Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 25 februari 2026 in de zaak tussen
[stichting] , te [plaats 1] , eiseres
Samenvatting
social watchdogop artikel 10 van Pro het EVRM [2] en stelt dat het bestreden besluit niet volledig is, onzorgvuldig tot stand is gekomen en onduidelijk is gemotiveerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de minister op de juiste wijze heeft beslist op het Woo-verzoek van eiseres.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
social watchdog [5] een bijzonder beschermd recht toekomt om door de overheid geïnformeerd te worden. Eiseres stelt dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die maken dat de uitoefening van het specifieke recht om op grond van artikel 10, eerste lid, van het EVRM inlichtingen te ontvangen, wordt belemmerd. Zo heeft de minister door het lange procesverloop, de gang van zaken rondom de voorlopige voorzieningen en de opgeknipte werkwijze eiseres gefrustreerd en gehinderd in het verkrijgen van de gevraagde informatie. Ook moet het beroep op artikel 10 EVRM Pro leiden tot een nieuwe ruimere zoekslag door de minister.
public watchdogis, geldt dat het regime van de Woo van toepassing is. Dat betekent dat het Woo-verzoek het uitgangspunt vormt voor de zoekslag die de minister moet uitvoeren. [6] De rechtbank volgt eiseres dan ook niet in haar standpunt dat de minister gelet op artikel 10 van Pro het EVRM het verzoek te beperkt heeft opgevat en een ruimere zoekslag had moeten verrichten. De minister heeft uitgebreid toegelicht hoe de zoekslag is uitgevoerd. Eiseres heeft niet aangevoerd dat de uitgevoerde zoekslag als zodanig onzorgvuldig of onvolledig is geweest. Dat is de rechtbank ook niet gebleken.
producerenhiervoor zijn erkend en dat dus alleen deze bedrijven in beeld zijn bij de NVWA. Bedrijven die separatorvlees
verwerkenhoeven hiervoor niet erkend te zijn. Verder heeft de minister toegelicht dat het permanente toezicht van de NVWA alleen betrekking heeft op de slachtactiviteiten van de bedrijven en niet (ook) op de productie van separatorvlees. De controles bij de afdelingen die separatorvlees produceren zijn minder frequent omdat de risico's van separatorvlees relatief beperkt zijn gezien het beoogd gebruik (verwerking in verhitte producten). Het specifieke project 'traceerbaarheid van separatorvlees' is eenmalig uitgevoerd. De minister verwijst verder met betrekking tot deze beroepsgrond naar de door haar uitgevoerde uitgebreide zoekslag, zoals deze is beschreven in het bestreden besluit. De minister stelt zich daarom op het standpunt dat er niet meer informatie is en dat het aan eiseres is om aannemelijk te maken dat er meer informatie is. [8] Ook wijst de minister op het feit dat er in het kader van de Woo sprake moet zijn van informatie die specifiek is neergelegd in documenten. Meer dan de 221 documenten die op grond van dit Woo-verzoek zijn gevonden, zijn er niet.
vóór12 april 2019) en die zijn geweigerd op de f-grond,
niet zijndenamen van ketenpartners (leveranciers en afnemers) opnieuw bekijken en de verzwaarde motiveringsplicht van artikel 5.3 van de Woo in acht nemen. De minister zal deze op de f-grond geweigerde passages alsnog openbaar moeten maken of nader motiveren waarom het belang van bescherming van de concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens na een tijdsverloop van meer dan vijf jaar zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking indienen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- draagt de minister op om binnen twee weken de rechtbank mee te delen of zij gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek te herstellen;
- stelt de minister in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.