ECLI:NL:RBAMS:2026:2437

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
AMS 24/6319
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.10 APVArt. 5:31 AwbArt. 125 Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Sluiting restaurant na geweldsincidenten niet in strijd met gelijkheidsbeginsel en proportioneel

De burgemeester van Amsterdam heeft op 10 juli 2024 besloten het pand van eiseres, een restaurant, voor zes maanden te sluiten vanwege meerdere ernstige geweldsincidenten, waaronder ruitinbraak, een explosie en een beschieting, en een aangifte van afpersing. Eiseres stelde dat de sluiting onterecht was, dat de burgemeester het gelijkheidsbeginsel had geschonden door in vergelijkbare gevallen niet te sluiten, en dat de maatregel onevenredig was.

De rechtbank oordeelt dat de burgemeester niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld, omdat de feiten en omstandigheden in de andere zaken niet vergelijkbaar waren. De burgemeester heeft een zorgvuldige belangenafweging gemaakt, waarbij het algemeen belang van de openbare orde zwaarder woog dan de financiële belangen van eiseres. De gekozen sluitingsduur van zes maanden was passend gezien de ernst en frequentie van de incidenten.

Verder was het voortduren van de sluiting tot 4 november 2024 gerechtvaardigd, omdat het politieonderzoek nog liep en er onduidelijkheid bestond over de aanleiding van de incidenten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de burgemeester in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot sluiting.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de sluiting van het restaurant voor zes maanden wegens ernstige geweldsincidenten en afpersing.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/6319

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen

[naam 1] Restaurant B.V., te [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. N. Bakker),
en

de burgemeester van Amsterdam, verweerder (hierna: de burgemeester)

(gemachtigden: mrs. M. Utlu en F. Arents).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de door de burgemeester bevolen sluiting voor de duur van zes maanden van het pand waarin eiseres is gevestigd. Eiseres is het daar niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de burgemeester tot de sluiting voor die duur kon overgaan.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester in redelijkheid heeft kunnen overgaan tot sluiting van het pand voor de duur van zes maanden. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.
Met het primaire besluit van 10 juli 2024, gehandhaafd in het bestreden besluit van 21 oktober 2024, heeft de burgemeester bepaald dat het pand waarin eiseres gevestigd is, aan de [adres 1] , onmiddellijk gesloten wordt voor de duur van zes maanden.
2.2.
Eiseres heeft op 22 oktober 2024 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van 21 oktober 2024.
2.3.
Het beroep is behandeld op de zitting van de enkelvoudige kamer van
27 januari 2026. Verschenen zijn [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] als eigenaren van [naam 1] restaurant, hun gemachtigde en de gemachtigden van de burgemeester.
2.4.
Op de zitting is het onderzoek geschorst om de burgemeester de gelegenheid te geven binnen een week eventuele nadere politie informatie in te brengen.
2.5.
De burgemeester heeft op 3 februari 2026 nadere informatie opgestuurd.
2.6.
Eiseres heeft op 4 februari 2026 schriftelijk gereageerd op deze informatie.
2.7.
De rechtbank heeft op 11 februari 2026 het onderzoek gesloten.

Juridisch kader

3. De burgemeester kan op grond van artikel 2.10, eerste lid, onder e, van de APV [1] de sluiting van een pand bevelen als zich feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van dat pand ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. Dit is in de Beleidsregels [2] nader uitgewerkt. Bij een ernstig gevaar voor de openbare orde kan gedacht worden aan schietincidenten gericht op, in of in de directe nabijheid van het pand, maar ook aan het neerleggen van explosieven of brandstichting voor, in of in de nabijheid van het pand. Bij geweld van buitenaf geldt het beleidsuitgangspunt dat indien kan worden uitgesloten dat het incident op enige wijze verband houdt met de wijze van bedrijfsvoering, er van een sluiting kan worden afgezien. Daarnaast worden bij het besluit om wel of niet tot sluiting over te gaan de volgende uitgangspunten steeds opnieuw in onderlinge samenhang afgewogen: de impact van het incident en de veiligheid van de bewoners en omstanders, de kans op herhaling en de risico’s die dit met zich meebrengt en tot slot de nadelen voor de ondernemers. Bij deze afweging staat het belang van de openbare orde voorop maar is ook steeds oog voor de evenredigheid van de maatregel. Hierbij speelt onder andere mee: informatie uit het opsporingsonderzoek, signalen van overlast/ andere incidenten, impact van het incident (tijdstip, zaak open/gesloten, aanwezigheid personen, locatie), type zaak, de mogelijkheid om andere maatregelen te treffen en signalen van verwijtbaarheid. [3]

