ECLI:NL:RBAMS:2026:2209

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
12042118 \ CV EXPL 26-58
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering bol.com tegen consument wegens niet-betaalde bestelling

In deze civiele procedure vordert bol.com betaling van een openstaande hoofdsom en bijkomende kosten van een consument die niet is verschenen. De kantonrechter stelt vast dat bol.com als handelaar heeft voldaan aan haar informatieplichten onder het consumentenrecht bij een overeenkomst op afstand.

De algemene voorwaarden van bol.com, zowel voor eigen verkopen als voor externe verkopers, bevatten geen oneerlijke bedingen die de vordering zouden kunnen ondermijnen. De vordering wordt daarom integraal toegewezen, met uitzondering van het meer of anders gevorderde dat wordt afgewezen.

De consument wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van €98,27, buitengerechtelijke kosten van €34,73 en proceskosten van €319,78. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten omvatten onder meer griffierecht, dagvaardingskosten en salaris gemachtigde.

De procedure verliep via verstek omdat de gedaagde niet is verschenen. Het vonnis is op 5 februari 2026 door kantonrechter L. van Berkum gewezen en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Vordering bol.com integraal toegewezen; consument veroordeeld tot betaling van hoofdsom, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12042118 \ CV EXPL 26-58
Vonnis van 5 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOL.COM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 december 2025, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisende partij is een handelaar en gedaagde partij een consument, zodat ambtshalve moet worden getoetst aan het consumentenrecht. Het gaat om een overeenkomst op afstand.
2.2.
De kantonrechter stelt vast dat eisende partij heeft voldaan aan alle op haar rustende essentiële informatieplichten, zowel ten aanzien van geplaatste bestellingen bij haarzelf als bij externe verkopers.
2.3.
In de algemene voorwaarden, zowel de set die van toepassing wordt verklaard bij aankopen bij eisende partij zelf als de set die van toepassing wordt verklaard bij aankopen bij externe verkopers, staan geen oneerlijke bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd.
2.4.
Nu de vordering overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, wordt deze toegewezen als in de beslissing vermeld, behoudens voor zover hierna anders is overwogen en/of een gedeelte van de vordering niet is toegewezen.
2.5.
Gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisende partij worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
40,00
(1 punt × € 40,00)
- nakosten
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
319,78

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 98,27 aan hoofdsom,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 34,73 aan buitengerechtelijke kosten,
3.3.
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 319,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026.
991