ECLI:NL:RBAMS:2026:1953

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
12032032 EA VERZ 25-1524
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:677 BWArt. 7:672 lid 11 BWArt. 7:673 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Werkgever erkent onterecht ontslag op staande voet en moet schadevergoedingen betalen

De werkneemster was van september 2022 tot oktober 2025 werkzaam als uitzendkracht bij Hôtes Culture en kreeg op 3 november 2025 een ontslag op staande voet wegens vermeend onacceptabel gedrag van haar partner tijdens een bedrijfsuitje. De werkgever erkende later dat het ontslag onterecht was gegeven.

De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet rechtsgeldig was omdat er geen dringende reden bestond. De werkneemster kreeg daarom recht op een gefixeerde schadevergoeding voor de opzegtermijn, een transitievergoeding en een billijke vergoeding wegens het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De billijke vergoeding werd vastgesteld op €10.000 bruto, rekening houdend met de omstandigheden en de kans op snel nieuw werk.

Daarnaast werd de werkgever veroordeeld tot het verstrekken van loonstroken en jaaropgaven, betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Verzoeken tot wedertewerkstelling en vernietiging van de vaststellingsovereenkomst werden ingetrokken of afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen en proceskosten wegens onterecht ontslag op staande voet.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 12032032 \ EA VERZ 25-1524
Beschikking van 24 februari 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. I. Kouvarnta,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HÔTES CULTURE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: Hôtes Culture,
vertegenwoordigd door haar bestuurder [naam] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties van 24 december 2025,
- nagezonden productie 1 van de zijde van [verzoeker] ,
- de mondelinge behandeling van 3 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Op 3 februari 2026 is de mondelinge behandeling gehouden. [verzoeker] is verschenen met haar ouders en werd bijgestaan door mr. Kouvarnta. Namens Hôtes Culture is [naam] verschenen. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord en hun standpunten nader toegelicht, [verzoeker] mede aan de hand van spreekaantekeningen. [verzoeker] heeft ter zitting haar primaire verzoek tot wedertewerkstelling en betaling van salaris ingetrokken. Na verder debat is met partijen besproken dat Hôtes Culture aan [verzoeker] loonstroken toestuurt, [verzoeker] een berekening van de hoogte van de transitievergoeding aan de kantonrechter zal toesturen en Hôtes Culture op die berekening mag reageren. Vervolgens is de datum voor beschikking bepaald op vandaag.
1.3.
Bij e-mail van 12 februari 2026 heeft de gemachtigde van [verzoeker] een akte in het geding gebracht met daarin een berekening van de transitievergoeding. Hierop heeft Hôtes Culture niet gereageerd.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] heeft van 8 september 2022 tot en met 29 oktober 2025 voor Hôtes Culture gewerkt als uitzendkracht, waarbij zij door Hôtes Culture werd uitgeleend aan musea.
2.2.
Op donderdag 30 oktober 2025 hebben partijen een tijdelijke arbeidsovereenkomst gesloten voor de periode van 30 oktober 2025 tot en met april 2026 voor de functie van medewerker planning en administratie. Het salaris bedroeg € 2.091,89 bruto per maand te vermeerderen met 8% vakantiegeld en overige emolumenten. In de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat zowel Hôtes Culture als [verzoeker] bevoegd zijn de arbeidsovereenkomst tussentijds op te zeggen met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn.
2.3.
Op zaterdag 1 november 2025 had Hôtes Culture een bedrijfsuitje, waarbij op enig moment - tegen het einde van de avond - de partner van [verzoeker] is aangesloten.
2.4.
Op 2 november 2025 heeft Hôtes Culture in de persoon van [naam] met [verzoeker] gebeld en tegen haar gezegd dat er de vorige avond dingen zijn gebeurd die niet door de beugel konden, [verzoeker] de volgende dag niet naar werk hoefde te komen en dat er eerst een gesprek moest komen tussen partijen.
2.5.
Op 3 november 2025 is er een gesprek geweest tussen [naam] en [verzoeker] . In dat gesprek is aan [verzoeker] meegedeeld dat zij een vaststellingsovereenkomst kon tekenen en dat als zij dat niet wilde zij op staande voet zou worden ontslagen. Vervolgens heeft [verzoeker] een vaststellingsovereenkomst getekend, waarbij [naam] aankondigde dat [verzoeker] om juridische en procedurele redenen per e-mail op staande voet zou worden ontslagen, voor het geval zij de vaststellingsovereenkomst zou ontbinden.
2.6.
Op 3 november 2025 heeft Hôtes Culture een e-mail gestuurd aan [verzoeker] waarin staat dat zij op staande voet is ontslagen. Als reden voor het ontslag staat in die e-mail, kort gezegd, dat [verzoeker] niet heeft ingegrepen toen haar vriend zich onprettig en intimiderend heeft gedragen tijdens het bedrijfsuitje.
2.7.
Bij e-mail van 17 november 2025 heeft [verzoeker] de vaststellingsovereenkomst ontbonden met een beroep op de wettelijke bedenktermijn.
2.8.
In de periode daarna hebben (de gemachtigde van) [verzoeker] en Hôtes Culture onderhandeld over een herziene versie van de vaststellingsovereenkomst, die zij op 8 december 2025 hebben getekend.
2.9.
Bij e-mail van 18 december 2025 heeft Hôtes Culture de herziene versie van de vaststellingsovereenkomst ontbonden, omdat [verzoeker] die avond aanwezig was bij een kerstreceptie van een zakenrelatie van Hôtes Culture.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt:
primair:
a. betaling van een billijke vergoeding van € 27.110,90 bruto,
b. betaling van de gefixeerde schadevergoeding,
c. betaling van de transitievergoeding,
d. Hôtes Culture te veroordelen schriftelijke bruto/netto specificaties te verstrekken waarin de onder a, b en c gevorderde vergoedingen zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom,
e. betaling van de buitengerechtelijke incassokosten conform de WIK,
f. betaling van de wettelijke rente van de onder a, b, c, d en e genoemde bedragen,
h. te verklaren dat de werking van het concurrentie- en relatiebeding, voor zover bedongen, is komen te vervallen,
subsidiair:
a. de ontbinding van de vaststellingsovereenkomst tussen partijen te vernietigen en Hôtes Culture te veroordelen tot nakoming van die vaststellingsovereenkomst, op straffe van een dwangsom,
b. Hôtes Culture te veroordelen schriftelijke bruto/netto specificaties te verstrekken, waarin de bedragen onder a zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom,
c. betaling van de buitengerechtelijke incassokosten conform de WIK,
d. betaling van de wettelijke rente van de onder a, b, c en d genoemde bedragen,
meer subsidiair:
in het geval het verzoek tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst wordt afgewezen:
a. betaling van een billijke vergoeding van € 27.110,90 bruto,
b. betaling van de gefixeerde schadevergoeding, te vermeerderen met 50% wettelijke verhoging,
c. betaling van de transitievergoeding,
d. voor recht te verklaren dat Hôtes Culture geen rechten kan ontlenen aan het concurrentie- en relatiebeding,
e. Hôtes Culture te veroordelen schriftelijke bruto/netto specificaties te verstrekken, waarin de bedragen onder a, b en c zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom,
f. betaling van de buitengerechtelijke incassokosten conform de WIK,
d. betaling van de wettelijke rente van de onder a, b, c, e en f genoemde bedragen,
primair, subsidiair en meer subsidiair:
a. doorbetaling van het salaris vanaf 3 november 2025 tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd,
b. Hôtes Culture salarisspecificaties te verstrekken vanaf 3 november 2025 waarin de betaling van het onder a verzochte is verwerkt, op straffe van een dwangsom,
c. Hôtes Culture te veroordelen tot het verstrekken van loonstroken en jaaropgaaf strekkende tot financiële afwikkeling van de uitzendovereenkomst op straffe van een dwangsom,
d. betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het aan [verzoeker] toekomende loon en de vakantietoeslag van 8%,
e. betaling van de buitengerechtelijke incassokosten conform de WIK,
f. betaling van de wettelijke rente over de onder a, b, c en d genoemde bedragen,
g. Hôtes Culture te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De vraag is of het aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is.
4.2.
Op grond van artikel 7:677 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) is de werkgever bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de werknemer.
4.3.
Hôtes Culture heeft ter zitting desgevraagd erkend dat een dringende reden voor het ontslag op staande voet bij nader inzien ontbrak. Dit betekent dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is en [verzoeker] aanspraak kan maken op betaling van een aantal vergoedingen die hierna zullen worden besproken.
4.4.
[verzoeker] maakt aanspraak op de gefixeerde schadevergoeding als bedoeld in artikel 7:672 lid 11 BW Pro. De partij die opzegt tegen een eerdere dag dan tussen partijen geldt, is aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Die situatie doet zich hier voor. De arbeidsovereenkomst is namelijk op 3 november 2025 onmiddellijk opgezegd en dus zonder rekening te houden met de geldende opzegtermijn. De arbeidsovereenkomst zou tot 1 januari 2026 hebben geduurd als de opzegtermijn wel in acht was genomen. Een bedrag van € 4.370,34 bruto inclusief vakantietoeslag, gelijk aan het salaris over de periode van 3 november 2025 tot 1 januari 2026, is daarom toewijsbaar. Over dit bedrag is de wettelijke rente verschuldigd, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.
4.5.
In verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever komt aan [verzoeker] een transitievergoeding toe, als bedoeld in artikel 7:673 BW Pro. De kantonrechter berekent de hoogte daarvan net als [verzoeker] op een bedrag van € 637,03 bruto. Over het bedrag van de transitievergoeding is de wettelijke rente verschuldigd, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.
4.6.
