ECLI:NL:RBAMS:2026:2093

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
12091116 \ CV FORM 26-1558
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 EPGV-VerordeningArt. 4 lid 1 EPGV-VerordeningArt. 4 lid 3 EPGV-VerordeningVerordening (EG) nr. 861/2007
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-toepassing Europese procedure voor geringe vorderingen wegens niet-EU woonplaats verzoeker

In deze zaak heeft verzoeker, woonachtig in Zuid-Korea, een vordering ingediend op grond van de Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV-Verordening). De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is, maar dat de EPGV-Verordening niet van toepassing is omdat verzoeker niet in een lidstaat van de Europese Unie woont.

De EPGV-Verordening is alleen van toepassing op grensoverschrijdende zaken waarbij ten minste één partij in een andere EU-lidstaat woont dan het aangezochte gerecht. Zuid-Korea is geen lidstaat van de EU, waardoor de procedure buiten het toepassingsgebied valt. Verzoeker heeft bovendien niet het juiste standaardvorderingsformulier A ingediend.

De kantonrechter stelt verzoeker in de gelegenheid om te reageren op de constatering dat de EPGV-Verordening niet van toepassing is en om aan te geven of hij de vordering wenst in te trekken of de procedure wil omzetten in een Nederlandse dagvaardingsprocedure. Verzoeker wordt gewezen op de noodzaak contact op te nemen met een Nederlandse gerechtsdeurwaarder voor betekening van de dagvaarding.

De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan totdat verzoeker heeft gereageerd. De beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026 door mr. E.J. Otten.

Uitkomst: De EPGV-Verordening is niet van toepassing omdat verzoeker in Zuid-Korea woont; verzoeker krijgt gelegenheid te reageren en de procedure wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 12091116 \ CV FORM 26-1558
Beschikking van 26 februari 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats] (Zuid-Korea),
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
procederend in persoon,
tegen
KLM ROYAL DUTCH AIRLINES,
te Amstelveen,
verwerende partij,
hierna te noemen: KLM.

1.De procedure

1.1.
In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007, hierna: EPGV-Verordening) heeft [verzoeker] een vordering ingesteld, ontvangen op 29 januari 2026.

2.De feiten

2.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
2.2.
Artikel 4 lid 1 van Pro de EPGV-Verordening bepaalt dat de Europese procedure voor geringe vorderingen wordt ingeleid doordat de eiser het standaardvorderingsformulier A van bijlage I bij deze verordening invult en indient bij het bevoegde gerecht.
2.3.
[verzoeker] heeft een stuk met de kop “Form A – Application for A European Small Claims Procedure (Regulation (EC) no 861/2007)” ingediend, maar dit stuk is niet het bedoelde vorderingsformulier A. Er bestaat geen aanleiding [verzoeker] in de gelegenheid te stellen het bedoelde vorderingsformulier A in te dienen in verband met het navolgende.
2.4.
De EPGV-Verordening is alleen van toepassing op zaken die “grensoverschrijdend” zijn. In artikel 3 lid 1 EPGV Pro-Verordening is bepaald dat onder grensoverschrijdende zaak wordt verstaan, een zaak waarin ten minste een van de partijen haar woonplaats of haar
gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat van de Europese Unie dan de lidstaat van het aangezochte gerecht.
2.5.
[verzoeker] heeft woonplaats in Zuid-Korea. Dat land is geen lid van de Europese Unie. De EPGV-Verordening is bedoeld om de goede werking van de interne markt van de Europese Unie te bevorderen. Als een partij niet woont of gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie kan geen beroep worden gedaan op de EPGV-Verordening.
2.6.
Omdat [verzoeker] niet woont in een lidstaat van de Europese Unie, wordt vooralsnog geoordeeld dat geen sprake is van een grensoverschrijdende zaak als bedoeld in artikel 3 lid 1 EPGV Pro-Verordening. Het verzoek valt daarmee buiten het toepassingsbereik van de EPGV-Verordening.
2.7.
Artikel 4 lid 3 van Pro de EPGV-Verordening schrijft dan voor dat het gerecht de eiser ervan op de hoogte stelt dat de vordering buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt en dat deze procedure dan, tenzij eiser de vordering intrekt, door het gerecht zal worden behandeld overeenkomstig het procesrecht dat geldt in de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd.
2.8.
Gelet op het voorgaande wordt [verzoeker] in de gelegenheid gesteld te reageren:
2.8.1.
op de omstandigheid dat [verzoeker] woonplaats heeft in Zuid-Korea, terwijl een vordering op grond van de EPGV-Verordening alleen mogelijk is als beide partijen hun woonplaats of gewone verblijfplaats hebben in een lidstaat van de Europese Unie,
2.8.2.
of [verzoeker] hierin aanleiding ziet de vordering in te trekken dan wel wenst dat de procedure wordt omgezet in een zogenoemde Nederlandse dagvaardingsprocedure. [verzoeker] zal dan contact moeten opnemen met een Nederlandse gerechtsdeurwaarder om de dagvaarding (de oproep) aan KLM te laten betekenen.
2.9.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
stelt [verzoeker] in de gelegenheid binnen 30 dagen na ontvangst van deze beschikking te reageren op hetgeen onder 2.8. is overwogen,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.
33806