In deze civiele zaak vordert eiseres nakoming van een samenwerkingsovereenkomst met gedaagde partijen over de gezamenlijke aankoop, verbouwing en verkoop van een woning. Gedaagde had de overeenkomst ontbonden wegens vermeende tekortkomingen van eiseres, maar de rechtbank oordeelt dat deze ontbinding niet rechtsgeldig is omdat eiseres niet in gebreke is gesteld conform de wettelijke vereisten.
De samenwerkingsovereenkomst van 23 mei 2022 is onbetwist gesloten en verving een eerdere overeenkomst. Gedaagde stelde dat hij de overeenkomst mocht ontbinden vanwege het ontbreken van de financiële inbreng van eiseres en het gebrek aan samenwerking, maar de rechtbank stelt vast dat gedaagde geen concrete ingebrekestelling heeft gedaan en geen redelijke termijn tot nakoming heeft gesteld. Ook is niet gebleken dat eiseres ondubbelzinnig heeft laten blijken de overeenkomst niet te zullen nakomen.
De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres tot betaling van een voorschot op haar winstdeel en tot uitoefening van het recht van eerste koop af, omdat de woning nog niet verkoopklaar is en de verbouwing nog niet gereed is. De afspraken in de samenwerkingsovereenkomst voorzien dat deze rechten pas opeisbaar worden na gereedmelding en verkoop van het pand.
In reconventie vordert gedaagde nietigheid van bepaalde bepalingen uit de samenwerkingsovereenkomst en de driepartijenovereenkomst, onder meer op grond van het toe-eigeningsverbod en redelijkheid en billijkheid. De rechtbank wijst deze vorderingen af, onder meer omdat Lamassu, de hypotheekverstrekker, geen partij is in de procedure en de bepalingen niet onaanvaardbaar zijn. De vordering tot verstrekking van een UBO-verklaring wordt eveneens afgewezen wegens gebrek aan belang.
De proceskosten worden in conventie gecompenseerd en in reconventie veroordeelt de rechtbank gedaagde in de proceskosten van eiseres. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.