Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de verzetdagvaarding van 24 november 2025,
Rechtbank Amsterdam
De huurder huurde sinds 6 maart 2017 een studentenkamer van de verhuurder Lieven de Key. Vanaf oktober 2024 ontstond een huurachterstand die alleen maar opliep, ondanks pogingen van de huurder om een bijstandsuitkering te verkrijgen. De verhuurder startte een procedure die leidde tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming bij verstekvonnis van 1 juli 2025.
De huurder kwam in verzet en voerde aan dat zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder het overlijden van zijn moeder en het verlies van zijn baan, onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelt dat het verzet ontvankelijk is omdat het verstekvonnis niet persoonlijk is betekend. De huurachterstand bedroeg op het moment van ontruiming meer dan zes maanden en de huurder was niet meer ingeschreven als student.
De rechtbank stelt vast dat de persoonlijke omstandigheden van de huurder niet opwegen tegen de belangen van de verhuurder bij ontbinding en ontruiming. De huurachterstand is alleen maar toegenomen en er is geen afbetaling geweest. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en het verstekvonnis bekrachtigd. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet tegen ontbinding en ontruiming wegens huurachterstand wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis bekrachtigd.