Besluitvorming

4.1.
Op 8 juli 2024 heeft de politie een bestuurlijke rapportage verstuurd aan de burgemeester. Hieruit volgt onder andere dat er op [medio 3] juli 2024 bij het pand aan de [adres 1] twee ruiten zijn ingegooid, dat de eigenaar op
3 juli 2024 aangifte van chantage/afpersing heeft gedaan, dat er op [medio 1] juli 2024 een explosie met veel rookontwikkeling was en dat het restaurant op [medio 2] juli 2024 is beschoten terwijl er meerdere personen (zichtbaar) aanwezig waren in het pand.
4.2.
De burgemeester heeft het pand, op basis van de bestuurlijke rapportage, op
10 juli 2024 voor de duur van zes maanden gesloten. [4] Volgens de burgemeester is sprake van een ernstige aantasting van de openbare orde en is het risico op herhaling groot. Een periode van rust is nodig om de openbare orde te herstellen en geeft de politie de gelegenheid om onderzoek te doen naar wat er aan de hand is.
4.3.
Eiseres heeft op 8 augustus 2024 een verzoek gedaan tot heropening.
4.4.
De burgemeester heeft op 9 september 2024 en op 21 oktober 2024 nadere informatie van de politie ontvangen.
4.5.
Op 21 oktober 2024 heeft de burgemeester het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard. De burgemeester acht de sluiting geschikt, noodzakelijk en evenwichtig. De informatie van de politie in acht nemend meent de burgemeester dat er nog steeds noodzaak bestaat om het pand gesloten te houden. Het politieonderzoek loopt op dat moment nog en er bestaat nog steeds een risico op herhaling.
4.6.
Op 30 oktober 2024 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij wijze van voorziening de burgemeester opgedragen het besluit op dat heropeningsverzoek vóór
4 november 2024 bekend te maken aan eiseres op straffe van een dwangsom. [5]
4.7.
De burgemeester heeft het pand uiteindelijk op 4 november 2024 weer heropend.

