Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
[verzoeker]
de stichting Hogeschool van Amsterdam
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
“
HvA begrijpt dat er zaken fout gegaan zijn en wil graag met mevrouw [verzoeker] in gesprek hierover. Mevrouw [verzoeker] heeft jaren naar tevredenheid gefunctioneerd en daarbij was HvA ook een goed werkgever voor haar. U schrijft te betwijfelen of HvA zich ooit als goed werkgever zal gedragen. HvA begrijpt goed de boosheid en teleurstelling bij mevrouw [verzoeker] , maar in historische context bezien is HvA van mening dat dat geen terecht verwijt cq terechte vrees is. Het moet mogelijk zijn dat partijen dit gezamenlijk oplossen. HvA zal zich daarvoor inspannen.HvA wil graag met mevrouw [verzoeker] werken aan een plan gericht op haar werkhervatting bij de HvA. Het is HvA ook duidelijk dat wat er de afgelopen periode is gebeurd eerst besproken dient te worden om de lucht te klaren. HvA stelt voor dat partijen op korte termijn een mediator vragen deze gesprekken te begeleiden. Wat HvA betreft ligt het voor de hand dat in eerste instantie mevrouw [naam 3] (Decaan FBE) hierin de HvA vertegenwoordigt. Maar dat zou ook de heer [naam 4] kunnen zijn (Opleidingsmanager) of de heer [naam 5] (Directeur Bedrijfsvoering FBE) of mevrouw [naam 2] (interim hoofd HR) als mevrouw [verzoeker] wil. (…) Verder hoort HvA ook graag wat mevrouw [verzoeker] verder nodig heeft om dit proces te laten slagen. Lukt het om hier begin volgende week op terug te komen? (…)”.
“
(…) De tweede vraag die ik uit uw e-mail haal is welk perspectief mevrouw [verzoeker] nog heeft. Ik denk dat dat niet op voorhand te beantwoorden is, omdat dat afhangt van de uitkomsten van de gesprekken/mediation.Partijen zullen zich beide moeten inspannen om te kijken of er een oplossing gevonden kan worden. De eerste stap lijkt me daartoe het benaderen van een mediator om dat proces te begeleiden? Als u nog andere oplossingsrichtingen ziet hoor ik het oog graag.”
“(…) heb ik inmiddels overleg gevoerd met de HvA. In dat overleg is nadrukkelijk stilgestaan bij de vragen die u gesteld heeft in uw e-mailbericht van 15 juli jl. (…). Het is begrijpelijk dat mw. [verzoeker] deze vragen stelt, en ik zal die in dit bericht beantwoorden.Vooropgesteld: de ambitie van HvA is om een prettige en veilige werkomgeving te bieden voor alle medewerkers. Dat geldt natuurlijk voor mw. [verzoeker] , maar ook voor haar collega’s. Om die reden heeft de HvA signalen rondom het werkklimaat en de rol van mw. [verzoeker] daarin zeer serieus genomen. Bij de aanpak daarvan is een vertrouwensbreuk ontstaan. Dat heeft geleid tot een ontslagverzoek. Hoewel de HvA erkent dat er bij de door haar gekozen aanpak dingen anders hadden gekund en gemoeten, doet de uitspraak van de rechter naar de mening van de HvA toch onvoldoende recht aan de aanleiding voor het verzoek en de afwegingen die de HvA heeft moeten maken in het belang van een prettig en veilig werkklimaat bij de HvA voor iedereen. De HvA kon zich in de uitkomst van deze zaak dan ook niet vinden. Dat is voor haar reden geweest om het verzoek in te trekken.De keuze impliceert dat de inzet van de HvA is dat de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet.De HvA realiseert zich dat er het nodige zal moeten gebeuren om dat haalbaar en werkbaar te maken, en dat van haar in dat kader de nodige inspanning mag worden verlangd. Anderzijds mag de HvA van mw. [verzoeker] vragen dat zij zich beschikbaar houdt voor overleg (…).De HvA stelt in dat kader het volgende voor:1. Naar de beoordeling van de HvA is werkhervatting in de eigen functie niet meer mogelijk. Daarvoor is er te veel gebeurd. Maar het moet wel mogelijk zijn om in