Het onterecht gegeven ontslag op staande voet is ernstig verwijtbaar. [verzoeker] maakt daarom aanspraak op een billijke vergoeding. De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. Daarbij kan rekening worden gehouden met inkomen dat de werknemer zou hebben genoten als de arbeidsovereenkomst op een later moment zou zijn geëindigd, met eventueel ander werk dat de werknemer inmiddels heeft gevonden, en met de inkomsten die hij daaruit dan geniet, en met de (andere) inkomsten die de werknemer in redelijkheid in de toekomst kan verwerven, zoals bijvoorbeeld een mogelijke WW-uitkering (ECLI:NL:HR:2026:193).
4.7.
Voorstelbaar is dat het ontslag op staande voet impact heeft gehad op [verzoeker] , te meer nu het ontslag te lichtvaardig is gegeven. [verzoeker] is van de een op de andere dag werkloos geworden en zonder inkomsten komen te zitten. De tijdelijke arbeidsovereenkomst heeft slechts een paar dagen geduurd en feitelijk is [verzoeker] niet aangevangen in haar nieuwe functie. Onduidelijk is hoe lang [verzoeker] voor Hôtes Culture in die nieuwe functie zou hebben gewerkt. Gelet op de leeftijd van [verzoeker] , 26 jaar, is niet aannemelijk dat zij lang werkloos zal blijven. [naam] heeft ter zitting toegezegd dat hij zich ervoor zal inzetten dat [verzoeker] in de museumbranche aan de slag kan. Verder is ter zitting duidelijk geworden dat [verzoeker] ook in de zorg heeft gewerkt. Aannemelijk is dat het voor [verzoeker] mogelijk moet zijn om op korte termijn een nieuwe baan te vinden. Verder wordt ervan uitgegaan, nu geoordeeld is dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, [verzoeker] in aanmerking komt voor een WW-uitkering.
4.8.
Rekening houdend met voornoemde omstandigheden en omdat aan [verzoeker] een transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt toegekend, zal de billijke vergoeding worden bepaald op een bedrag van € 10.000,00 bruto. De door [verzoeker] geleden (inkomens)schade wordt daarmee gelet op het voorgaande voldoende gecompenseerd. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking.
4.9.
Hôtes Culture zal worden veroordeeld bruto/netto specificaties te verstrekken waarin de transitievergoeding, de billijke vergoeding en de gefixeerde schadevergoeding zijn verwerkt. De verzochte dwangsom zal worden afgewezen, omdat ervan wordt uitgegaan dat Hôtes Culture vrijwillig aan deze veroordeling zal voldoen.
4.10.
[verzoeker] heeft voldoende gesteld dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Gelet op de bedragen die worden toegewezen, zal een bedrag van € 1.119,34 aan buitengerechtelijke kosten worden toegewezen. De wettelijke rente zal vanaf de datum waarop het verzoekschrift is ingediend worden toegewezen.
4.11.
Het verzoek van [verzoeker] te verklaren dat de werking van het concurrentie- en relatiebeding is komen te vervallen, zal worden afgewezen, omdat dergelijke bedingen niet zijn opgenomen in de arbeidsovereenkomst.
4.12.
Omdat met bovenstaande de primaire verzoeken van [verzoeker] worden toegewezen, wordt aan de subsidiaire en meer subsidiaire verzoeken niet toegekomen en behoeven deze niet te worden beoordeeld. Voor zover nodig zal hieronder het primaire, subsidiaire en meer subsidiaire verzoek worden beoordeeld.
4.13.
Ter zitting is afgesproken dat Hôtes Culture aan [verzoeker] de loonstroken zou verstrekken voor de periode die zij als uitzendkracht voor Hôtes Culture heeft gewerkt, voor het berekenen van de transitievergoeding. Voor zover Hôtes Culture niet alle loonstroken en ook jaaropgaven heeft verstrekt, zal zij hiertoe worden veroordeeld. Hieraan zal geen dwangsom worden verbonden, omdat ervan wordt uitgegaan dat Hôtes Culture vrijwillig aan deze veroordeling zal voldoen.
4.14.
De proceskosten komen voor rekening van Hôtes Culture, omdat Hôtes Culture overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 1.266,00 (€ 257,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
4.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Hôtes Culture om aan [verzoeker] te betalen een gefixeerde schadevergoeding van € 4.370,34 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.2.
veroordeelt Hôtes Culture om aan [verzoeker] een transitievergoeding te betalen van € 637,03 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.3.
veroordeelt Hôtes Culture om aan [verzoeker] een billijke vergoeding te betalen van € 10.000,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking, tot aan de dag van de gehele betaling,
5.4.
veroordeelt Hôtes Culture bruto/netto specificaties te verstrekken aan [verzoeker] waarin de transitievergoeding, de billijke vergoeding en de gefixeerde schadevergoeding zijn verwerkt,
5.5.
veroordeelt Hôtes Culture tot betaling aan [verzoeker] van € 1.119,34 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 24 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.6.
veroordeelt Hôtes Culture loonstroken en jaaropgaven te verstrekken aan [verzoeker] strekkende tot financiële afwikkeling van de uitzendovereenkomst,
5.7.
veroordeelt Hôtes Culture in de proceskosten van € 1.266,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Hôtes Culture niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.8.
veroordeelt Hôtes Culture tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.9.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.10.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. van der Veen, kantonrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.
57170