Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 februari 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
12 februari 2026 zal worden beperkt omdat hij geen namen van ambtenaren mag noemen of tot personen herleidbare functies. Deze beslissing is verzoeker meegedeeld door de voorzitter tijdens het inspreken op de raadsvergadering op 15 januari 2026 en schriftelijk vastgelegd in het verslag van de raadscommissie. Verzoeker vindt deze inperking onrechtmatig. Hij heeft hiertegen bezwaar gemaakt en hij verzoekt de voorzieningenrechter te bepalen dat hij tijdens de raadsvergadering op 12 februari 2026 namen en functies van ambtenaren mag noemen die vanuit hun functie naar buiten treden. [2]
niet-ontvankelijk verklaren.
5 februari 2026 van de raadsgriffie waarin verzoeker wordt meegedeeld dat hij niet kan inspreken, kan daarom niet worden aangemerkt een besluit in de zin van de Awb. Het vonnis waar verzoeker in zijn verzoekschrift naar verwijst, maakt dit oordeel niet anders. Dit betrof een vonnis van een civiele rechter over de vraag of de eiser in die zaak werd beperkt in zijn vrijheid van meningsuiting. Wat daarvan ook zij, de voorzieningenrechter kan pas tot een inhoudelijk oordeel komen als er een besluit in de zin van de Awb voorligt.
Beslissing
niet-ontvankelijk.