Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Amsterdam
De Woningmaatschappij Noord Holland B.V. vordert ontruiming van een woning en betaling van een huurachterstand van €22.500,00 plus rente en kosten, omdat [gedaagden] hun huur niet hebben betaald sinds juni 2024. [gedaagden] wonen met twee minderjarige kinderen in de woning en stellen betalingsonmacht en belangenafweging aan hun zijde.
De rechtbank stelt vast dat de huurachterstand inmiddels is opgelopen tot elf of twaalf maanden en dat [gedaagden] ernstig tekortschieten in hun betalingsverplichting. De belangen van de minderjarige kinderen worden meegewogen, maar het ontbreken van concrete onderbouwing van dakloosheid of gezinsontwrichting leidt niet tot een andere uitkomst.
De rechtbank wijst de vordering tot betaling van de huurachterstand en de ontruiming toe, maar stelt een ontruimingstermijn van twee maanden na betekening van het vonnis vast, wat als een redelijke termijn wordt beschouwd. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens het ontbreken van een correcte 14-dagenbrief. [gedaagden] worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de huur over de gebruiksperiode na 31 december 2025, en de proceskosten van €2.231,02 plus kosten van betekening. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt tot ontruiming binnen twee maanden en betaling van de huurachterstand met rente en proceskosten.