Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
De verklaring die verdachte ter terechtzitting van 11 februari 2026 heeft afgelegd;
Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer/aangever] , met proces-verbaalnummer PL1300-2025056946-6 van 9 maart 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door opsporingsambtenaar [naam 2] , doorgenummerde pagina’s 4 en 5.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Terbeschikkingstelling
ultimum remedium,terwijl er een minder ingrijpend middel voorhanden is in de vorm van de zorgmachtiging. Daarnaast kunnen niet alle doelen van tbs effectief worden gediend. Verdachte heeft geen rechtmatig verblijf in Nederland, waardoor resocialisatie voor hem niet mogelijk is. Het tweede doel van tbs, beveiliging van de maatschappij, kan worden bereikt met een zorgmachtiging waarvan repatriëring deel uitmaakt.
8.Beslag
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
€ 1.700 aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], voor het bewezene niet strafbaar en
ontslaat hem van alle rechtsvervolgingter zake daarvan.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd.
verbeurd:
€ 2.380,14 (tweeduizend driehonderdtachtig euro en veertien eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 maart 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 23 (drieëntwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.