Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen
[naam 1] Restaurant B.V., te [plaats] , eiseres
de burgemeester van Amsterdam, verweerder (hierna: de burgemeester)
Samenvatting
Procesverloop
27 januari 2026. Verschenen zijn [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] als eigenaren van [naam 1] restaurant, hun gemachtigde en de gemachtigden van de burgemeester.
Juridisch kader
Besluitvorming
3 juli 2024 aangifte van chantage/afpersing heeft gedaan, dat er op [medio 1] juli 2024 een explosie met veel rookontwikkeling was en dat het restaurant op [medio 2] juli 2024 is beschoten terwijl er meerdere personen (zichtbaar) aanwezig waren in het pand.
10 juli 2024 voor de duur van zes maanden gesloten. [4] Volgens de burgemeester is sprake van een ernstige aantasting van de openbare orde en is het risico op herhaling groot. Een periode van rust is nodig om de openbare orde te herstellen en geeft de politie de gelegenheid om onderzoek te doen naar wat er aan de hand is.
4 november 2024 bekend te maken aan eiseres op straffe van een dwangsom. [5]
Beoordeling door de rechtbank
[medio 3] juli 2024 ruiten zijn ingegooid, er een dag later gebeld is naar het restaurant en gezegd werd “
3 ton, de hele straat betaald, jullie moeten ook betalen”. Vervolgens zag een beveiliger op 5 juli 2024 twee jongens op een motorscooter over het terras van het restaurant rijden. Op [medio 1] juli 2024 vond er een explosie plaats bij het pand en op [medio 2] juli 2024 is het pand beschoten, terwijl er meerdere personen (zichtbaar) aanwezig waren. Gelet op de opeenvolging van incidenten en de afpersing schatte de politie het risico op herhaling hoog in. De burgemeester heeft daarom in redelijk kunnen menen dat het geopend blijven van het pand ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde en dat de sluiting een geschikt middel was om de openbare orde te herstellen. Gelet op de frequentie van de incidenten en de afpersing hoefde de burgemeester niet uit te sluiten dat de incidenten verband hielden met de bedrijfsvoering, zoals door eiseres gesteld. Het onderzoek daartoe liep immers nog.
Allereerst is het goed om mede te delen dat het onderzoek naar de incidenten bij restaurant [naam 1] nog steeds in volle gang is. Inmiddels is een mogelijke verdachte aangehouden geweest voor de afpersing van de belanghebbenden. Deze verdachte is na zijn verhoor weer heengezonden. Tevens is er ook zicht op een mogelijke verdachte van de explosie en de beschieting op het restaurant. Echter, dit betekent niet dat het onderzoek afgerond is, het team is nog steeds druk bezig met het onderzoek. Er hebben geen incidenten meer plaatsgevonden op de [adres 1] sinds de sluiting van
21 oktober 2024 nieuwe politie informatie beschikbaar was, maar dat deze informatie vanwege het afbreukrisico niet gedeeld kon worden. Deze politie informatie is van dezelfde datum als de verzenddatum van het bestreden besluit. De rechtbank acht het daarom niet onredelijk dat deze informatie niet in het bestreden besluit is opgenomen. Hoewel de politie informatie niet uitblinkt in duidelijkheid, kan in ieder geval wel worden vastgesteld dat de burgemeester nog nieuwe informatie heeft ingewonnen gedurende de sluiting. De periode van 21 oktober 2024 tot de daadwerkelijke heropening van het pand op 4 november 2024 acht de rechtbank niet onevenredig lang. Bovendien is de uiteindelijke sluiting van vier maanden nog steeds ruim korter dan de aanvankelijke zes maanden conform de Beleidsregels. De rechtbank begrijpt dat ook de sluiting van het pand voor de duur van vier maanden voor eiseres zeer nadelig is geweest, maar zij is niet van oordeel dat de burgemeester hier niet in redelijkheid toe heeft kunnen besluiten.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.P. Tanis, griffier.