit aan.
Persoon van verdachte
Verdachte heeft niet over de feiten willen verklaren. Over zijn beweegredenen is daarom niets bekend geworden.
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 13 september 2025. Verdachte is eerder veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, maar dit gaat om oude feiten waarmee de rechtbank geen rekening houdt bij het bepalen van de straf in deze zaak.
Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de rapporten van Reclassering Nederland van 30 september 2025 en van 7 januari 2026. Hieruit volgt – kort gezegd – dat geen inzicht is verkregen in delict gerelateerde factoren dan wel risicofactoren. De reclassering geeft daarbij aan dat er geen mogelijkheden worden gezien om de risico's middels bijzondere voorwaarden te beperken.
Strafoplegging
Om te bevorderen dat landelijk door rechtbanken voor dezelfde feiten ongeveer dezelfde straffen worden opgelegd, zijn door het LOVS oriëntatiepunten opgesteld. De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf voor de bewezenverklaarde feiten gekeken naar deze oriëntatiepunten. Voor het verkopen van gebruikershoeveelheden harddrugs gedurende 6 tot 12 maanden is het uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Voor het aanwezig hebben van een hoeveelheid harddrugs tussen de 500 en 1.000 gram is het uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden. Voor het aanwezig hebben van een hoeveelheid softdrugs tussen de 5.000 en 10.000 gram is het uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden. Voor het witwassen van een geldbedrag tussen de 125.000 euro en 250.000 euro is het uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 tot 12 maanden.
Vanwege de ernst van de feiten en de periode van 20 maanden waarin verdachte in drugs gedeald heeft, vindt de rechtbank een grotendeels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Daarbij vindt de rechtbank het van belang dat verdachte een stok achter de deur heeft om niet opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet daarom aanleiding om aan verdachte ook een voorwaardelijk strafdeel op te leggen, in de hoop dat dit verdachte ervan weerhoudt om opnieuw strafbare feiten te plegen. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, en een proeftijd van twee jaren passend en geboden.

8.Beslag

Onder verdachte zijn, blijkens de beslaglijst van 9 januari 2026, de volgende voorwerpen in beslag genomen:
2. 32 32 STK Verpakkingsmateriaal (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690714);
2. 32 1 STK Weegschaal (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690520, Keukenweegschaal);
2. 32 4 STK Verpakkingsmateriaal (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690748);
2. 32 1 STK Verpakkingsmateriaal (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690537, Vacuümzakken);
2. 32 2 STK Bord (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690538, Papieren bordjes);
2. 32 14 STK Verpakkingsmateriaal (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690535, Gripzakjes);
2. 32 1 STK Shirt (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690707, Hermes);
2. 32 1 STK Shirt (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690708, Hermes);
2. 32 1 STK Zonnebril (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690631, John Dalia Scarlett);
2. 32 1 STK Broek (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690604, Burberry);
2. 32 1 STK Schoeisel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690602, Louis Vuitton);
2. 32 1 STK Schoeisel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690600, Hermes);
2. 32 1 DS Doos (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690712, Hermes schoenendoos);
2. 32 1 STK Horloge (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690637, Rolex Yacht- Master);
2. 32 1 STK Weegschaal (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690542, Weegschaal);
2. 32 1 STK Weegschaal (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690543, Weegschaal);
2. 32 1 STK Zonnebril (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690618, Zilverkleurig, merk: Cartier Phantere);
20. 27 27 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6692927, Colli/fust);
20. 27 3 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690727, HASH);
20. 27 2 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690764, Geel, merk: Hash);
20. 27 . 6 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690797, Cocaïne);
20. 27 16,61 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690675 - IBG: 30-07-2025);
20. 27 600,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690660 - IBG: 30-07-2025);
20. 27 5.700,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690667 - IBG: 30-07-2025);
20. 27 1.000,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690654 - IBG: 30-07-2025);
20. 27 830,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690733 - IBG: 30-07-2025);
20. 27 100,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690643 - IBG:30-07-2025);
20. 27 2.000,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690704 - IBG: 30-07-2025);
20. 27 3.640,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690668 - IBG: 30-07-2025);
20. 27 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690662, iPhone);
20. 27 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690655, iPhone)
20. 27 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6644975, Apple);
20. 27 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690674, Google Pixel);
20. 27 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690657);
20. 27 1 STK IJzer (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690710);
20. 27 2 STK Kentekenplaat (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690613);
20. 27 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690702);
20. 27 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690703);
20. 27 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690652);
20. 27 2 STK Schoenen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690718, Grijs, merk: Hermes);
20. 27 1 STK Navigator (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6692947);
20. 27 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690832);
20. 27 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690835);
20. 27 7 STK Fust (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690532).
Verbeurdverklaring
De onder 2 tot en met 18, 29, 32 tot en met 34, 42 tot en met 45 genoemde voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, dienen te worden verbeurd verklaard en zijn daarvoor strafbaar, aangezien met betrekking tot deze goederen feit 1 en 4 is begaan.
Onttrekking aan het verkeer
Omdat met betrekking tot de onder 20 tot en met 23, 36, en 39 tot en met 41 genoemde voorwerpen het bewezen geachte is begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.
Omdat de onder 38 en 46 genoemde voorwerpen zijn aangetroffen in het onderzoek naar het misdrijf waarvan verdachte wordt verdacht, terwijl dit voorwerp kan dienen tot de belemmering van de opsporing van het begaan van een soortgelijk misdrijf en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.
Bewaring ten behoeve van rechthebbende
Onder verdachte zijn geldbedragen van 16,61 euro (nummer 24), 5.700,- euro (nummer 26) en 830,- euro (nummer 28) in beslag genomen. Deze geldbedragen dienen ten behoeve van de rechthebbende te worden bewaard.
Retour rechthebbende
Onder verdachte is eveneens een geld bedrag van € 600,- (nummer 25), een geldbedrag van € 1.000,- (nummer 27), een geldbedrag van € 2.000,- (nummer 30) en een geldbedrag van
€ 3.640,- (nummer 31) in beslag genomen.
Ten aanzien van deze goederen is door de rechtbank op 16 december 2025 reeds beslist tot teruggave aan de rechthebbenden, niet zijnde verdachte.
Teruggave
Onder verdachte is een telefoon en een stuk ijzer met code (nummer 35 en 37 op de beslaglijst) in beslag genomen. Deze goederen behoren aan verdachte toe en dienen aan hem te worden teruggegeven.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11van de Opiumwet.

