ECLI:NL:RBAMS:2026:2212

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
26/91 en 26/92
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:86 AwbWet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag gesloten buitenwagen op grond van Wmo wegens ontbreken medische noodzaak

Eiseres, lijdend aan fibromyalgie, PTSS en ADHD, vroeg een gesloten buitenwagen aan op grond van de Wmo. Het college wees de aanvraag af op basis van een medisch advies van Argonaut. Na eerdere procedurele tekortkomingen werd een heronderzoek uitgevoerd, waarbij Argonaut concludeerde dat eiseres geen recht heeft op een canta.

Eiseres voerde aan dat het nieuwe advies niet inzichtelijk was en dat eerdere behandeltrajecten niet waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het advies zorgvuldig, begrijpelijk en gemotiveerd was, en dat eiseres onvoldoende nieuwe medische informatie had aangeleverd om het advies te weerleggen.

De voorzieningenrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor het niet tijdig beslissen en ongegrond voor het bestreden besluit. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het college werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een gesloten buitenwagen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 26/91 en 26/92
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 maart 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. B. Blanckenburg),
en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college

(gemachtigde: mr. H. Kras).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een gesloten buitenwagen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Zij voert een aantal gronden aan. Aan de hand van deze gronden beoordeelt de voorzieningenrechter de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag van eiseres mocht afwijzen
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Procesverloop