Beoordeling door de rechtbank

Gelijkheidsbeginsel
5.1
Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat de burgemeester in zijn geheel niet had mogen overgaan tot sluiting van het pand. Eiseres stelt dat de burgemeester haar beleid niet consequent toepast en daarmee handelt in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Volgens eiseres heeft de burgemeester in gelijke situaties, zoals bij restaurant [naam 2] en café [naam 3] , ondanks ernstige geweldsincidenten afgezien van sluiting.
5.2.
De rechtbank komt tot het oordeel dat de burgemeester niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld. Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld. In de zaken die eiseres noemt is weliswaar ook sprake geweest van geweldsincidenten van buitenaf tegen een horecabedrijf, maar eiseres heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat de feiten en omstandigheden in die zaken hetzelfde waren. Daarbij betrekt de rechtbank dat de burgemeester gemotiveerd heeft bestreden dat sprake is van gelijke gevallen. In die zaken ging het volgens de burgemeester om andere omstandigheden en frequentie van incidenten. De beroepsgrond slaagt niet.
Evenredigheid
6.1.
Eiseres heeft aangevoerd dat de burgemeester bij de sluiting geen deugdelijke belangenafweging heeft gemaakt. De belangen van eiseres hadden moeten prevaleren boven het algemeen belang van de openbare orde. De sluiting is voor eiseres onevenredig nadelig geweest. Verder had de burgemeester volgens eiseres ook minder verstrekkende maatregelen kunnen nemen en als dan al tot sluiting mocht worden overgegaan had ook voor een kortere duur gesloten kunnen worden om de openbare orde te herstellen.
6.2.
De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester op grond van de feiten en omstandigheden uit de bestuurlijke rapportage in redelijkheid gebruik heeft mogen maken van haar bevoegdheid om het pand te sluiten. Uit de politie informatie volgt dat er op
[medio 3] juli 2024 ruiten zijn ingegooid, er een dag later gebeld is naar het restaurant en gezegd werd “
3 ton, de hele straat betaald, jullie moeten ook betalen”. Vervolgens zag een beveiliger op 5 juli 2024 twee jongens op een motorscooter over het terras van het restaurant rijden. Op [medio 1] juli 2024 vond er een explosie plaats bij het pand en op [medio 2] juli 2024 is het pand beschoten, terwijl er meerdere personen (zichtbaar) aanwezig waren. Gelet op de opeenvolging van incidenten en de afpersing schatte de politie het risico op herhaling hoog in. De burgemeester heeft daarom in redelijk kunnen menen dat het geopend blijven van het pand ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde en dat de sluiting een geschikt middel was om de openbare orde te herstellen. Gelet op de frequentie van de incidenten en de afpersing hoefde de burgemeester niet uit te sluiten dat de incidenten verband hielden met de bedrijfsvoering, zoals door eiseres gesteld. Het onderzoek daartoe liep immers nog.
6.3.
Verder is de rechtbank van oordeel dat de burgemeester heeft kunnen besluiten dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden waren dan het overgaan tot sluiting. Eiseres heeft namelijk in de zienswijze verklaard na het eerste incident al beveiligers te hebben ingeschakeld. Desondanks hebben zich daarna nog meerdere, in ernst toenemende, incidenten voorgedaan. Ook was op de [adres 2] al cameratoezicht aanwezig wat ook de nieuwe incidenten kennelijk niet heeft kunnen voorkomen. De burgemeester heeft daarmee kunnen besluiten dat de sluiting noodzakelijk en een passende maatregel was.
6.4.
Uit het bestreden besluit volgt dat de burgemeester een belangenafweging heeft gemaakt en daarbij heeft beoordeeld in hoeverre de sluiting evenwichtig was. Daarbij heeft de burgemeester ook de financiële gevolgen voor eiseres betrokken. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester daarover in redelijkheid heeft kunnen overwegen dat de financiële gevolgen van de sluiting voor eiseres onvoldoende zijn om het besluit als onevenwichtig aan te merken. De financiële gevolgen zijn door eiseres niet onderbouwd en deze gevolgen zijn inherent aan het besluit tot sluiting omdat elke sluiting nadelige financiële gevolgen zal hebben voor de betreffende ondernemer. Dat is dus geen bijzondere omstandigheid. De burgemeester heeft daarom het algemeen belang van de openbare orde boven het belang van eiseres mogen stellen.
6.5.
Wat betreft de aanvankelijke duur van zes maanden overweegt de rechtbank als volgt. Het bestreden besluit tot sluiting voor de duur van zes maanden is in overeenstemming met het beleid van de burgemeester. In de Beleidsregels wordt namelijk overwogen dat panden met publiek toegankelijke inrichtingen in principe voor zes maanden worden gesloten omdat deze sluitingsduur doorgaans noodzakelijk is in verband met de signaalwerking richting de samenleving, de veiligheidsgevoelens van omwonenden en het doorbreken van een loop naar de inrichting. [6] Dit betekent niet zonder meer dat de burgemeester in redelijkheid voor een sluiting van zes maanden heeft kunnen kiezen. De burgemeester moet ook beoordelen of de gevolgen van een sluiting wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot het doel van de sluiting. Daarbij hoort ook de vraag of de gekozen sluitingsduur gelet op alle feiten en omstandigheden passend en evenredig is. [7]
6.6.
De rechtbank is van oordeel dat, naast het feit dat is besloten tot sluiting, ook de gekozen sluitingsduur bij aanvang niet onevenredig is geweest. De aanwezige politie informatie schetst een beeld van toenemend geweld van buiten af, mogelijk tegen de achtergrond van een afpersing. Na de aangifte neemt het geweld in ernst toe, waarbij er een explosie plaatsvindt en op het pand wordt geschoten terwijl er personen aanwezig zijn. Gelet op deze feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien mocht dit voor de burgemeester aanleiding zijn om overeenkomstig het beleid te handelen in het belang van de openbare orde en veiligheid. Hierdoor is een periode van rust ontstaan die nodig was om de openbare orde te herstellen en de politie de gelegenheid te geven nader onderzoek te doen. De beroepsgrond slaagt niet.
Voortduren van de sluiting
7.1.
Eiseres heeft verder aangevoerd dat de burgemeester de sluiting vervolgens onnodig lang heeft laten voortduren. De burgemeester is pas op 4 november 2024 tot heropening overgegaan nadat de voorzieningenrechter een dwangsom had gezet op het nemen van een besluit op het heropeningsverzoek. Er hebben zich na 10 juli 2024 geen incidenten meer voorgedaan en als men het had voorzien op eiseres, was ook wel de slagerij van eiseres in dezelfde straat doelwit geworden. In ieder geval blijkt volgens eiseres uit de politie informatie dat het doel van de sluiting begin september 2024 al was bereikt. Eiseres stelt verder dat zij die politie informatie pas heeft ontvangen bij het bestreden besluit en dat dit ten onrechte niet eerder met haar is gedeeld.
7.2.
Wat betreft het voortduren van de sluiting tot 4 november 2024 overweegt de rechtbank als volgt. Van de burgemeester mag worden verwacht dat, nadat zij tot sluiting is overgegaan, zij regelmatig nagaat of het voortduren van de sluiting nog noodzakelijk is en of de sluiting in het belang van de openbare orde en veiligheid nog opweegt tegen de nadelen voor eiseres.
7.3.
De burgemeester heeft op 9 september 2024, twee maanden na de sluiting, nieuwe politie informatie ontvangen. Die politie informatie hield in:

