Eiser ontving sinds 2012 een bijstandsuitkering en verkocht gedurende een lange periode goederen via Marktplaats zonder deze inkomsten te melden aan het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Na een anonieme melding startte het college een onderzoek en trok de bijstandsuitkering in over de periode van september 2013 tot februari 2025 wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit, dat in eerste instantie werd gehandhaafd, maar later werd ingetrokken en vervangen door een gewijzigd besluit. De rechtbank behandelde het beroep tegen dit gewijzigde besluit en oordeelde dat het college terecht uitging van niet incidentele inkomsten uit Marktplaatsverkopen en dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden.
De rechtbank stelde dat het college op basis van de vraagprijzen van de advertenties schattenderwijs het recht op bijstand mocht vaststellen, waarbij het risico van een lagere verkoop voor rekening van eiser komt. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar eiser kreeg een vergoeding van proceskosten vanwege het intrekken van het eerste bestreden besluit.