Uitspraak
zorgaanbieder: GGZ inGeest,
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de klachtencommissie GGZ Amsterdam en omstreken, die zijn klacht over de toepassing van verplichte zorg in de vorm van opname in een accommodatie ongegrond verklaarde en zijn verzoek om schadevergoeding afwees.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker in 2023 een zorgmachtiging kreeg voor verplichte zorg, waaronder medicatie en opname. Ondanks pogingen tot ambulante behandeling verbrak verzoeker het contact met zorgverleners, waarna opname noodzakelijk werd geacht. De zorgaanbieder heeft toegelicht dat de opname doelmatig was en bijdroeg aan stabilisatie.
Verzoeker stelde dat de verplichte zorg onrechtmatig was vanwege het ontbreken van ernstig nadeel, subsidiariteit, proportionaliteit en doelmatigheid, en dat zijn behandelwensen werden genegeerd. De rechtbank vond echter voldoende onderbouwing voor de zorgaanbieder en volgde diens oordeel over de ernst van de situatie en de noodzaak van opname.
De rechtbank concludeerde dat de klachten ongegrond zijn en wees het verzoek om schadevergoeding af. De beschikking is gegeven door rechter K.M. van Hassel op 16 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af wegens rechtmatige toepassing van verplichte zorg.