10.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Feit 1
Medeplegen opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
Feit 2
Medeplegen opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
Feit 3
Medeplegen opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod
Feit 4
Medeplegen witwassen, meermalen gepleegd
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
30 (dertig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte, groot
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een proeftijd van
2 (twee) jarenvast.
De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Verklaart verbeurd:
  • 2. 32 STK Verpakkingsmateriaal (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690714);
  • 3. 1 STK Weegschaal (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690520, Keukenweegschaal);
  • 4. 4 STK Verpakkingsmateriaal (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690748);
  • 5. 1 STK Verpakkingsmateriaal (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690537, Vacuumzakken);
  • 6. 2 STK Bord (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690538, Papieren bordjes);
  • 7. 14 STK Verpakkingsmateriaal (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690535, Gripzakjes);
  • 8. 1 STK Shirt (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690707, Hermes);
  • 9. 1 STK Shirt (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690708, Hermes);
  • 10. 1 STK Zonnebril (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690631, John Dalia Scarlett);
  • 11. 1 STK Broek (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690604, Burberry);
  • 12. 1 STK Schoeisel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690602, Louis Vuitton);
  • 13. 1 STK Schoeisel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690600, Hermes);
  • 14. 1 DS Doos (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690712, Hermes schoenendoos);
  • 15. 1 STK Horloge (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690637, Rolex Yacht- Master);
  • 16. 1 STK Weegschaal (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690542, Weegschaal);
  • 17. 1 STK Weegschaal (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690543, Weegschaal);
  • 18. 1 STK Zonnebril (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690618, Zilverkleurig, merk: Cartier Phantere);
  • 29. 100,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690643 - IBG: 30-07-2025);
  • 32. 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690662, Iphone);
  • 33. 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690655, Iphone)
  • 34. 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6644975, Apple);
  • 42. 2 STK Schoenen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690718, Grijs, merk: Hermes);
  • 43. 1 STK Navigator (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6692947);
  • 44. 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690832);
  • 45. 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690835);
Verklaart onttrokken aan het verkeer:
  • 20. 27 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6692927, Colli/fust);
  • 21. 3 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690727, HASH);
  • 22. 2 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690764, Geel, merk: Hash);
  • 23. 6 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690797, Cocaïne);
  • 36. 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690657);
  • 38. 2 STK Kentekenplaat (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690613);
  • 39. 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690702);
  • 40. 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690703);
  • 41. 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690652);
  • 46. 7 STK Fust (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690532).
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:
  • 24. 16,61 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690675 - IBG: 30-07-2025);
  • 26. 5.700,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690667 - IBG: 30-07-2025);
  • 28. 830,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690733 - IBG: 30-07-2025);
Gelast de teruggave aan verdachte [verdachte] van:
  • 35. 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690674, Google Pixel);
  • 37. 1 STK IJzer (Omschrijving: PL1300-2025061503-G6690710);
Dit vonnis is gewezen door
mr. L.F. Bögemann, voorzitter,
mrs. M.A.E. Somsen en D.A. Segbedzi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.S. Eisses, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 januari 2026.
[...]