2. Eiseres lijdt aan fybromyalgie, een posttraumatische stressstoornis en ADHD. Eiseres heeft vanwege haar beperkingen een aanvraag ingediend voor een gesloten buitenwagen (canta). Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 8 november 2024 afgewezen en zich gebaseerd op het advies van Argonaut Advies B.V. (Argonaut). Met het besluit van 28 april 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft tegen het besluit van 28 april 2025 beroep ingesteld. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 12 november 2025 dit beroep gegrond verklaard vanwege motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken. De rechtbank heeft bepaald dat het college een nieuw besluit moet nemen binnen zes weken, met inachtneming van de uitspraak en na het uitvoeren van een nieuw onderzoek. [1]
2.2.
Eiseres heeft op 6 januari 2026 een beroep niet tijdig beslissen ingediend naar aanleiding van het verstrijken van de beslistermijn. Gelijktijdig heeft eiseres een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
2.3.
Het college heeft Argonaut verzocht om heronderzoek te doen. Op 15 januari 2026 heeft een arts van Argonaut een huisbezoek bij eiseres afgelegd. Op 29 januari 2026 heeft Argonaut in het heradvies geconcludeerd dat eiseres ondanks haar beperkingen geen recht heeft op een canta.
2.4.
Het college heeft het advies van Argonaut van 29 januari 2026 overgenomen en met het bestreden besluit van 10 februari 2026 is het college bij de afwijzing van de aanvraag voor een canta gebleven.
2.5.
Eiseres heeft aangegeven het niet eens te zijn met het bestreden besluit en het beroep onder aanvulling van haar gronden gehandhaafd. Nu eiseres tegen het bestreden besluit beroep instelt, geldt het verzoek om een voorlopige voorziening als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
2.6.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, A. Askani als tolk, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.
2.7.
Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist zij ook op het beroep van eiseres daartegen. [2]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter stelt voorop dat zij uitgaat van de feiten en de juridische beoordeling zoals die zijn vastgesteld in de uitspraak van 12 november 2025. [3]
4. Op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) mag een bestuursorgaan alleen op een medisch advies afgaan als dit advies zorgvuldig tot stand is gekomen, inzichtelijk is en begrijpelijk is gemotiveerd. Het is vervolgens aan de aanvrager om door middel van medische stukken aannemelijk te maken dat het advies niet klopt. [4] Dit betekent dat duidelijk moet zijn op grond van welke vormen van onderzoek en op basis van welke gegevens de adviseur tot zijn bevindingen is gekomen. Op het moment dat hieraan wordt voldaan dan mag een bestuursorgaan daar in beginsel op vertrouwen bij zijn besluitvorming.
Advies van Argonaut
Verschillen tussen twee adviezen
5. Eiseres voert als eerste aan dat het nieuwe advies van Argonaut van
29 januari 2026 niet inzichtelijk en concludent is. Het nieuwe advies laat de eerste rapportage van Argonaut van 29 oktober 2024 volledig links liggen. Het nieuwe advies bevat volledig tegengestelde bevindingen op basis van vrijwel dezelfde medische informatie als bekend was ten tijde van de oude rapportage. Eiseres heeft een overzicht van de onverenigbare bevindingen in een tabel weergegeven in haar beroepsschrift.
5.1.
De gemachtigde van het college heeft naar aanleiding van het beroepschrift van eiseres aan Argonaut voorgelegd waarom de twee adviezen van Argonaut van elkaar verschillen. De arts van Argonaut heeft hierop een reactie gegeven op 17 februari 2026. Volgens de arts van Argonaut betrof de rapportage van 29 oktober 2025 een beoordeling door een indicatieadviseur. Er werd geen arts hierbij geconsulteerd en er werd geen medische informatie beoordeeld. Het advies van 29 januari 2026 is een medische rapportage, waarbij ook medische informatie en brieven van de behandelaars van eiseres werden meegenomen. De arts van Argonaut heeft verder in zijn reactie de volgens eiseres onverenigbare bevindingen toegelicht. De voorzieningenrechter kan deze gegeven toelichting volgen. Omdat eiseres haar standpunt niet met nieuwe medische informatie van medisch specialisten heeft onderbouwd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om te twijfelen aan het advies van de arts van Argonaut van 29 januari 2026.
Behandelmogelijkheden en vervoersvoorziening
6. Verder voert eiseres aan dat de arts van Argonaut geen antwoord heeft gegeven op de vragen die de rechtbank heeft opgeworpen in haar uitspraak van 12 november 2025. Volgens eiseres is geen antwoord gegeven op de vraag of eerdere behandeltrajecten geen aanleiding geven om eiseres toch als uitbehandeld te beschouwen. Ook is geen antwoord gegeven op de vraag of een behandeltraject dat gevolgd zou kunnen worden enkel gericht is op het omgaan met pijn of dat de verwachting is dat de klachten zullen kunnen afnemen door het volgen van een behandeltraject. Daarnaast verhouden de bevindingen van Argonaut zich volgens eiseres niet tot de verklaring van de huisarts van eiseres van 10 februari 2026. Volgens de huisarts is het medisch aannemelijk dat eiseres is aangewezen op een vervoersvoorziening. Deze verklaring is van na het advies van Argonaut, maar het is volgens eiseres duidelijk dat de huisarts dezelfde medische stukken anders leest dan Argonaut.
6.1.
Uit het advies van Argonaut van 29 januari 2026 volgt dat eiseres al enkele jaren bekend is met gegeneraliseerde pijnervaringen in diverse spieren en gewrichten. Daarnaast is eiseres bekend met mentale functiestoornissen waarvoor zij een behandeling volgt. Wegens pijnervaringen heeft eiseres een loopbeperking. Uit de aangeleverde medische informatie komt niet naar voren dat de beweging in de gewrichten van eiseres, zoals in de heup of knieën, beperkt is. Eiseres wordt daarom in staat geacht cyclische trapbewegingen, zoals fietsbewegingen, te kunnen maken. Uit de aangeleverde informatie van de specialist blijkt dat eiseres adviezen heeft gekregen om naast voldoende rust te houden ook voldoende en dagelijks te bewegen, door bijvoorbeeld dagelijks oefeningen te volgen. Ook wordt eiseres geadviseerd om een fysiotherapeutische behandeling te gaan volgen met als doel het verbeteren van haar conditie en activiteitenniveau. Verder zouden het gebruik van aanpassingen die tot afname van de beweging van eiseres leiden tot een negatieve invloed op haar welbevinden. Tot slot werd eiseres in april 2025 door de specialist geadviseerd om een multidisciplinair behandeltraject voor haar pijnervaringen te gaan volgen. Daar heeft eiseres nog geen gebruik van gemaakt. De arts van Argonaut komt tot de conclusie dat bij eiseres geen sprake is van een uitbehandelde situatie. In de aangeleverde informatie worden behandelmogelijkheden beschreven waar eiseres nog geen gebruik van heeft gemaakt. Het is mogelijk dat de klachten en beperkingen van eiseres dankzij de behandeling af zullen nemen. Het gebruik van een passieve vervoersvoorziening zoals een scootmobiel of een gesloten buitenwagen zou in strijd zijn met het advies om voldoende te bewegen en zou daarom herstel belemmerend werken.
6.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het advies van Argonaut van
29 januari 2026 voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen, inzichtelijk is en begrijpelijk is gemotiveerd. Het college heeft naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank een heronderzoek laten plaatsvinden door Argonaut. Het college heeft aan Argonaut gevraagd of de beperkingen van eiseres blijvend zijn waardoor er sprake is van een uitbehandelde situatie en of eiseres vanwege haar beperkingen voor elke verplaatsing is aangewezen op gesloten vervoer. De arts van Argonaut is in het advies van 29 januari 2026 op deze vragen ingegaan. Uit de door eiseres aangeleverde medische informatie heeft Argonaut geconcludeerd dat er geen sprake is van een uitbehandelde situatie omdat in de aangeleverde informatie behandelmogelijkheden worden beschreven waar eiseres nog geen gebruik van heeft gemaakt. Ook is het gebruik van een passieve vervoersvoorziening in strijd met het advies van eiseres haar reumatoloog om voldoende te bewegen. Op zitting heeft eiseres desgevraagd toegelicht dat zij in november en december 2025 twee of drie sessies heeft gehad bij de fysiotherapeut, maar dat de fysiotherapeut heeft aangegeven dat hij eiseres niet kon helpen. Volgens eiseres zou de fysiotherapeut hierover een brief opstellen, maar dit is niet gebeurd. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat eiseres hier achteraan is gegaan. Verder heeft eiseres in beroep een nieuwe verklaring van de huisarts overgelegd. Het college heeft deze verklaring voorgelegd aan Argonaut. Argonaut heeft hierop gereageerd dat de door de huisarts beschreven klachten, lichamelijke bevindingen en informatie over de behandelingen van eiseres voor de arts van Argonaut ten tijde van het onderzoek reeds bekend waren. Dit betekent dat de informatie uit de verklaring van de huisarts van 10 februari 2026 door Argonaut kenbaar is meegewogen. Verder heeft eiseres niet met nieuwe medische stukken onderbouwd dat het advies van Argonaut niet klopt of dat zij vanwege haar beperkingen voor elke verplaatsing is aangewezen op gesloten vervoer. De voorzieningenrechter vindt dat daarom inzichtelijk en voldoende gemotiveerd is dat Argonaut zich op het standpunt stelt dat er geen medische noodzaak is voor een canta.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is niet-ontvankelijk voor zover het ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep is ongegrond voor zover dat ziet op het bestreden besluit. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug.
7.1.
De rechtbank ziet aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 467,-.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep voor zover het ziet op het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt het college tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van deze rechtbank van 12 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:8602.
2.Artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
3.Zie de uitspraak van deze rechtbank van 12 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:8602.
4.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 11 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:77.