Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Ibij dit vonnis.
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank wijst de immateriële schadevordering daarom toe tot een bedrag van € 11.000,-.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaren.
€ 2.148,26 (tweeduizendhonderdachtenveertig euro en zesentwintig cent)aan vergoeding van
materiële schadeen een bedrag van
€ 11.000,- (elfduizend euro)aan vergoeding van
immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (27 juni 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.
verplichtingop om ten behoeve van [benadeelde partij]
aan de Staat € 13.148,26 (dertienduizendhonderdachtenveertig euro en zesentwintig cent)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (27 juni 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
100 (honderd) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.