Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De beoordeling
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 653,00 (1 punt van tarief II, onbepaalde waarde)
- nakosten
- totaal € 1.556,00
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin verzoeker een verzoek indiende op grond van artikel 35 van Pro de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Dit verzoek werd op 10 november 2025 ingediend. Na verweer van ING Bank N.V. besloot verzoeker het verzoek in te trekken, waardoor de geplande mondelinge behandeling op 12 februari 2026 kwam te vervallen.
De rechtbank oordeelde dat de proceskosten die ING Bank maakte door het aanhangig maken van het verzoek onnodig waren veroorzaakt, omdat verzoeker geen beslissing meer wenste over het verzoek. Daarom werd verzoeker veroordeeld tot betaling van de proceskosten van ING, begroot op €1.556,00, bestaande uit griffierecht, salaris advocaat en nakosten.
De beschikking werd op 5 maart 2026 uitgesproken door mr. M.E.M. James-Pater. Verzoeker moet de proceskosten binnen veertien dagen voldoen, met een vermeerderen van €98,00 plus kosten van betekening bij niet-tijdige betaling. De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verzoeker wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van ING na intrekking van het verzoek.