Allereerst is het goed om mede te delen dat het onderzoek naar de incidenten bij restaurant [naam 1] nog steeds in volle gang is. Inmiddels is een mogelijke verdachte aangehouden geweest voor de afpersing van de belanghebbenden. Deze verdachte is na zijn verhoor weer heengezonden. Tevens is er ook zicht op een mogelijke verdachte van de explosie en de beschieting op het restaurant. Echter, dit betekent niet dat het onderzoek afgerond is, het team is nog steeds druk bezig met het onderzoek. Er hebben geen incidenten meer plaatsgevonden op de [adres 1] sinds de sluiting van
het restaurant. De politie is daarom van mening dat de sluiting bijdraagt aan het herstel van de openbare orde voor zover mogelijk na de hoeveelheid impactvolle incidenten. In het onderzoek is (nog) niet naar voren gekomen dat de belanghebbenden in een conflict verwikkeld zijn, maar de aanleiding van de incidenten blijft onduidelijk en het is lastig om hier de vinger achter te krijgen. De politie hoopt via de mogelijke verdachten in het onderzoek meer duidelijkheid te krijgen over een mogelijk conflict wat speelt."
7.4.
De rechtbank is – anders dan eiseres meent – van oordeel dat deze informatie niet evident had moeten leiden tot opheffing van de sluiting dan wel tot een toewijzing van het heropeningsverzoek. Immers, er was kennelijk nog veel onduidelijk en het onderzoek was nog in volle gang. Dat de burgemeester er op basis van deze politie informatie voor heeft gekozen om het pand gesloten te houden heeft zij in redelijkheid kunnen doen en acht de rechtbank niet onevenredig. De burgemeester was daarbij ook niet gehouden om deze informatie eerder dan bij het bestreden besluit te delen met eiseres. Eiseres heeft deze informatie tevens in beroep aan de orde kunnen stellen.
7.5.
Uit de nadere toegezonden gegevens van de burgemeester is gebleken dat er op
21 oktober 2024 nieuwe politie informatie beschikbaar was, maar dat deze informatie vanwege het afbreukrisico niet gedeeld kon worden. Deze politie informatie is van dezelfde datum als de verzenddatum van het bestreden besluit. De rechtbank acht het daarom niet onredelijk dat deze informatie niet in het bestreden besluit is opgenomen. Hoewel de politie informatie niet uitblinkt in duidelijkheid, kan in ieder geval wel worden vastgesteld dat de burgemeester nog nieuwe informatie heeft ingewonnen gedurende de sluiting. De periode van 21 oktober 2024 tot de daadwerkelijke heropening van het pand op 4 november 2024 acht de rechtbank niet onevenredig lang. Bovendien is de uiteindelijke sluiting van vier maanden nog steeds ruim korter dan de aanvankelijke zes maanden conform de Beleidsregels. De rechtbank begrijpt dat ook de sluiting van het pand voor de duur van vier maanden voor eiseres zeer nadelig is geweest, maar zij is niet van oordeel dat de burgemeester hier niet in redelijkheid toe heeft kunnen besluiten.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de burgemeester in redelijk van haar bevoegdheid gebruik heeft mogen maken om het pand voor zes maanden te sluiten. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H. van Haeften, rechter, in aanwezigheid van
mr.P. Tanis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Algemene Plaatselijke Verordening 2008.
2.Besluit van de burgemeester van de gemeente Amsterdam houdende beleidsregels over de sluitingsbevoegdheid op grond van de Opiumwet, de Gemeentewet en de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (Beleidsregels sluitingen en heropeningen Amsterdam).
3.Zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.5. van de Beleidsregels.
4.Op grond van artikel 2.10, eerste lid, onder e van de Apv, artikel 5:31 van Pro de Awb en artikel 125 van Pro de Gemeentewet en de Beleidsregel Sluitingen en heropeningen Amsterdam.
5.In de zaak met zaaknummer AMS 24/5782.
6.Zie paragraaf 1.4, 1.5 en 1.6.2 van de Beleidsregels.
7.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2879.