gezamenlijk overleg ander passend werk voor mw. [verzoeker] te vinden. (…) Een en ander kan in een of meerdere gesprekken gezamenlijk worden onderzocht.2. (…) a. Als de voorkeur van mw. [verzoeker] er naar uitgaat om binnen de HvA te zoeken naar een andere passende baan, kan worden onderzocht of mw. [verzoeker] kan worden aangewezen als herplaatsingskandidaat (…).b. In dat geval ligt ook voor de hand dat aandacht wordt besteed aan herstel van de onderlinge relaties. (…).3. Het overleg als hiervoor bedoeld kan plaatsvinden in de context van mediation. Dat adviseert de bedrijfsarts ook. (…).4. Gelet op het advies van de bedrijfsarts, die heeft geadviseerd een kortere interventieperiode van twee weken in te lassen, stelt de HvA voor om in de week van 29 september a.s. , of uiterlijk in de week daarna, te starten met het overleg. (…)”
“(…) Opvallend is dat in uw brief uitsluitend wordt vooruitgeblikt, waarbij volledig voorbij wordt gegaan aan de gebeurtenissen voorafgaand aan de intrekking van het verzoek door de HvA. (…). In dat oordeel[van de kantonrechter van 30 juni 2025 – ktr.]
is vastgesteld dat de HvA ernstig onzorgvuldig en verwijtbaar heeft gehandeld. Dat moet als uitgangspunt gelden.Na de intrekking heeft de HvA deze lijn helaas voortgezet. Ruim twee maanden lang is geen enkele actie ondernomen. (…). In uw brief wordt weliswaar een gesprek over werkhervatting voorgesteld, maar onder gelijktijdige mededeling dat terugkeer in haar eigen functie ‘niet meer mogelijk zou zijn’ omdat ‘er te veel is gebeurd’. Zoals bekend en ook bevestigd in de beschikking van 30 juni 2025, zijn deze gebeurtenissen in volle omvang toe te rekenen aan de HvA. Het is dan ook onbegrijpelijk dat daarop in uw brief geen enkele reflectie plaatsvindt. (…) Omwille van haar gezondheid verzoekt mevrouw [verzoeker] om ten minste de komende acht weken met rust gelaten te worden door de HvA.”
De verzoeken en het voorwaardelijk tegenverzoek
Beoordeling
Ontbindingsverzoek [verzoeker]
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst
Ernstige verwijtbaarheid
alles in het werk [wilde] stellen om dat vertrouwen[van [verzoeker] , ktr]
weer te herstellen, mevrouw [verzoeker] te rehabiliteren, en de arbeidsrelatie opnieuw vorm te geven” [2] . Maar van dergelijke inspanningen is niet gebleken. Op herhaaldelijke vragen van [verzoeker] naar welk perspectief er nog voor haar was, werd lange tijd niet concreet geantwoord. HvA stelt thans dat zij in het door haar voorgestelde gesprek de gehele voorgeschiedenis had willen bespreken, maar dat blijkt onvoldoende duidelijk uit de overgelegde correspondentie. Daaruit blijkt wel, zoals [verzoeker] terecht stelt, dat HvA het met name over de toekomst wilde hebben, terwijl [verzoeker] begrijpelijkerwijs ook het verleden wilde bespreken en een vorm van zelfreflectie van en rehabilitatie door HvA verwachtte. Bovendien is in deze procedure gebleken dat HvA van meet af aan niet van plan was om [verzoeker] terug te laten keren in haar eigen functie. Verder is niet gebleken dat HvA zich op enigerlei wijze heeft ingespannen voor rehabilitatie van [verzoeker] . In het licht van de gehele voorgeschiedenis van deze zaak wordt het dan ook onbegrijpelijk geacht dat HvA in feite tot de indiening van het verweerschrift in deze procedure heeft gewacht, om zich (in enige mate) op haar eigen handelen te bezinnen en om de door haar gemaakte fouten richting [verzoeker] te erkennen.
BESLISSING
23 februari 2026;
- € 92.367,67 aan transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 mei 2026 tot het moment van volledige betaling;
- een billijke vergoeding van € 350.000,- bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 mei 2026 tot het moment van volledige betaling;