Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Motivering van de straf en maatregel
- het rapport van SAVE van 28 november 2025;
- het rapport van de Raad van 18 november 2025.
Raadstelt dat om de kans op herhaling te verkleinen langdurige behandeling noodzakelijk is. Gezien de vroege oorsprong van de problematiek en het duurzame karakter hiervan, zal een lange adem nodig zijn om de ontwikkeling van [verdachte] in een positieve zin te beïnvloeden. Naar oordeel van de Raad is het niet mogelijk om behandeling te laten plaatsvinden in een minder strak kader, waarbij ook de veiligheid van [verdachte] en de maatschappij gewaarborgd is. [verdachte] staat niet open voor hulp of behandeling, mede vanwege een gebrek aan probleembesef. Minder ingrijpende opties zijn niet passend. Geen enkel traject heeft geleid tot blijvende gedragsverandering. Een andere maatregel, bijvoorbeeld een voorwaardelijke PIJ-maatregel, zou te veel van [verdachte] en zijn omgeving vragen, terwijl hij heeft laten zien een dergelijke verantwoordelijkheid niet aan te willen gaan of te kunnen dragen en zijn netwerk kan onvoldoende steun en sturing bieden. De onvoorwaardelijke PIJ-maatregel biedt – hoe moeilijk ook gelet op de duur ervan, het gedwongen karakter en de nog zeer jonge leeftijd van [verdachte] – naar inschatting van de Raad [verdachte] de mogelijkheid om echt verder te komen in zijn persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijk functioneren.
- het aanvullend rapport van Observatieafdeling Teylingereind van 5 januari 2026 door drs. A.J. van den Dorpel, GZ-psycholoog, en dr. R.F. Ferdinand, kinder- en jeugdpsychiater;
- het aanvullend rapport van de Raad van 13 januari 2026;
- het aanvullend rapport van SAVE van 2 februari 2026;
- het observerend rapport van [behandelcentrum] van 4 februari 2026.
voorwaardelijkevorm.
ultimum remedium, dat de rechter enkel hanteert als een minder vergaande straf of maatregel onvoldoende beveiliging en behandeling biedt. De rechtbank is van oordeel dat in het geval van [verdachte] er een minder vergaande mogelijkheid is om de noodzakelijke behandeling en begeleiding voor [verdachte] in te zetten, te weten bij [behandelcentrum] in het kader van een voorwaardelijk PIJ-maatregel. [behandelcentrum] ziet, anders dan de psychiater, de psycholoog en de Raad, wel behandel- en ontwikkelmogelijkheden voor [verdachte] in een ambulant kader. [verdachte] is bij [behandelcentrum] geplaatst in een kleinschalige woonvoorziening waar stabiele volwassen hechtingsfiguren zijn. Door de kleinschaligheid ervaart [verdachte] geen sociaal-emotionele druk, die hij binnen een groep wel ervaart. Daarnaast is er door de aanwezigheid van vaste individuele begeleiders voldoende ruimte om nabijheid te bieden en op deze manier aan te sluiten bij zijn ontwikkelbehoeften. Tot op heden verloopt het verblijf hier zeer positief. De rechtbank is, gelet op de rapportages en hetgeen ter terechtzitting is toegelicht, van oordeel dat [behandelcentrum] een passende instelling is voor het verblijf en de behandeling van [verdachte] . De rechtbank is van oordeel dat het juridische kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel met bijzondere voorwaarden passend en nodig is om die langdurige behandeling bij [behandelcentrum] veilig te stellen. De rechtbank gaat daarbij voorbij aan het verzoek van de raadsman om de bijzondere voorwaarden te verbinden aan een voorwaardelijke werkstraf. De rechtbank moet voortzetting van de huidige plaatsing van [verdachte] , die is aangevangen en die nu, zij het pril, goed verloopt en de mogelijkheden van behandeling bij [behandelcentrum] in dit geval afwegen tegen verblijf en mogelijkheden van behandeling binnen een JJI. De rechtbank legt de PIJ-maatregel voorwaardelijk op, nu [behandelcentrum] behandel- en ontwikkelmogelijkheden bij [verdachte] ziet en er vertrouwen in heeft dat zij hem kunnen bieden wat hij nodig heeft. De rechtbank slaat bij deze beslissing ook acht op de zorgelijke signalen rondom de tenuitvoerlegging van PIJ-maatregelen in de JJI’s. Het staat voor de rechtbank onvoldoende vast dat de behandeling binnen een JJI – zeker in het geval van een kwetsbaar kind zoals [verdachte] – in het kader van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, met de huidige wachtlijsten voor de behandelingen en de personeelstekorten, een betere keuze is dan het voortzetten van de huidige ambulante behandeling. [verdachte] krijgt daarmee nog een kans om binnen een ambulant traject aan zichzelf te werken. Lukt dit niet, dan zal de vraag aan de orde komen of de voorwaardelijke PIJ-maatregel dient te worden omgezet naar een interne, intensieve behandeling binnen de JJI waar ook gekeken dient te worden naar de momentele groepsongeschiktheid van [verdachte] .
3.Toepasselijke wettelijke voorschriften
4.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
een jeugddetentie van 138 (honderd achtigendertig) dagen.
de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.
deze maatregelnietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens het niet nakomen van na te noemen voorwaarden.
proeftijd van 2 (twee) jarenvast.
- medewerking aan ITB-Harde Kern voor de duur van zes maanden;
- onderwerping aan elektronisch toezicht ter controle van het locatiegebod, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
- actieve medewerking aan het vinden en behouden van onderwijs en/of dagbesteding, het volgen van het vastgestelde rooster en het tonen van inzet gericht op het behalen van een diploma;
- medewerking aan het vinden en behouden van een zinvolle vrijetijdsbesteding in de vorm van een bijbaan en/of sport;
- medewerking aan behandeling bij [behandelcentrum] , in afwachting van het vinden van een passend alternatief of vervolgplek;
- behandeling bij De Waag of een vergelijkbare forensische zorginstelling;
- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] , en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] ;
- naleving van alle aanwijzingen van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Flevoland, waarbij deze instelling wordt belast met het toezicht op de naleving van de voorwaarden en de begeleiding van [verdachte] .
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet Pro op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.
Samen Veilig Flevolandtot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden.